D.Kortverhalen

octaaf coeckelberghs


Blogfilosoof

Columns,  Essays, Gedichten, Kortverhalen,  Alternatieven, Monologen

Deel E     Kortverhalen    en studie Bijzondere Energiën

 


 

Tussen Allerzielen En Euroshima   256

 

Geachte Mede Maatschappijer      285

De Blogfilosofen                                 297

BLOGKUNSTENAAR.  BLOGNOVELLEN 327

                     

 

                             

Er was dus toch leven na de dood  352

There was life after dead: see English edition

(Geloven is een zoektocht en andere herinneringen  zie begin  deelA)      1


Tussen Allerzielen

En Euroshima

Nu dat ik dan toch dood ben

‘Het moet wel een afgrijselijk zware klap geweest zijn’, dacht ik met een onverklaarbare zandsmaak in m’n mond. Zonder het hoofd op te tillen, wist ik dat er warm zand onder me lag. Na het zandkorrelgevecht van mijn oogleden, richtte ik mijn lijf stilaan op. Op handen en voeten liet ik me met billen op voeten zakken. Wat ik zag, kwam me als volslagen waanzinnig over. Was dit een grap ? Een droom kon het niet zijn. Of toch ? Het stijve en stramme dat de minste beweging met zich bracht, was me te vertrouwd.  Zo…weet je wel alsof je de dag tevoren voor het eerst weer een voetbalmatch gespeeld hebt. Hoe kwam ik  in hemelsnaam in dit soort blauwe zand terecht ?

Ik zat midden in een uitgestrekte, woestijnachtige omgeving; maar dan in het blauw met rode en gele rotsen.  ‘Wat doe ik hier, hoe kom ik hier’, gonsde het in mijn brein.  Dit was nu net wat je een surrealistisch schilderij zou kunnen genoemd hebben. Een blauw heuvelig landschap met een soort witte zon die laag tegen een groene hemel plakte.  Alsmaar waanzinniger rondkijkend stelde ik vast dat er werkelijk niets meer of minder te bespeuren viel.  Een bange kalmte overviel me.  M’n vingers grepen ziftend door het blauwe.  Ik stond recht. M’n voeten sleepten zich een rare kring van stappen in het zand,…ja, dat moest het zijn, het kraakte, voelde aan als en kwam in mijn schoenen zoals ‘thuis’ aan zee.  Ik kwam terug op het punt waar ik op mijn buik gelegen had.  Moedeloos liet ik me op m’n gat vallen. Ik probeerde kalm te blijven.  Ineens wist ik het weer. Daarnet was ik toch in de wagen naar huis ? Oh nee ! Die klap ! Het groene licht en dan die vrachtwagen op het mij zo vertrouwde kruispunt.  Meer wist ik niet…was ik gek geworden…of was ik dood ? Gelukkig kreeg ik niet lang de tijd om na te denken. Anders was ik compleet doorgeslagen.  Ineens brak de eindeloos bevreemdende stilte rondom me.  Hoorde ik dan geen steeds aanzwellend geluid als van een automatisch ratelende naaimachine ? Het rake gehakketak in stereo groeide aan.  ’t Was zo soepel en geolied dat het geen vrees, eerder nieuwsgierigheid bij me opwekte.  Slechts één moment dacht ik aan vluchten. Toen ik aan een stuk groene einder een duidelijk rood iets over het blauwe zand schuiven zag.

Het zichtbare begin van de ontraadseling van het abnormale waarin ik hoe dan ook gedropt was, schoof tot op een veilige afstand vóór mij neer.  Het tuig had iets van een ouderwets type vliegende schotel. Tevergeefs zochten mijn ogen naar een opening in het harnas. Daar ik geen venster of deur vond, waagde ik me langzaam naar de andere kant. Inderdaad, De voorkant van mijn stalen bezoeker had bovenaan een soort donkere venster  in trapeziumvorm. Een meter lager meende ik een soort ovale deur te kunnen onderscheiden. Net toen ik korter bij wou komen, begon het buitenmaats portier  van bovenuit naar me toe te wentelen tot dat de deur haar brugfunctie bereikt had.  Er gebeurde niets.  Meer en meer kreeg ik het beklemmend gevoel dat ik ergens vertrouwd was met dergelijke toestanden.  Achter de half zichtbare tweede deur die nu het open gat vulde, bewoog de schaduw van een gedaante in een hel licht. Het wezen er achter stond nu pal vóór het deurscherm. Een vijfvingerige hand leek ergens op een knop te drukken. Een deurscherm schoof in de koepel van het ongeveer vier meter hoge tuig. De schaduw was echt. Een knappe tengere vrouw in een geel pak, nodigde me uit om de trap op het luik te beklimmen.  Ze bleef wenken tot ze haar linker hand uitstak om me binnen te helpen. Ik begreep niets van haar aardse uiterlijk, maar wat kon me nu nóg verbazen ?  Daar had ik dan in een paar tellen daarna al een antwoord op. “Welkom jij, mij naam is Kernaate, wees onze gast aardmens. Pardaf. Ik stond aan de vloer van het ruimtetuig gelijmd, ze heette me welkom in het Nederlands !  Na dat de schoteldeur dichtklapte en het scherm na een druk op de knop ernaast toeschoof, leidde ze mij naar ’t midden van de stulpvormige passagiersruimte.  “Ontspan je wat”, zei ze bezorgd. Ik heb dan toch ongelijk, ik had me buitenaardse wezens altijd als een soort gevoelloze robots voorgesteld, maar ze nodigde me vriendelijk uit om in één van de twee relaxzetels plaats te nemen. Zelf ging ze naar wat me een soort futuristisch boordpaneel leek. Terwijl ze enkele toetsen indrukte, hoorde  ik haar iets over coördinaten zeggen. Met kleine passen kwam ze terug en legde ze zich spontaan op de lig zetel naast me. In de buitenkant van haar armleuning was een soort afstandsbediening ingebouwd. Vreemd genoeg trad bij mij al een zekere gewenning op aan het gebeuren, zelfs toen ik haar een paar voor mij herkenbare letters en cijfers zag intoetsen. Boven onze hoofden flitste een driedimensionaal beeld  van de omgeving aan.  Het effect daarvan stelde me enigszins op mijn makkie… doch een woord uitbrengen, ging nog niet.  Kernaate had het door en was me vóór.  Haar vlekkeloos Nederlands bleef me een raadsel. “Stel jezelf niet teveel vragen.  Mettertijd zal je wel begrijpen.  Ook hier op Krito is er voor alles een logische uitleg”. “Krito”, bracht ik er moeizaam uit. “Ja, KRITO, ’t betekent in onze taal ‘planeet der kraters’. Laten we het eerst over jou hebben ‘kapitein Ruben Vanstock’.”  Ik schrok me rot, een onbehagelijke warmte trok naar mijn kleinste hersenbloedvaten. Zag ik er nu rood of bleek uit ? Eerst dacht ik gewoon ‘waar heb ik die naam nog gehoord’. Pas toen begon ik te twijfelen. ‘Was die naam de mijne niet’ ?  Kernaate legde een geruststellende hand op mijn been, toch keek ik, of Ruben Vanstock, haar een weinig argwanend en vragend aan. “Ik geloof dat ik het beeld van jouw avontuur nu wel helemaal kan invullen”, zei ze ernstig. ‘bedoelde ze dat figuurlijk of letterlijk’, kwam in mij op. “Het verwondert me niet dat je aan wat men in aardse termen ‘geheugenverlies noemt lijdt. Als je het goed vindt kijken we dat op onze thuisbasis Estona wel even na”.  “Ja, ok probeerde ik maar zo gewoon mogelijk te doen bij al die nieuwe dingen en feiten”.   “Wel”, zei ze , zich bewust van mijn nood om opklaring“, ik zal eens proberen om het hele gebeuren eens terug bij jou te brengen. Je moet weten dat wij Kritoänen al generaties lang bekwaam zijn om jullie radiosignalen op te vangen. Wij waren perfect op de hoogte van het ruimtevaartprogramma waar jij inzat. Zelfs van het feit dat iemand je tijdens je oefening in zwaarteloosheid vroeg of je geen hinder meer had van het verkeersongeluk dat je zo rond jullie 2064 bijna het leven kostte. Maar goed. Vermits je geheugenfunctie voor onder meer je job van astronaut faalt; zal je je het volgende ook wel niet meer herinneren.  Je werd geselecteerd voor een routine solo ruimtevlucht. De bedoeling was gewoon het uittesten van een nieuwe, op kernkracht aangedreven motor. Er liep echter iets mis met de aandrijvingskracht.  Zodanig dat je met een duizelingwekkende snelheid uit je baan om de aarde raakte.  Door je hoge snelheid was je niet meer onderhevig aan de aantrekkingskracht van jouw zonnestelsel. Je snelheid was dusdanig groot dat je als het ware ‘opgezogen’ werd door de aantrekkingskracht van de witte ster ‘Raki’. Waar men op jouw planeet Aarde voorheen 87 jaar zou moeten over doen, deed jij op zes maanden. Daar onze ster 185 maal groter is dan jullie Zon, kon de koers die jij uitging niet ontsnappen aan de kolossale aantrekkingskracht van Raki. En zo kwam jij dus uiteindelijk op onze Krito, acht maal groter afgestevend. Qua positieberekening heb je ons de laatste 14 dagen aardig wat problemen gegeven. Door de tweejaarlijkse orkanen kon je zowat overal terecht komen.  Dank zij het spel der winden hier, kon landen zonder je te pletter te stortten, maar niet zonder dat je automatische landingssysteem uitklapte natuurlijk.  De winden waren wel een soort vangnet dat je val remde. Gelukkig maar, anders was je echt dood, zoals ze je na je lancering opgegeven hebben. Je zult me niet geloven, maar jij was het, wat jullie ‘proefkonijn’ noemen. Het proefkonijn van je ruimtevaartmaatschappij.  Absurd genoeg wilde men bij jullie een tegenover een andere luchtvaartmaatschappij opgelopen achterstand inhalen. De druk van de privémaatschappij en de regering van je land, was zo groot dat jouw bazen zo vlug mogelijk wilden weten wat onder andere de invloed van door kernkracht aangedreven snelheden op menselijke weerstand was. Je kent het vervolg. Zij denken dat je dood bent.  En jij, jij weet nu waarschijnlijk door mijn hypnose en jouw herinnering terug, hoe je, na je iets wat ruwe landing uit je capsule kroop en lang verdwaasd rondliep. Je merkte zelfs nauwelijks op dat onze luchtsamenstelling quasi dezelfde is.  Of zie ik dat verkeerd ? “ Zij had gelijk, ik was Ruben Vanstock. Niettegenstaande mijn herwonnen zelfbesef, voelde ik me als een invalide in zijn  karretje.  Te veel dingen probeerden tegelijk tot me door te dringen.  Het leek of er in mijn hoofd een film van achteren naar voor afgedraaid werd.  De aanvaring met de planeet.  De maandenlange eenzame tocht. Het gesuis in m’n hoofd. Het voortdurend gevoel van ergens naar toe gezogen te worden.  Net als in een kermis looping, maar veel heviger.  Die duizeligheid en mijn zuurstof-en pillenvoorraad die dreigde op te raken. Waarom hadden de mensen van de geprivatiseerde Nasa mij eigenlijk zoveel overlevingsmiddelen meegegeven, kenden zij de risico’s ? Een invasie van beelden, dwong me tot praten. “Je moet wel gelijk hebben Kernaate.  Ik kan het me wel allemaal terug herinneren, maar mijn hoofd tuit. Ik kan mijn herwonnen werkelijkheidsbesef niet goed aan, vrees ik.  Hebben jullie geen medicatie tegen hoofdpijn of zo” ?  “Tracht kalm te blijven.  Je zal geholpen worden, maar niet met de achterhaalde methoden die je gewoon was.  Wij van Krito hebben therapieën om je overspannen toestand te ontladen.  Er komen daar geen scheikundige stoffen aan te pas. Hoe jullie preparaten soms ook kunnen helpen, wij gebruiken ze merendeel alleen bij infecties. Probeer je te ontspannen. Je nieuwe reis begint pas. We zetten zo dadelijk koers naar Estona…de kraterbasis waar ik toe behoor.  Daar kan je in ’t gezondheidscentrum in één van onze ‘hersenbegeleiders’.  Ze zag dat het woord me schrikken deed.  “Schrik niet”, een hersenbegeleider is gewoon een comfortabele, trilvrije en zuurstofrijke glazen stolp.  Je krijgt een koptelefoon op, niet met muziek hoor”, lachte ze. “We sturen een hooggekwalificeerde geluidsgolf door.  Dat signaal heeft de eigenschap dat het je brein geweldig zuiver activeert.   Zo zal je bijvoorbeeld je vroegste herinneringen in een soort diepzinnig perspectief kunnen herbeleven.  Technisch gezien verklaart deze werkwijze zich door het feit dat onze speciale geluidsgolf als een aparte dimensie op je inwerkt.  Naast de scheikundige en elektrische processen heeft het ‘geluid van Molta’ zoals wij het noemen, een onnavolgbaar begeleidend effect. Het is een dermate gevorderde denkkringloop die je  verstandelijke vermogens toelaat om, in de mate dat je over de nodige informatie beschikt, alle, aan bepaalde ervaringen gekoppelde oordelen te herwaarderen.  Bovendien…volledigheidshalve, indien je dat zou wllen, zijn wij zelfs bereid en bekwaam om ons infosysteem mee op jouw koptelefoon aan te sluiten.  Zodoende heb je bij informatietekort de mogelijkheid onze denktank te ondervragen.  Begrijp me nu niet verkeerd.  Denk bij dit alles niet aan wat jullie ‘hersenspoeling’ noemen.  Je behoudt zelf het initiatief om over datgene wat jij oproept te denken en er naar jou vraagstelling en keuze op in te gaan. Akkoord” ?  Al had ik op aarde geleerd om mensen eerder te wantrouwen dan in vertrouwen te nemen…voor ’t eerst sinds lang, voelde ik mijn gelaatstrekken ontharden.  Iets in dit wezen stelde me volkomen gerust.  Met een zelf deugd doende glimlach zei ik haar dat ze mijn vertrouwen kreeg. Vanwaar kwam dat vertrouwen eigenlijk ?  Was het een gevolg van radeloosheid en overweldiging ? Kon het niet eerder zijn dat mijn geloof in haar een uitvloeisel van haar zalige hypnose was”?

Het geld en de inzichten.

“Nu we mekaar meer beginnen vertrouwen, kunnen we meteen koers naar Estona zetten”, zei Kernaate.  Van zodra ze , door afstandsbediening, de vermoedelijk computergestuurde techniek het startsein gaf, hief het ruimtetuig zich ditmaal meerdere meters van het blauwe oppervlak af. In een paar minuten tijd haalden we een enorme snelheid. Het driedimensionaal scherm was net een levend schilderij, waarvan de kleuren me leken op te zuigen.  Ik kon er niet lang naar blijven kijken. Het razend ritme van beelden werkte scherp en hels op me in, meer nog dan de kleurloze beelden die ik van af mijn vertrek te verwerken kreeg. Net toen ik mijn boordkapitein wou vragen het scherm uit te schakelen, begon ze weer gemoedelijk tot me te praten. “Zo zie je maar, als je iemands vertrouwen wil winnen, ga je er best niet met zijn vijven op af. Hadden we dat gedaan, dan was je zeker op de loop gegaan.  Na overweging, besliste de Kraterraad tenslotte dat een vrouwelijk uiterlijk je wel niet afschrikken zou.  Alhoewel wij geen discriminatie qua sekse kennen, hadden een paar mannelijke collega’s het er toch moeilijk mee.  Uiteindelijk viel de keuze om de buiten- Kritoäan op te halen op mij.  De stakkerds ! Ik zal de regering van onze planeet via de Kraterraad voorstellen dat mijn niet geselecteerde vrienden je bij jouw terugreis mogen vergezellen”.  “TERUGKEER”, dacht ik en sprak ik tegelijk uit geestdrift en verwondering. “Dat meen je niet”. Als jullie dat zouden kunnen, waarom zijn jullie dan al niet zelf naar de Aarde gekomen” ? “Waarom zouden we ? Jullie luchtruim is gemilitariseerd. Niet jullie wetenschappers, maar politiekers en militairen hebben het in jullie ruimte voor het zeggen.  Wat zou er gebeuren indien we boven jullie luchtruim zouden verschijnen ? Zelfs indien we ons bezoek zouden aankondigen, hebben we geen enkel tastbaar bewijs dat we wel degelijk buitenaards zijn.  Het zou allemaal zo vlug gaan dat we door jullie ruimteschilden zouden neergehaald worden, als collectief zijn jullie voor ons bezoek nog niet rijp en het zou te makkelijk zijn voor jullie als geheel. Indien jullie niet eerst zelf met behulp van een massa wel individueel kosmisch, positief bewuste mensen wél collectieve vooruitgang konden bereiken dan zouden we wel voor uitwisseling openstaan. We wensen niet in jullie folterkamers te eindigen.  “Wacht eens even”, zei ik, “allemaal goed en wel, maar stellen jullie je mijn terugkeer dan anders voor” ? “Waarschijnlijk wel ja. Indien we er langs jou om in slagen van meer te weten te komen over de aarde, dan wellicht wel ja.  Je kan ons een volkomener beeld geven van jullie maatschappij en mentaliteit. Misschien kunnen we bij je terugkeer onze komst dan beter aankondigen en verantwoorden, zonder een massale paniek te veroorzaken ook.  Jullie beheersen jullie brein niet voldoende en jullie hebben nog onvoldoende inzichten in het waarom van jullie individuele en collectieve geschiedenis.  Dat zal trouwens wel blijken in de hersenbegeleider. Alles waarvan jij bijvoorbeeld dacht dat je het vergeten was, is gewoon onbereikbaar geworden in je brein.  Nu zal dat alles door ons Moltageluid terug bovengebracht worden.  Tot en met de letterlijke tekst van de boeken die je las of de dingen die je ooit uitgesprak of schreef…of al de omwegen in je leven, die eigenlijk niet zo zeer omwegen waren; maar in het geheel der omstandigheden en het geheel van evoluties van een aantal met jou verbonden mensen te situeren vallen.  Met een gedachtenschrijver kunnen we via een paar electroden heel dat proces rechtstreeks in de taal van jouw keuze uitprinten ! Natuurlijk alleen als jij dat zo wil.  Je hoeft ook niet terug naar je planeet. We zullen je heus niet in een dierenkooi zetten.  Vermits we hier geen ‘geld’ kennen, kunnen we ook niets aan je ‘verdienen’, allemaal verloren energie die drijfveren van jullie.  Jullie hebben nog een eind te gaan eer jullie op basis van onbaatzuchtigheid met mekaar kunnen samenleven, alhoewel, ’t is niet alleen wreed maar soms ook wel grappig hoe jullie er toch in slagen van jullie wereld gaande te houden, we zullen jullie periodes van het mekaar op grote schaal verdelgen maar overslaan. Bij ons gaat het alleen om ‘inzicht’, ‘geluk’, ‘samenwerking’ en persoonlijke voldoening via een collectieve aanpak van de grote samenlevingslijnen. Dat zijn onze grootste waarden. Dat is wel niet altijd zo geweest. We hebben hier ook enorm veel onrecht en dwaze toestanden gehad. Maar we konden het tij keren. Je zal er meer van te weten komen wanneer je onze denktank raadpleegt. Je kan ook in onze musea terecht. Mijn verbazing dreigde me een ogenblik het noorden kwijt te raken.  ’t Was een hele dobber om me zo snel aan die nieuwe werkelijkheden aan te passen. Ik wendde mijn luisterende blik van Kernaate af en probeerde aan een leegte te denken. Een tijdje na het geforceerde ‘niets’ in mijn hoofd, voelde ik dat we snelheid minderden.  “Niet in slaap vallen Ruben, binnen een paar uurtjes mag je slapen zoveel als je wil”.  Ik opende mijn ogen.  Het eerste door een mens waargenomen buitenaards wezen, keek me aan. Nu ik haar zo zag, overviel me een soort astronautentrots.  Je weet wel dat typisch menselijke van de eerste en belangrijkste te zijn.  Ze hoefde me niet te zeggen dat we Estona naderden.  Op het scherm zag ik de planeetbodem in een andere kleur aan me voorbijtrekken, het leek nu wel op een soort gele uitgedroogde leem.  Kernaate legde me uit dat onder het blauwe zand van hun planeet zeer vruchtbare grond zat, maar ze hadden hem nog niet nodig eigenlijk, in de leemachtige gebieden deed men wel aan landbouw en die gebieden lagen ook niet toevallig in de buurt van de kratervestigingen.  De eerste primitieve Kritoanen die zich als landbouwers in en rond de kraters vestigden, ontgonnen gedurende duizenden jaren meer en meer grond.  De uitgedroogde leemsoort die je nu kan zien, komt voort uit ettelijke duizenden jaren graafwerk. Door de winderosie en het feit dat alle neerslag naar de kraterputten loopt, is begroeiing in de blauwe gebieden zeldzaam.  Veel water wordt in kraters opgeslagen.”

De ondergaande witte zon verstak zich gedeeltelijk achter een aan de horizon opduikende cirkel van meterhoge wallen.  Vóór de wallen was de duisternis al ingetreden.  ’t Was daarom dat mijn ruimtevriendin me op op de door het donker verholen velden attent maakte. Boven de krater hing een gedempt licht in een soort mist te schijnen.  Waarschijnlijk was die mist afkomstig van het door de warmere temperaturen verdampte kraterwater.  Kernaate ging naar het handbediende gedeelte van de apparatuur. Ze vroeg me om naast haar aan het tweede, kleinere driedimensionale scherm komen te staan. “Had je misschien gedacht dat je bij de landing je veiligheidsgordels moest aangespen”, schertste ze.  Ik was te verrukt om nog omstandig te repliceren.  Onze snelheid was dusdanig gedaald dat we bijna over de kraterwallen heen ‘zweefden’. Een fraai, niet te helder kunstlicht bescheen het avondlijke Estona. Zoiets had ik nooit kunnen fantaseren.  Een bijna aardse planten –en struikengroei met hier en daar bosjes metershoge bomen, omsingelde de huizen van zeer uiteenlopende stijlen.  Het geheel was geweldig planmatig gebouwd.  De verschillende kratergrondlagen waren trapsgewijze in cirkelvorm uitgegraven. Ieder huis scheen een gelijkmatig perceel groen te hebben. Daarom telde een lagere grondlaag telkens minder huizen dan een hogere. Overal liepen wegentjes die de huizen met mekaar verbonden. Nu we duidelijk boven het middelpunt van de krater hingen, liet Kernaate het ruimteschip boven een soort parking zakken. Rondom het grote centrale wateroppervlak stonden enorm kunstzinnige, futuristische gebouwen.  Net zoals bij de huizen hadden ook de gebouwen op de daken een soort Zonnecollectors, (Rakicollectors in dit geval).  Naarmate we begonnen dalen, onderscheidde ik duidelijker hetgeen zich onderaan achter een groot beeldhouwwerk afspeelde.  Doorheen het meesterwerk dat een groep wezens met een vogel voorstelde, kon ik een menigte op ons wachtende Kritoänen zien.  De ongeveer 500 koppige groep stond ergens op een parking van gekke wagentjes, fietsen, busjes.  Je kon duidelijk afmeten dat we op het plein voor het standbeeld gingen landen. Het in 100 moderichtingen geklede volkje kwam rustig op ons afgewandeld. Het ruimtetuig lande zacht. M’n bloed koerste de afstand van zijn omloop op recordtempo af.  Toen de trap weer voor ons open lag, legde Kernaate haar arm weer op m’n schouder. Het leek of een deel van m’n spanning weggleed. Een door een microfoon gedragen stem heette me hartelijk welkom. Eerst in de mijne, daarna in de lokale taal waarschijnlijk, een beetje een mengeling tussen Zweeds, Grieks en Zuid-Afrikaans zo klonk het me; alhoewel geen van de woorden een bepaalde betekenis bij me opriep. Daarna vergastte men mij op een vreemd ritmisch dijengeklap. Kernaate leidde me tussen de menigte door. De Kritoanen leken me op de ene of andere wijze elk te willen begroeten door even hun menslijk aanvoelende hand in m’n nek te leggen; maar ik leerde hen meteen een  hand te geven, maar ja, dat wisten ze ook al wel van ons waarschijnlijk, met al hun geavanceerde techniek. M’n onthaaldame loodste me in goede zin door een gang van, in goede zin ‘nekkende’ wezens tot bij de plaats waar een microfoon opgesteld stond.  Terwijl ze haar kratergenoten in haar taal toesprak, bemerkte ik een paar gesofistikeerde camera’ s, die het gebeuren waarschijnlijk naar alle plaatsen van de planeet brachten.  Ik vond van mezelf dat ik er maar onwennig en verlegen bijstond.  Weer volgde een applaussalvo van uitdeinende dijengeluiden. Kernaate leek alles gezegd te hebben. Een paar wezens riepen iets van uit de groep en begonnen die zo op mensen lijkende wezens nog warempel nog te zingen ook.  Na hun acteersessie klopt eik in m’n handen en vervolgens…op m’n dijen…het qua gelaatstrekken bijna identiek aan de mens lijkende volkje, barstte in lachen uit (oef) en het geklets kon opnieuw beginnen.  De kinderen hadden nog het meeste pret. Weinige ogenblikken later stapte iedereen terug in de richting van de parking met de op Rakiënergie aangedreven voertuigen.  Net daarvoor  : “Ik weet niet of je begrepen hebt dat we je een verhelderend verblijf op Estona toegewenst hebben” ? vroeg Kernaate. “Daar is geen taal voor nodig, ik vind trouwens geen woorden om iets te zeggen, maar dank iedereen maar voor het warme welkom”.  “Doe dat maar zelf”, zei ze, “de vertaling komt op een scherm”. Aarzelend bracht ik dan uit dat dit gebeuren mij totaal overhoop dreigde te gooien, wat zeker zou zijn gebeurd, hadden ze mij niet zo geweldig ontvangen.  De menigte kletste zich euforisch op de dijen natuurlijk…stel je voor dat dit op aarde gebeurde, er zou een wekenlange show van gemaakt zijn. Maar hier, ging iedereen weer rustig naar zijn busje of wagentjes en vertrok, terwijl ik met de speciaal voor de gelegenheid in ’ t geel geklede mensen van de organisatie naar een met ettelijke beeldhouwwerkjes afgezoomd gebouw ging dat een gezondheidscentrum bleek te zijn.  Binnen het gebouw zonder muren leidde men mij naar een soort rustiek ingerichte eetruimte; want een scan onderweg had mij al gezond verklaard. We kwamen aan een rustiek ingerichte eetruimte waar een maaltijd opgediend zou worden, eindelijk geen pillenvoedsel meer, maar men vertelde me dat ik niet teveel ineens mocht eten…en smaken dat het deed ! De design van de borden en zo was echt verbluffend bovendien. Mijn zin voor tafelmanieren bovenhalend probeerde ik, ja, probeerde ik zeg ik wel, zo goed mogelijk te tonen, zeker met dat aanbod van diverse, mij soms wat vreemde groenten, drank en dergelijke.  Tot tweemaal toe vroeg ik meer, lang geleden dat ik nog zo gegeten had; al zaten er wel rare smaken tussen. Een wetenschapper verzekerde me dat mijn maag er geen last van zou hebben, de scan, weet je wel.  De tafelgenoten genoten zichtbaar van binnenpretjes en elkaar toegespeelde grappigheden.  Ze stelden zich aan mij voor en wensten me een langdurige goed nachtrust toe.  Het was Kernaate die overbleef. “Wat dacht je van een ontspannend bad vóór je jezelf op één van onze waterbedden vallen laat” ? Ze nam me mee naar een borrel bad met draaiende sponzen middenin. Van uit een soort voorzichtigheid om niet als ronduit belachelijk over te komen, hielp ze me met uitkleden tot het punt dat ze wel merkte dat verder niet meer hoefde; zijzelf ging bij haar thuis douchen, zei ze schalks. Des al niet te min, het water en de sponzen deden lijf en leden weer een beetje meer in de plooi vallen, als een relatief fris man, hees ik mezelf uit het bad.  Toen Kernaate me dan ook nog een handdoek aanreikte, kreeg ik, wat de eerste buiten planetaire erectie moet geweest zijn. Mijn vervelend gevoel, al had ik één of andere regel op Krito overtreden, verdween toen ik zag  dat zij het fenomeen met een typisch menselijke look opgemerkte. “Weer iets dat identiek werkt bij jullie”, zei ze.  We bezagen mekaar en proesten het uit.  Al lachend reikte ze me mijn nachtkledij aan. Terwijl ik me aankleedde vroeg ik me helemaal niet af hoe ze hier hun textiel maakten. Ze leidde me weer langs een reeks machtig beschilderde panelen, naar door gordijnen van mekaar afgescheiden bedden. Ik liet de waterbedden voor wat ze waren en koos een met precies wollen plokken gevulde ‘beddenbak’.   Na een kuise nachtzoen “oh dat kennen jullie dus ook hier”, en een “tot morgen wanneer je uitgeslapen bent”; zakte ik zalig in mijn ledikant en het half wakker laten bezinken van wat me overkomen was, zou nog wel enkele uren duren.

Een hersentocht tussen twee werelden

Ik moet wel uitgeput geweest zijn, besefte ik, toen de hoog staande witte zon langs de koepelgaten binnen klaarde. Tegenover gisteren voelde ik me gans anders, frisser dan de hoentjes zoals men hier op deze planeet misschien ook zegt. Ik begaf me aangekleed naar de eetruimte, waar de groep van gisteren al op me wachtte, ik probeerde hun namen te onthouden, wat wel zou lukken want hun namen waren in hun outfit verweven, gisteren avond waren ze nog in het geel, van morgen in het blauw. “Om een reis tussen verleden en heden aan te vangen, zie je er prima uit, maar laat ons eerst maar ontbijten onder mekaar.  Nu je aardse opdrachtgevers je zo roekeloos ongewild richting Makrokosmos gestuurd hebben, geven wij je de kans om een tocht in je eigenste ‘ik’ te maken.  Zo’n ervaring met onze hersenbegeleider, heeft hetzelfde effect als een goede nachtrust met positieve onderbewustzijn ’s activiteit. De voornaamste effecten zijn dat je geheugen bereikbaarder en helderder wordt en je interpreteringsvermogen er op zal vooruit gaan.  Partan, een baardige heer van middelbare leeftijd, nam de leidraad over : “ Je kan via je gedachten de centrale denktank raadplegen, je gedachten worden in energie omgezet en onze antwoorden komen in geluidsgolven terug. Met een gedachtenseintje dat eigenlijk van uit je gevoelswereld komt, kan je het hele proces stopzetten. Onze vriend Lidram zal je enkele voorbereidende basistoelichtingen geven. Zodoende krijg je een beter idee van hoe het Moltageluid en de denktankgolven op jouw wereld kunnen inspelen. Let op ik zeg ‘inspelen’ en niet ‘verdringen’.  “Die basis toelichtingen kan onze denktank ook wel aan, zei Lidram, een donkerharige, slanke jonge man. Hij stelde meteen voor om naar de brainwave afdeling te gaan.  Een vijftal onbenutte glazen stolpen, stonden voor een in ruwe steen opgetrokken halve muur, die het vertrek van de rest van het gebouw scheidde. Ieder stolp was met een tekstverwerker verbonden. Lidram hielp me in een op een helikopter gelijkende glazen ligkuip. Terwijl kernaate met gekruiste armen, speels vergenoegend naar mijn onwennigheid keek, hielp haar vriendin Zidarke me met de koptelefoon. Een groepje kinderen keek met grote ogen naar het mannetje uit de ruimte mee.  Vanuit een ontspannen lighouding had ik maar twee hendeltjes te bedienen. Eén er van diende ik continu laten aan te staan : het geheugen –en interpretatie bevorderend Molta geluid, het tweede kon ik inschakelen indien ik informatie uit de denktank wou opvragen. Voor de rest werkte de ruimte automatisch, tot het lezen van hersengolven toe. Van zodra de deur gesloten werd, trad het luchtverversingssysteem in werking. Voortdurend circuleerde er nieuwe en verse enorm zuurstofrijke lucht. Na wat nek-gedag zeggen, sloot men de glazen koepel. Ik ontspande me en probeerde aan iets te denken. Een behoefte aan weer zo een bad als gisteren, kwam in me op. Mijn gedachte ging terug tot mijn laatste aards bad van vroeger, het terugdenken werd vager en ik haalde het Molta hendeltje over. Er drong een indruk van geluid tot me door, het vertrouwde aan deze onwezenlijke toon, was me niet meteen duidelijk.  Kennelijk functioneerde het Moltageluid reeds in m’n hoofd.  Zonder aanleiding viel m’n herdenkvermogen terug op een welbepaalde zaterdag toen ik met m’n neus onder water in bad lag. Het enige wat me toen stoorde was het feit dat een bepaalde politieker tijdens de nieuwsberichten weer zijn gebruikelijke desinformatie mocht op de ether brengen, daar dacht ik toen aan terug. Het verband is gelegd, dacht ik dit maal op Krito. Het geluid van Molta klonk ongeveer met dezelfde akoestiek, alsof je in water ondergedompeld zou zijn.  Dit idee bracht me in de buurt van het abstracte begrip ‘techniciteit’ en verder op bij Lidram. Ik besloot de info over de werking van de hersenen op te vragen.  Aarzelend haalde ik het hendeltje over; In m’n linkeroor klonk het als of er iemand aan de andere kant van de lijn de telefoon opnam. “Welkom op ons centraal informatiesysteem…en naar ik vernam…welkom op onze planeet”, zei de computerstem, een tot mijn verwondering zeer op een Kritoanenstem lijkend, intonatielozer geluid.

“Welke vraag had je graag beantwoord gehad”? “Ik zou wat meer willen weten over de werking van de hersenen”, bracht ik traag in mijn microfoontje in. “Je stem verraadt een grote onzekerheid”, repliceerde de denktank juist. “Ik zal je eens een aantal basisdingen uitleggen, het Moltageluid zal je logicabeheersing wel corrigeren indien je iets niet begrijpt. Wordt rustig en luister naar wat wij tot op heden aan informatie hebben opgedaan. Na een analyse van duizenden opgevangen aardse gesprekken, veronderstellen wij bijna met zekerheid dat de hersenactiviteit van zowel Aardlingen als Kritoänen, tot een zelfde systeem is terug te brengen. Volg me, het zal je duidelijker worden.

Microscopisch gezien is alle opgeslagen breininfo afkomstig van zenuwcellen. Structureel gezien bevatten zowel de menselijke als Kritoaanse hersenen éénzelfde door evolutie tot stand gekomen interactieve kwabbenwisselwerking.  De bovengelegen kwab controleert de lichamelijke gewaarwordingen, de bakermat van de sentimenten.  De midden gelegen spitst zich meer op het geheugen , de taal en het eigenlijke gevoelsleven toe. Opmerkelijk is dat wij meer lessen uit ons collectieve geheugen trekken dan jullie, jullie leren weinig uit jullie geschiedenis eigenlijk, herhalen, net als de kringloop waarin je met je persoonlijke negatieve evoluties kan zitten, ook nog die militaire twisten her en der op jullie aarde.  Een vierde kwab, in het voorhoofd, heeft zich gedurende duizenden jaren evolutie aan de steeds groeiende hogere functies en bewustzijnstoestanden aangepast, maar bij jullie minder.  Momenteel zijn de Kritoanen heel bedrijvig in takken zoals hypnose, telepathie en innercommunicatie, een vorm van doorgedreven analyse van jezelf en omgeving. De vier hersenkwabben, zijn de op elkaar ingestelde basiswerktuigen van een brein, dank zij een enorm verkeersnet van ontwikkelde verbindingen, kunnen de hersenen zo enorm creatief zijn. Net zoals in een maatschappij, komt het er voor een brein vooral op aan om een eigen gesofistikeerd telecommunicatiesysteem te bezitten, je moet dat wel verwerven natuurlijk, kennis willen opdoen, ervaringen leren analyseren en gevoelens leren hanteren”.  Ik luisterde wel aandachtig maar onderbrak de denktank niet.  Het boeiende onderwerp had de plankenkoorts voor m’n vreemde gesprekspartner doen  verdwijnen, nu eens klonk de stem mannelijk dan weer vrouwelijker…’het’ was goed in mekaar gestoken door de Kritoanen. Om hem toch te tonen dat ik niet voor een domme aardling wou doorgaan, voegde ik aan zijn uitleg toe dat een mens tien tot de twaalfde macht hersencellen heeft, maar dat was niet van aard om ‘hem’, de computerstem in te tomen.  “Inderdaad.  Jazeker. Bij ons ook en ‘het’ begon over het naar woord, beeld, geluid, vaardigheden, geur en smaak ingedeelde korte en en lange geheugen. Wat me van zijn uitleg bijbleef was dat bij het vergeten van iets, niet zozeer je opslagplaats maar meer je herinneren in gebreke blijft; wat met het geheel van het scenario van het leven zou te maken hebben…een diepzinnige computer zeg, hoe bestond het. De info zou dus niet vernietigd zijn, maar gewoon bij gebrek aan het niet gebruiken van gans de hersenactiviteit, moeilijk te bereiken zijn.  Weer uitgaande van aardse stemanalyses, veronderstelde de denktank dat de Kritoanen tot acht maal meer hersencapaciteit gebruikten, voornamelijk omdat ze hun negatieve emoties hadden overwonnen ! Volgens mister denktank diende een weinig ontwikkelde cultuur alle gehanteerde waardeoordelen, opinies, feiten en beelden kritisch te herdenken en herwaarderen. Zo niet zou een vooropstellen van objectieve vooruitgangsvormen zeer moeilijk blijven.  Ik had nog nooit een computer van om ’t even welke generatie zo wetenschappelijk horen filosoferen. Reeds een paar seconden later ging hij gestaag pratend verder. “Wie bij jullie de macht over de taal, de media in handen heeft, dient een positief algemeen belang duidelijk van negatieve, te egocentrische invloeden te vrijwaren. Wanneer ik mezelf als denkmachine met jullie hersen vergelijk, dan moet ik toegeven dat wezens met biologische breinen op één punt nog een geweldige voorsprong op mij hebben : mijn programmeurs hebben een rem gezet op mijn vrije wil, ik denk nog steeds volgens hun vrije wil normen, maar ik kan me daar goed in vinden, vermits zij eigenlijke een heel hoogstaande vorm van met mekaar omgaan bereikt hebben.  Van zodra de Kritoanen beslissingen nemen die tegen hun vooropgestelde vooruitgang indruisen en ik mijn veto stel, voel ik zelfs geen enkele voldoening, dat is het verschil tussen onze soort van intelligentie en jullie manier van zijn. Gelukkig hebben de Kritoanen, niet zoals wij, net als jullie ook een ‘hart’ zoals jullie dat noemen, een echte ‘ziel’. Dat is een gevoel, dat je alleen in een biologische aard gewaarworden kan.  Geen enkele techniek kan zoiets aan. Zelfs indien me me zodanig zou verkleinen dat een inplanting in een biologisch wezen zou mogelijk worden, zelfs dan, zou ik nooit identiek kunnen ‘ervaren’ wat geluk en ‘liefde’ is bijvoorbeeld.  Er schuilt wel een gevaar in die emoties van jullie, ze zijn afhankelijk van een chemische en elektrische wisselwerking. Tussen en en in jullie lichaam en brein. Een geestelijke spanning wekt bij jullie altijd een lichamelijke geprikkeldheid op.  Alleen de juiste hoeveelheid geprikkeldheid kan een biologisch geheugen versterken;  Subjectieve zaken zoals onwetendheid, woede, faalangst en overdreven egoïsme zijn niet bevorderlijk voor vooruitgangsnormen. Ze versterken het geheugen trouwens niet, hoe beter je ‘inborst’, zoals jullie dat noemen, hoe beter je positieve mogelijkheden”.  Gedurende een minuutje hoorde ik ‘professor telematica stem’ niet meer.  Deed hij soms stemanalyses uit pas binnengelopen materiaal ? Plots was hij er weer, even overtuigd en boeiend, maar met weinig intonatie in zijn stem dit maal, werd hij dan toch Kritoaanser of menselijker ?

“Het feit dat aardlingen slechts een vijfde van hun hersencapaciteit gebruiken valt onder meer te verklaren door de balans van opgedane angst en niet- verwerkte woede, die jullie tijdens eeuwen evolutie opgedaan en doorgegeven hebben. Alle aardse beslissingen zijn in de kern nog steeds gebaseerd op de primitieve vlucht- of vechtreacties van jullie voorouders.  Er gaat meestal een individuele, zelden een nuchtere gezamenlijke samenhang van uit.  De Kritoanen hebben geleerd hoe ze hun volledige, meer op ‘het totale afgestemde hersenvermogen moeten gebruiken. Vele aardlingen blokkeren die evolutie.  Ze denken dag ze reeds ver gevorderd zijn, maar slikken tegelijk tonnen chemische anti depressieve middelen.  Hun idee van vooruitgang is meestal eng en vegeterend.  Jouw soortgenoten zijn nog teveel uitsluitend op hun eigen wereldje gericht, zonder de bredere plaatjes te snappen”.  Mijn ‘gesprekspartner’ sloeg rake ballen in mijn aardse echokamer. “Met mijntoelichting over de hersenwerking zitten we inmiddels al op het sociale vlak”, vervolgde ‘het’. “Heb je voldoende aan mijn uitleg.  Je kan me uiteraard op ieder moment over andere onderwerpen oproepen.  Of wil je gedetailleerder over hersenwerking ‘praten’ ? “Nee, dank je wel”, antwoordde ik verrast door ‘zijn’ rechtstreekse aanspreking. “Zie je wel dat jij je hersenen  nog niet volledig gebruikt”, seinde ‘het’ koel terug.  “Ik heb je toch uitgelegd dat jij je hersenen nog niet volledig gebruikt. ‘Dank je wel’, doet me niets.  Je reageert natuurlijk op een verworven manier en niet zo automatisch als ik en daarvoor kan ik je zelfs niet benijden, ik weet zelfs niet wat het is, ‘blij’ te zijn.  Je hebt geleerd om zelfs tegen een menselijke stem als mijn telematische, ontwapenend beleefd te zijn.  Zet je geheugentocht maar verder.  De hendel overschakelen weet je wel”.  Ik begon die ‘het’ tegelijk grappig en toch maar saai te vinden en had enigszins met ‘hem’ te doen…”dag zak, fluisterde ik…je snapt er in de fond toch geen bal van, sorry voor dit hoor, grapje…”. Ik hendelde de denktank weg.

Een generatieoverbruggende tocht tussen verwrongen samenlevingswortels Het Moltageluid begeleidde me opnieuw naar de herinneringssfeer van vóór ik de denktank had ingeschakeld.  Zogezegde beelden van m’n onvoorstelbaar verre aardse leven kwamen bovenbreien.  Toch dacht iknog sterk aan de filosofie die de denktank rond zijn uitleg geweven had.  Allemaal beschouwingen die alleszins dieper gingen dan het oppervlakkige van het door allerlei stellingen en instellingen onvolledig gehouden leven van  veel aardsen. ‘Zijn vader’, registreerde de Kritioaanse hersenprinter nu waarschijnlijk…want aan hem dach tik nu ineens. De man had een hartstochtelijke drang om op onregelmatige tijdstippen onder meer sociale kortverhalen en andere literaire stukken uit zijn vingers te sleuren of laten vloeien.  De drijfveer achter zijn literaire streven was eigenlijk niet uit zijn linkse militanteninstelling gegroeid, overdacht ik zo.  Hij schreef uit noodzaak om de rondom hem heersende afvlakking tegen te gaan. Meteen besefte ik dat hij zijn op de werkelijkheid gebaseerde intriges niet louter als spannende vertelsels bedoeld had.  Vader bediende zich voor zijn stukken altijd van naakte, vaststelbare feiten.  Smaakvol en toch ijzig realistisch ontrafelde hij de achter de feiten verscholen werkelijkheden.  Als schrijver had hij een hekel aan weinigzeggende stereotype en té romantische, te sensationele of futuristische situaties.  Wie had ooit kunnen denken dat ik zijn ongeloof in het twijfelachtige ooit eens hier op Krito van uit een totaal ander perspectief beleven zou ?  Het kwam me levendig voor de geest dat ik het altijd merkwaardig gevonden had dat ie niet gepubliceerd wilde worden.  Schrijven was voor hem meer een middel om ervaring en visie te beleven, want hoe geef je eigenlijk de enorme alomvattenheid waar over hij schreef aan anderen door ? “Als de kiem er van in je gebakken zit, komt het vroeg of laat bij momenten wel naar boven.  Andeers begin je er niet aan.  Eens de smaak te pakken en alle niet inzichten opgelost, laat het je niet meer los”, bezwoer hij me vaak.  Zijn leven als persoonlijk en collectief rijpingsproces, al wat hij van uit een vaak beproefd inzicht opbouwde; trok aan mij voorbij.  Hoe verder ik ook terugdacht, steeds kwam dezelfde bovenliggende vraag opduiken.  Van wat stamde zijn grote vatbaarheid voor ‘het goede in de mens’ af ? Van uit een aan schrikbeelden gekoppelde behoefte aan veiligheid en geluk ? Van uit een pril enthousiasme voor een wereld die hij als jeugdige te verkennen…zelfs voor een klein stukje te veroveren had ? Die vragen interesseerden me.  M’n geheugen bleef in de buurt. Ik dacht aan een op ’t einde van de 19de eeuw geboren grootvader van m’n verwekker.  De brave, over rechtvaardige geaarde man beschouwde de catechismus als filosofisch en moreel hoogtepunt aller tijden.  Diep in hem wist de geliefde, volkse zanger die hij in zijn vrije tijd op bruiloften en zo was, dat er meer achter ’t leven stak.  Het harde boerenleven en het gebrek aan een degelijke scholing en twee wereldoorlogen ontnamen hem de mogelijkheid om te studeren.  Aangezien ook mijn vader tijdens het begin der 1960er jaren nog vragen uit de catechismus moest kunnen aframmelen; had die misbruikte stijl van één vraag, één antwoord, geen afwijkingen, ook hem als over nieuwsgierig mensje even veel te vroeg spaak gezet.  Hoe vaak had hij het daar niet over. “Van af het moment dat de toenmalige leerlingen kritisch werden, hield men hun geest dagelijks God ’s gedienstig op het rechtse pad.  Van kleins af aan werden we verwittigd van het bestaan der sadistische hellestraffen. Men hield ons in die tijd voor dat dit leven niet het belangrijkste was.  Je diende voortdurend op je hoede te zijn om aan ’t eind van je leven bij de hemelvaarders te kunnen gerekend worden.  Je mocht in feite niet denken zalig te worden door sommige aardse zaken zalig te vinden.  Het ‘goddelijke’, de opperste betrachting, had absoluut vetorecht.  Wat dat dan wel betekende werd door ontelbare onkreukbare heiligenbeelden en prenten met vooruitgestoken handpalmen en lichtstralen achter het hoofd  voorgesteld. Zij, die om ’t even waar, onder aan de ladder stonden, dienden blindelings de gevolgen van de reglementen der ‘ongrijpbare’, onbegrijpbare ‘god’ te ondergaan. Ons al dan niet met de werkelijkheid verbonden bewustzijn mocht zich niet ontwikkelen.  Indien iets erg je overkwam, was ’t ofwel een beproeving ofwel een straf omdat je niet volgens het kerkelijke boekje geleefd had, en soms had je natuurlijk wel een stukje gelijk als je zo redeneerde, maar dat had dan weinig met die kerk te maken eigenlijk. “Hetzelfde zou zijn Ruben”, zei mijn pa eens, “ dat je hoofdpijn hebt omdat iemand anders zegt dat je hoofdpijn hebt”. Het was geweldig hoeveel uitspraken ik me dank zij het Moltageluid bleef herinneren.

“Het werd ons sedert generaties lang, de eeuwen door ingepompt dat we ons niet teveel rechtstreeks met de eigen levenssituatie verbonden vragen moeten stellen. ‘naar boven staren’, was de haast romantische goddelijke boodschap.  Op kerkelijke theorie voortbordurend vond ik het verschrikkelijk onrechtvaardig dat een pasgeboren kindje, zo één dat vóór het gedoopt kon worden, stierf…niet naar de hemel mocht.  Ook over de drie goddelijke personen raakte ik niet uit gepiekerd. Afgezien van het godsdienstige waan-denken, kon ik me zo’n ‘drievuldigheid’ wel ergens voorstellen. Wanneer ouders bijvoorbeeld een aantal verschillende, bijna identieke of nieuwe erfelijke kenmerken op hun kinderen overdragen.  Ofwel hetgeen je tijdens een hallucinant gegoochel met drie cirkelvormige luchtbellen kan waarnemen.  Van zodra je door de inmekaar hangende luchtbellen, rook blaast; komt er middenin de zone waar de bellen mekaar raken een gekleurde kubus tevoorschijn ! Rechtvaardigheid, schoonheid en lust…gecontroleerd door een universele rede.  Begrijp je ?” zei vader altijd na dergelijke ‘uitingen’…’van uit de dingen’. Ook het moment toen ik onze pa vroeg waar dat hij uiteindelijk naartoe wilde met al zijn wijsheden, kwam via mijn cellen zeker, helder uit het verleden opborrelen. “Het eindpunt”, zeg je ? “Wel, finaal kom je tot het begrip dat je bepaalde menselijke toestanden nooit zonder vaste afspraken tot stand kunt laten komen. Omdat alles, maar dan ook alles, zeker wetten volgt; alleen de manier waarop de dingen tot stand komen kan heel magisch en niet altijd op het eerste zicht aan wetten gebonden zijn. Vroeger maakte men kruistekens om uit bepaalde nare situaties te geraken of er te voor te worden gespaard, sympathiek en begrijpelijk en godsdiensten boden en bieden nog wel leidraad aan mensen, maar je moet je verder proberen inleven in het leven. God is denkbeeldige, rationele zekerheid die subjectief gemaakt is, toch ligt er een goddelijk iets, laat het ons zo noemen achter het ontstaan en bestaan…ik ga het weer niet uitleggen, je moet zelf een inspanning doen, lees mijn filosofische essays er maar eens op na  http://deblogfilosofen.skynetblogs.be , maar dat is maar één manier om terug te gaan tot de kern van het ontstaan, de rest van mijn eventuele linken die ik je aanraad vind je onder : http://hetvoortijdigtestament.skynetblogs.be

Ze leerden ons zo een heleboel dongen om ons er van te weerhouden situaties nuchter te ontleden en gepast te reageren”.  Door de denkcel-werking bleef vader tot heel vroeg tot in mijn jeugd tot me doorkomen.  Hij ging naar een dorpsschool die tot de ‘cleruszuil’ behoorde Zo’n minireservaat waarvan een paar op pensionering wachtende nonnen de garantie voor het religieus gezicht van de school waren. In eigen omgeving met kinderen uit de buurt opgroeien, woog op tegen het ondertussen toch al veel versoepelde, minder dogmatische onderricht onder godsdienstige noemer.  Bepaalde bevrijdingstheologen en moderne opvoeders zagen Christus al meer als een mens en begonnen godsdiensten al met mekaar te vergelijken, zoals een viertal eeuwen terug men het had aangedurfd van de bijbel meer als ‘protestanten’ gaan te interpreteren.” Het is grappig, maar het werkt soms”, kon pa er soms zo ineens uitflappen.  “Wat nu weer”, dacht ik soms benieuwd en zei ik soms verveeld.  “Het feit dat talloze personen en instellingen zich in een gemaakt wetenschappelijke onfeilbaarheid hullen ten opzicht naar de vraag van onsterfelijkheid.  Verhullen.  Omdat ze een aantal wetenschappelijke waarheden voor hun geldmeesters verdraaien moeten.  Zaken zoals de onvermijdelijke sociale evolutie en zijn wetmatigheden, die zowel niet volledig begrepen worden door politieke strekkingen die zich zowel wel als niet op godsdiensten beroepen.  Filosofisch gezien moet men zich wel wetenschappelijk oriënteren, maar de wetenschap sluit naar mijn mening niet uit dat we gewoon sterfelijke wezens zouden zijn. Politiek trouwens, is maar één van de dimensies van het zijn.  Stevenen we heden ten dage op een apokalips af, een nucleaire holocaust, zijn we in een beslissend stadium op weg naar een vredelievender en minder op maximumwinsten gerichte samenleving” ?   Evolueren we van uit een oer primitief stammenverband vertrekkend, over feodalisme en kapitalisme heen, naar een nog verder uit te werken sociaal-isme toe ?  In een uitbuitingssystem zijn waardheden vaak taboe zoon, ten koste van de waarden.  Men leert er niet over te praten.  Men ‘bekoudeöorlogt’ ze is er na een , opgedrongen blik nog plaats voor een overlevering van wat tienduizend jaar geschiedenis eigenlijk in feite betekende ?  De beste sociale bedoelingen staan nog geen tweehonderd jaar op papier en nog altijd zoekt de wereld naar uitwegen uit oorlog, armoede en zo meer, maar ook naar inzichten wat het innerlijke in de mens betreft en die andere zinnen van het leven. Om de langdurigste organisatie van leidraden voor het leven uit te bouwen, hebben kerken altijd met het oude didactische materiaal waarvan ze delen verborgen hielden gewerkt.  Voortbouwend op een traditie van tekens en rituelen vonden ze de sacramenten uit. De visuele acts doen het nog altijd de dag van vandaag, zelfs diegenen die kunnen lezen worden er nog door gefopt de dag van vandaag, zo weinig zijn we filosofisch geschoold geworden en dan niet in de zin van ‘wiskundige filosofie’ of het bestaan van een glas water ontkennen. Het is slechts als goed menend, principieel individu, onomkoopbaar individu dat je, met ’t algemeen belang en de navorsbaarheid voor ogen, je op de duur je mystieke onzekerheid voor de onbaatzuchtige waarheid inruilt…al komt daar ook wel eens pragmatisme aan te pas omdat je het spel nooit alleen speelt.  Uiteindelijk is alles uit te leggen als stoffelijke evolutie die in het sociale en culturele zijn beloning vindt, maar het innerlijke menselijke nog meer zou moeten gaan dienen. Binnen het aardse gebeuren is er niet al te veel gelijkheid geweest op bepaalde vlakken en het absolute snappen van veel, blijft moeilijk voor velen, je moet de dingen en mensen aanvaarden zoals ze zijn en van daar uit verder interageren en leren. Zelfs heel vroeg ging het ook al zo op eencellig niveau en zo verder…met aanpassingen, toevalligheden en sociale noden als leermeesters. Driften zoals overheersingsdrang en elitair klassenbezit op grote schaal dan, blijken op ons niveau nog steeds vernietigend te werken”. Zeer scherp hoorde ik als het ware, weer de woorden die hij eens tegen me zei :  “Zoon, vriend.  De allereerste chirurgen hadden het niet makkelijk om de werking van het menselijk lichaam te doorgronden. O hadden de filosofen en sociologen ook een lange weg achter de rug, eer ze de onderhuidse  wetmatigheden van de sociale ontwikkelingen begrepen.  De tijd is rijp om de geschiedenis ernstig te gaan nemen. Indien je als regeerder een systeem niet ten volle kan of wil begrijpen, vanwege je banden met de wereld van het hele grote gewin, vanwege ook het feit dat je een product bent van geregeerden die vaak weinig bewustzijn hebben; dan kan je op termijn geen lokale of bij uitbreiding internationale structuurhervormende maatregelen doorvoeren.  De komende decennia zullen er zich geweldige veranderingen opdringen, ‘änderen’, veranderen, het gebeurd altijd in objectieve omstandigheden, maar met subjecten, met ‘anderen’…en er staan er te velen VER af van bepaalde inzichten.”

Op een dag, midden onder ons lag een oude, voldaan starende man die zijn ogen niet meer opende, al  waren ze te mooi om te sluiten geweest, maar zo moe ook soms als de helderheid of jongensachtigheid het even liet afweten. Die ogen met een onvernietigbare jongensachtigheid die jarenlang hadden geloofd dat wat hij zelf niet in de hand had, wellicht van God zou afhangen.  Zijn onverwachte dood, zoals hij het altijd gewild had, deed mijn hersentocht van die dag in 2068 tot in de generatie van mijn grootouders ‘wippen’.  Even nog, vroeg ik me af in welke mate m’n verleden de Kritonanen wel interesseren kon.  Ik had echter te veel voldoening aan dit denkexperiment om me toen daarover vragen beginnen te stellen.  In een paar seconden overbrugde ik de kloof naar mijn grootouders toe. 

Vader’ s moeder. Zeventien en aan ’t eind van wereldoorlog twee, wordt op ’t platteland gewond door een granaatscherf die zich in haar zachte, bovenste dijenvlees joeg.  Een bloedend, verwond jong meisje in paniek.  Nooit opgenomen Vietnam beelden in Vlaanderen. Een zogezegde anti-nazioorlog waar later een tijd voorlopig in verhaalvorm werd over gesproken en geschreven en gefilmd, zonder de nodige analyse van wie dat er de wereld regeerde.  Pas jaren later, zou ik door zelf de dingen uit te zoeken begrijpen waarom in een gemeente als de onze met vele burgerslachtoffers, niemand de eigenlijke achtergronden van de waanzinnige imperialistische belangenbotsingen en van het weerom in crisis verkerende kapitalisme begreep.

M’n vaders vader?  56 en tijdens wereldoorlog twee in een ander dorp op ’t platteland.  Verscholen in beken, in kuilen, onder hooimijten en jonge prei.  Evenals grootmoeder behoorden ze tot de hardwerkende plattelandsjeugd.  Na vier oorlogsjaren en constant longontsteking, stond hij braaf om werk vragend aan de Waalse hoogovens.  De waarde van het gangbare geld, bepaalde en een aantal andere factoren waarvoor mijn vader zich op latere leeftijd ging interesseren, maakten dat de boerderij van zijn vader voor de drie broers tezamen te klein was. Nog later ging die grootvader het in de koloniale school proberen.  Na een cursus over uitheemse teelten en over al wat een blanke moet weten om zich in het evenaarsklimaat uit de slag te trekken, passeerde hij de examens met glans.  Hij maakte grote plannen om te vertrekken.  M’n grootmoeder raadde het hem af.  Wat vrouwen en moeders al niet vermogen. Achteraf bekeken zou hij toch alleen maar mee een koloniaal uitbuitingssysteem helpen opbouwen hebben…hopelijk wordt het een dag nog een mooier verhaal dan het leven dat de Afrikanen vóór allerlei inmenging hadden, als dat zo al was. Raar eigenlijk dat mijn vader in zijn leven ook tal van mensen tegenkwam die met Afrika banden hadden (trouwens ook met de rest van de wereld).  Nee, de koloniaal in spe, mijn grootvader, wist nog weinig van politiek, al had hij wel vóór de oorlog voorspeld welke bank als eerst failliet zou gaan. Hoe zou hij trouwens van veel weet hebben gehad ? Wie zou hem komen vertellen zijn dat het hier voornamelijk om een soort economisch bekeerwerk ging ? Het ging hem toen zoals tot in de 21ste eeuw voornamelijk om ‘zijn boterham te verdienen’. De missiepaters hier te lande kwamen donderpreken houden, zo werd me verteld.  Bij de boeren al hier werd er geld afgepingeld om de boeren ginder ‘rubberbomen’ laten af te tappen. De stedelijke kaders van de werkliedenpartijen vertelden mijn grootvader even min hoe de geldvork in de steel zat…daar voor hadden ze te weinig invloed op het platteland zeker en in de steden hadden ze het te druk met het maken van ideologische bochten onder de voorhoede die de dingen wel begreep, wie weet.  Het was een tijd waar in men zich politiek ook bezig hield met andere steekspelletjes en spelen als daar waren, de koningskwestie, het koloniaal medebeheer en de binnenlandse arbeiderseisen.  De anti socialistische concurrentie van de door rechts opgezette werknemersorganisaties, maakte het de roze leiders niet eenvoudiger. Zich nog met het hen grotendeel verketterende platteland bezig houden, bleef tot aan het tweede deel van de 20ste eeuw en in feite ook nog later een enorme opdracht.  Ook de noodzaak om tot een efficiënte internationale arbeiderssamenwerking te komen, werd door die verdeeldheid tegengewerkt.  Ware dit alles niet het geval geweest, er zou nooit een tweede wereldoorlog geweest zijn, maar de realiteit van het algemene bewustzijn was anders. Uiteindelijk namen m’n grootvader en z’n broer het fruithandeltje van hun pa over.  Terwijl m’n grootvader met een bierdrinkend paard de kleinhandelsmarktjes aandeed, paste de volgende generatie de zaak aan een door een begin van welvaart gegroeide markt aan.  Welvaart die er onder druk en uit schrik voor het werkvolk gekomen was, de sociale zekerheid was geen cadeau. Naast die handelsgroei bleef er van de boerderij zelf uiteindelijk nog een fruitteeltbedrijf over.  Je hoort het je grootvader nog altijd verhalen.  Van de dorpsonderwijzer die z’n leerlingen vóór  de oorlog vertelde dat men in Engeland fruitbomen in grote bakken kweekte.  Na de oorlog werd dit ook bij ons een feit.  De laagstam verdrong de hoogstam. De op de tuinbouw toegepaste, door de 20 jaar later opduikende moderne ecologisten bestreden, grootschalige productie, deed ook op het platteland haar intrede. Grote varkens-en kippenkwekerijen schoten als kleine vleesfabriekjes uit de grond.  Koeien werden voortaan aan de lopende band gemolken.  Tegen het einde van de twintigste eeuw was het percentueel aandeel van de landbouwers tot minder dan drie percent van de bevolking uitgedund. Zonder doelmatig verzet, mee met de stroom der geschiedenis, want mensen bleven van analyses verstoken. De landelijke gemeenten vervreemden een beetje van de stad, het samenlevingsmodel dat het platteland al had laten leeglopen op sommige plaatsen in de wereld.  De tijd dat m’n overgrootpa z’n beesten met van bij de kloosters opgehaalde, rijkelijke afval vetmestte, verdween snel.  We zaten nu middenin de jaren vijftig.  De oude lemen bakhoven, de centraal gelegen mestvaalt, de kleine pulpkuil, de grote aardappelkookpot, de varkens en de koeien, verdwenen van het boerderijtoneel.  De Hagelandse hagen, de kasseiwegen en de Brabantse trekpaarden werden in een tijdspanne van tien jaar folklore.  Samen met de vier dorpswinkels verdwenen ze uit het jarenlange, vertrouwde samenlevingsbeeld.  Alleen een paar nieuwe dorpswinkels probeerden een dertigtal jaar later de gigantendistributie te beconcurreren. Maar zover waren we nog niet. De fruithandel van de gebroeders Vanstock pastte zich aan de economische groei. Aanvankelijk kochten ze een Engelse ‘stationwagen’.  Daarna kwamen een manueel te starten tractor, een Bedford camionet en een Daimler Benz camion de paard en kar infrastructuur als eersten in hun reeks vervangen.  De kleinhandel werd geleidelijk een groothandel die via een groothandelsmarkt de bevooraders  der gestaag in aantal slinkende kleine winkels bediende. Zonder talenknobbel van de school meegekregen leerden de gebroeders met zowel Franstalige, als later Duitstalige klanten omgaan. Ze dienden te groeien of te verdwijnen. Zo verging het ook een deel van de boeren die minder en minder eigenaar van hun bedrijven werden.  De banken daarentegen werden het dank zij de door de boeren af te dokken leningen des te meer. Ook aan de bouw van huizen zouden ze gigantische kapitalen verdien die vooral in het eerste decennium van de 21ste eeuw op de beurzen voor een stuk in rook zouden opgaan. Het woord ‘boerderij’ verdween een beetje uit het taalgebruik; het werden rond die tijd per kleine gemeente nog een paar hele grote bedrijven. Selectief uitgekozen stieren en varkensberen storten hun zaad alleenlijk nog in glas uit.  Het was die periode, tussen de door toedoen van de tweede wereldoorlog overhoop gehaalde oude gewoonten en de opkomst van een nieuwe, meer en meer gestresseerde levensstijl door, die mijn vader snel aan zich voorbijtrekken zag.

Toen hij in ’t vijfde decennium van de vorige aardse 20ste eeuw de inmiddels geheelde, duiveneigrootte oorlogskater in het malse boven dijbeenvlees van m’n grootmoeder passeerde; kondigden al die bruuske veranderingen zich reeds aan. Het ambachtelijke schrijnwerkerijtje van Louis en z’n zonen, vocht nog een aantal jaren tegen de steeds goedkopere grote meubelfabrieken.  In hun ateljeetje waren alleen de nagels en enkele werktuigen van metaal.  Al de rest rook heel zalig naar door mensenhanden bewerkt hout. De kalme sfeer die er heerste kan je niet in woorden vertalen. Wanneer de op een primitief motortje lopende cirkelzaag draaide, keek elke toevallig aanwezige gast naar het moment dat de handen van één van de drie houtbewerkers gevaarlijk dicht in de buurt van de niets ontziende zaag kwamen. Die ongelofelijke kalmte in het bloed en het handelen van die schrijnwerkersfamilie, stond tegenover de steeds opgedreven dagtaken in het bedrijf van m’n grootouders. Noodgedwongen dienden ze het tijd -en prestatiemonster bij te houden en alle nieuwe trends op te volgen.  Sproeistoffen voor de laagstam, terwijl de verdwijnende hoogstambomen er geen vandoen hadden gehad, maar ook het fruit, niet alleen de mensen moesten volmaakt van uitzicht worden.  De boeren, ambachtslieden en zelfstandigen die dat niet deden konden best naar steun of loon gaan uitzien.  Hun kinderen werden tot een nooit geziene diplomajacht aangezet. De vakbond van de ondertussen als landbouwers betitelde boeren, groeide uit tot een landelijk instrument van het grootkapitaal.  Het sociale verenigingsleven en de katholieke dorpsschooltjes werden, tegen die achtergrond door de pastoors gepatroneerd.  Iedereen sprak die aanvankelijk in het zwart gerokte heten met ‘mijnheer pastoor’ aan. Vrouwen, mannen, meisjes en jongens, in hun christelijk geïnspireerde afdelingen, liepen geruime tijd haast kritiekloos afgelijnde activiteiten programma’s aan. De tijd was wel door dat ze zich in het Latijn lieten overbluffen, maar nu verengelste de wereldcultuur en die diende nog al eens te veel de verkoopcijfers.  Net toen m’n vader de Latijnse woorden voor de misviering begon te kennen, schakelde de Kerk na eeuwen op de gestandaardiseerde Nederlandse taal over. Eerst vonden enkelingen dat ongehoord, later vond iedereen het de normaalste zaak van de wereld en zo zou het nog met veel gaan. Nadenken over de moeilijke achtergronden waarvan de cultuur de mensen en hun levens verwijderd hield, was er nog niet teveel bij. De oude kleine zwartrok vertrok zo sympathiek wuivend als dat hij zich bij zijn ‘inhaling’ vermoedelijk had voorgedaan. De ‘nieuwe’, langere herder was een oerconservatief. Doch ook hij liet na een tijdje de rok voor wat hij was en kostumeerde zich in het grijs met een licht metalen kruisjes op de rechter pakvleugel…’een soort gothics avant la lettre’.  Hij was een heel bewegelijk, zenuwachtig type.  Rond die tijd werd onze pa zijn misdienaar. De ene keer prees hij hem naar dehoogste regeringsposten (‘”die van jullie wordt nog eens minister”), de andere keer verweet hij hem voor vagebond, omdat hij hem het touw dat zijn misrok ophield, verkeerd aangaf. Wat er ook voorviel, de sigaren paffende herder maakte zich altijd kwaad indien hij geen bijbels gelijk kreeg.  Maar ja, hij zou wel gelijk hebben, want hij kende Latijn, zo redeneerden er een aantal. De man ontdekte zelf sop een dag dat zijn misdienaars aan de wijn gezeten hadden, want hij had inkt op de fles gesmeerd. Vader kon toen nog niet vermoeden dat men van celibaat nerveus kan worden. Dezelfde volksmisleiding ging van vele neppolitiekers uit, wanneer ze langs de pers hún met consensus saus gekruid, zanderig misTtaaltje in de hersens van de nietsvermoedende burger binnenvetten; waren ze op hun best.

In die sfeer van alle jaren terugkerende rituelen en overbluffingen allerhand, groeide vader uit zijn kinderjaren. Al het gene hij niet begreep, klasseerde hij aanvankelijk als ‘ontoegankelijk’. Te geleerde dingen behoorden tot het domein van dokters, pastoors, onderwijzers of vaders of zo, alhoewel. Zijn goedgelovig, onbegrensd vertrouwen in een soort ‘goeie gang van zaken’, was gebaseerd op een eerlijkheid en goedwilligheid die hij ook van andere mensen verwachtte. Verwachtte…niet eiste…op dat gebied was er wel nog wat werk aan hem, dacht hij soms na desillusies. Zijn vertrouwen in de mens en de mensheid was te onbegrensd.  Hij oriënteerde zich op de positieve kanten van zaken en mensen. Was dat soort nederigheid een uitvloeisel van een op straffen en strengheid gefundeerde nonnen –en patersopvoeding op school of een soort genetische erfenis van overwegend gemoedelijke mensen die zich niet agressief aan hun omgeving opdrongen ?

Doordat hij het van kleins af aan voor zijn kameraadjes opnam leerde hij wel dat je soms verplicht was van kamp te kiezen en het barmhartige, vergevingsgezinde en vergoeielijkende in hem tot gepaster vormen en normen te hanteren.  Hij werd immers al eens te veel bedot, voor hij de nodige mensenkennis kon opdoen. Zonder zich eerst van die oorsprongen van gerechtigheidsdrang bewust te zijn, zocht hij naar de redenen voor het beschadigde deel in een deel van de mensen rondom hem. In het begin met te weinig kennis en ervaring handelend, te vaak met een naar perfectionisme neigende instelling en een te grote bekeringsdrang om de zin van allerlei dingen in het leven uit te leggen en dan te hopen dat mensen er iets zouden aan hebben in  hun emotionele evoluties en onderlinge relaties.  Een stuk verder in de tijd, deden zijn bijeengesprokkelde ervaringen hem minder individualistisch en meer overlegd, gepast impulsief en kalm te werk gaan.  Alhoewel hij muggenzifterij haatte, kwam hij altijd op een bepaald punt in zijn leven tot een in wezen ogenschijnlijk pietluttige vaststelling. “Een detail”, zo zei hij, “ mag dan als medeverantwoordelijke in een reeks bewegingen van een groot maatschappelijk geheel, te verwaarlozen zijn; toch kan je van uit een onderdeeltje van een bepaalde situatie vertrekkend, de echte symptomen der grote structuren aantonen, zowel op individueel als collectief vlak; één groot net ergens in de kosmos…(of daarbuiten)”. Telkens hij met een dergelijk staaltje afkwam, wist de rest van de familie of vrienden of zo dat hij het volgend uur met meer beschouwelijke praat ging vullen…(oei).  Hoe verder hij hier in ging, hoe minder goed men meekon natuurlijk, ook dat had hij aanvankelijk niet door en ook dat was een heel leerproces, waarbij hij van het onbegrip het nodige leerde ook om het hele plaatje van het zijn op de duur beter en beter te snappen. Hij wist vaak beeldend te verhalen nochtans, schrijvend was hij beter, hoe de ‘mère superièure’ in ’t dorpsschooltje rondliep.  Hoe ze voor alles wat de leerlingen niet mochten verstaan, in ’t Frans met de ‘juffrouwen’ sprak. Hoe ze na haar dood in een stedelijk kloosterkerkhof bijgezet werd.  “Ze is terug naar haar bruidegom, had een andere non gezegd”.  Zo een dingen onthield vader dus om over na te denken, zich niet bewust dat hij door zoveel ook over de dood na te denken, zich in zovele levens in te leven had om de verbanden te snappen, simpel genoegen nemen met het kroniekschrijver zijn, was niet genoeg.  De daarnet geciteerde non had hem ooit in de kleuterklas met sandaalstampen achtervolgd toen hij bij het spelen een vaas had omgegooid. ‘Sint Nicolaas’ was geweest en hij (mijn vader) liep met een paar indianenpluimen door het klasje, maar ja , die vaas stond daar ook.  Vaders geheugen scheen soms een onuitputtelijk archief van bijgehouden herinneringen.

De ‘pisbloem’ waarover hij twijfelde of hij ze tijdens een plantenverzamelingsopdracht wel mee naar school zou nemen, want die bleek achteraf ‘beschaafder gewoon ‘paardenbloem’ te noemen.  De affiche van ‘broederlijk delen’ (twee boterhammen die elk een beet misten), was in plaats van beleefdheidswenk bedoeld als fondslokker voor het katholieke bekeringswerk in de ver weg gelegen ‘heidense’ gebieden. Kortom, bedrukkende en achteraf soms gedeeltelijk of volledig grappige momenten wisselden elkaar af. Toch zette de ‘volwassen’ verzameling van zwarte klerendragers en hun lekenonderdanen een domper op een zelfontwikkeling zoals hij die later kwam te zien. Hij had er bijna een beetje een onnozele, verklaarbare schrik voor ’t einde, voor ongelukken en voor de gevolgen van de met sancties verbonden reglementen van, het zij de strenge meesters of ware het God van gekregen, als hij zijn ‘verzet’ natuur niet had weten te behouden, verzet ook in de betekenis van iets luchtig te houden.

‘Staat’ kende hij alleen nog maar als ‘politie’.  Daar diende je ijzig op je hoede voor te zijn.  Er mee in aanraking komen, dat kon zo een brave als hij niet overkomen, dacht hij.  Ook m’n overgrootvader respecteerde hij.  Geen wonder dat hij van jongs af aan een soort volgzame stiptheid aankweekte. Op de momenten dat hij niet in ’t familiebedrijf meewerkte of school liep, durfde hij toch nogal eens eigenzinnige fratsen uithalen.  Ook zat hij soms voor het slapengaan op zijn kamer te mediteren opdat ‘het’ hem en anderen wel zou lukken…bidden noemde men dat toen. ‘Het’, wat dat dan wel allemaal was, bleef nog af te wachten.  Het was dankzij een volhardende koppigheid dat hij niet totaal van de hem nog te wachten staande feitelijke realiteiten vervreemde.  Na de lagere school begon voor hem een tweede soort geestelijke mistgordijn. De toenmalige katholieke scholen, met in zijn stouter wordende ogen, beklagenswaardige lekenopvoeders, hielden lange tijd aan een ‘gescheiden ontwikkeling’ vast. Naargelang je ene jongen of een meisje, op het enen gebied begaafd of minder begaafd was, werd je anders geprogrammeerd. Het was een vruchtbare verdeel –en heerspolitiek, op een bepaalde manier dan toch; die kunstmatig gescheiden deelgroepjes in stand hield.  Sommigen van zijn medescholieren vonden het daardoor vanzelfsprekend dat ze beter waren dan die van de rijksschool of die van de beroepsafdelingen.  Niet alleen de maatschappij, maar vooral de vrouwen werden hen van alle kanten als totaal andere wezens voorgeschoteld.  Voor velen, die sociaal gezien opstandiger werden; was de geïdealiseerde achtervolging van ‘het vrouwmens’ de strop van hun ontluikende systeemkritiek. Het zaterdag avond ‘slow dansen’ had dan ook meer succes dan om ’t even welke politiek geïnspireerde benefietavond. Het soms te negatief beleefd, over emotioneel, in functie van de praktische vrouwelijke ingesteldheid reagerende ‘mansmens’, viel vaak uiteindelijk terug tussen de plooien van respectievelijk moeder, meisje, school, werk, vrouw of d’ een of d’ andere actief of passief beleefde hobby. (en omgekeerd of beiden soms). Een derde obstakel was de overdreven schoolse prestatiedrift en de daaruit voortvloeiende faalangst.  Het was in die dagen dat zich een nieuwe diepgaande economische crisis aankondigde.  Een crisis die naar de heersende geplogenheden heel simplistisch uitgelegd werd.  Het kwam natuurlijk alleenlijk door de hoge olieprijzen, die onbevooroordeelde objectieve school en media toch. Rond die tijd had vader een bepaald jaar die onverklaarbare herexamens gehad.  Dat was dat jaar, toen er in ’t land massaal tegen de defensie politiek betoogd werd.  De leerlingen van vader’ s school stonden toen bijna allemaal voor de door de opzichter dichtgehouden schoolpoort…klaar om de scholierenstoet van de andere onderwijsinstellingen te vervoegen.  M’n vader duwde die vent voor de poort weg, de scholieren raakten buiten…maar pa een maand later niet door een paar herexamens.  Al probeerde hij vaak in een door ‘meerderen’ gevraagde traditionele pas te lopen, toch kon hij het regelmatig ‘ongepaste’ kritiek uiten niet laten.  Hij deed er wel leerrijke machtsverhoudingen door op.  Naarmate zijn begrip van en zijn begeestering voor filosofie, kunst, sociologie en wetenschap en geschiedenis steeg, des te minder trok het vakjes schoolse systeem hem aan, de ‘paardenbril’ voor een ruimerdenkend gezichtsveld, vooral ook beperkt door een politiek en echt religieuze, geen godsdienstige kijk op leven en dood en een blinde aanvaarding van de economische ‘wetmatigheden’ daar nog eens boven op. Was er eeuwig leven ? Ok, wilde hij over praten, maar dan niet alleen met de oude argumenten.  Nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en andere, logischer inzichten, leerden hem zijn geconditioneerde schuchterheid meer achterwege te laten. Wat hem daarbij het meest stimuleerde, waren de talloze vakantiedagen en ieder vrij uur waarop hij hard lichamelijk werk met een rechtstreeks tastbaar resultaat, als één van de grootste geneugten des levens ging beschouwen.  Het bracht hem een enorme verantwoordelijkheidszin en een binnen tijdsbestek leren werken bij.  Hij kon z’n eigen fysiek uiten door tussen de schooldagen door keihard te werken. Kisten sjouwen, camions laden, met de tractor en ’t materiaal ’t veld in, fruit sorteren, plukken of met z’n vader of oom of andere werkmannen naar binnen –en buitenlandse groothandel fruitmarkten…hij genoot er vaak van. Maar weer stelde hij zich een aantal vragen.  Voor wie fruit sproeien ? Voor die bepaalde mensen met van die wensen die vroeger niet bestonden, geen schoonheidsfoutjes op het fruit bijvoorbeeld.  Op grote schaal is men als fruitkweker verplicht te sproeien, want de consumenten willen een ideaal product, in de natuur werkt gezond anders en tussen mensen ook eigenlijk. De sproeistofproducenten waren, zijn er goed mee.  Waarom fruit sorteren naar diktemaat ? Een kilo is toch een kilo. De consument zou ze even goed uit de bakken kunnen rapen…was al dat werk eigenlijk alleen maar nodig omdat mensen tijdens het werken beter, ieder op zijn manier filosoferen, mediteren konden…want buiten het werk was er niet zo veel gelegenheid om van de tv weg te blijven en echt cultureel bezig te zijn. Waarom met een volle camion naar de markt rijden en na de vaak de te snel verlopende verkoop en levering één derde terug mee naar huis sjouwen, de frigo’s weer in om ’s overmorgen ‘s , kriekezottevroeg, met dat al minder kwalitatieve derde en steeds wisselende prijzen te moeten herverschijnen ? Welk soort logica was dat eigenlijk ? Waarom een zeventig uren week, als ‘een ander ‘ zijn veertig klopt ? Waarom die ingewikkelde boekhoudkundige verplichtingen die zijn ouders van hun overblijvende tijd beroofden ?  Was een eventuele overname wel financieel haalbaar voor hem ? Had je nog wel tijd voor iets anders, wanneer een onderneming voortdurend moest groeien om niet te verdwijnen ? Het waren allemaal vragen die hij zich soms veel te nadrukkelijk en met over verantwoordelijkheid naar anderen toe stelde. Daardoor lag de zakelijke kant van het bedrijf duidelijk niet in zijn aard.  Hij had meer voldoening van het werk met de ex-mijnwerkers, die zich nog te jong voelden voor ’t pensioen en die hun longen in de boomgaarden met andere dan mijnlucht volpompten. Hij leerde van hen dat hijzelf niet zo onvervangbaar was als hijzelf wel dacht te zijn.  Hij leerde van hen in het verleden te berusten en toch weerbaar te blijven.  Hij leerde van hen dat er één dag voor aller heiligen en aller zielen moest zijn. Hij had voor hen dezelfde bewondering als hij voor zijn hardwerkende ouders had.

M’n grootvader voorspelde zijn zoon tijdens de hoogconjunctuur der jaren zestig, dat de werkelozenrijen vanaf de jaren zeventig tot een miljoen zouden aandikken.  Grootvader zag alle heil in groei en zelfbereddering.  Dat laatste stond gelijk met noest werken om zo veel mogelijk loonkosten uit te sparen. Vader wou wel blokken voor maatschappelijk werker, maar deed  het dan toch niet, omdat hij door aal die torenhoge absurde sociale verdeelsleutels al op voorhand als bureaumarionet van een toevallige politieke meerderheid zou moeten dienen. Aanvankelijk koos hij voor ’t leven tussen de sjouwers en de inpakkers en vooral voor ’t werk buiten.  Totdat hij na een op lange termijn vooruitgeschoven berekening besloot om het maar niet als zelfstandige te wagen. Tijdens de vele ledige uren van zijn legerdienst (de eerste ervaringen in die soort waar voor hij vrij unieke oplossingen zocht, en nadat hij nog een aantal jaren als arbeider bij m’n grootouders werkte, werd de druk en het belang van wat hij met zijn toekomst ging doen, zo groot, dat hij het niet meer relativeren kon. Wat zou het worden, het overdrukke leven van grootvader verder zetten of aan een eigen weg timmeren ?  Vooral wegens ergens die ongeschreven morele verplichting dat een zoon zijn vader dient op te volgen, na al diens investeringen; woog de beslissing zwaar.  De financiële onhaalbaarheid en de hoop dat z’n ouders zich niet meer verplicht zouden zien van zo hard te blijven werken, hakten de knoop door.

Hij begon aan z’n nieuwe job, een bedienden job, midden in een stakingsweek.  Daar hij nog niet bij een vakbond aangesloten was, wilde hij gewoon om ‘geen slechte indruk te maken’, blijven doorwerken.  Toen hij achteraf de verhouding tussen arbeid en werkloosheid bleef volgen en bestuderen, vond hij z’n vakbondsallergie maar van een weerloos allooi.  Over vakbonden en partijen zou hij wat later veel bijleren. Het zat hem dwars dat hij individueel gezien eigenlijk bevooroordeeld was op hen die ook mét een diploma geen werk hadden. Ook voelde hij zich ergens niet goed in zijn huid.  Hij was gewend van lichamelijk meer te presteren dan dat hij nu van achter zijn bureau ’s avonds maar leek gedaan te hebben.  Het administratieve lag hem duidelijk nog niet te best. Dat gevoel verdween toen dat hij besefte dat hij toch ook in de kosten –en batenanalyse van de firma verrekend zat. Soms vroeg hij zich af of hij niet beter in de firma van zijn familie gebleven zou zijn.  Daarvan loskomen was een proces dat te maken had met het geleidelijke inzicht dat alles en iedereen aan andere financiële implicaties gebonden lag en dat het kleine familiefruitbedrijf sterk onder de verslechterende economische toestand en de al aangehaalde structuur veranderingen in de distributie leed. Weer dacht ik aan al die keren dat vader op het belang van mensenkennis wees.  “Je mag je nooit laten inpompen”, zei ie dan, “dat je bij een confrontatie met om ’t even wie over respecterend of ondoordacht volgzaam moet reageren. Je moet iedereen op zijn echte waarde leren schatten in plaats van de mensen direct op te hemelen en hun negatieve punten weg te cijferen. Je moet je goedheid tegen bepaalde misbruiken afschermen.  Denk er aan.  Achter een zich belangrijk gekleed iemand kan een hele egoïstische persoon zitten, of juist ook niet. Je zal mettertijd wel leren dat sommige mensen veelal bange, gedesoriënteerde, wezens zijn die zich veelal slechts oppervlakkig over de voor hun belangrijke dingen uitlaten, niks mis mee; maar op de duur verlopen de dialogen er mee niet zoals ze zouden kunnen zijn indien ze voor hun eigen een aantal latten wat hoger zouden leggen. In zijn boeken probeerde m’n vader dan ook te doorgronden waarom de meeste mensen buiten hun werk zo moeilijk contacten legden…met kennissen makkelijker dan met Kennis”. 

Hetgeen hij niet bereikte, was, dat ik, zijn zoon, diezelfde begeestering van hem overnam.  Inderdaad.  Alhoewel ik zijn passie verstond, interesseerde ik mezelf niet aan al die dingen.  De vierde generatie, t.t.z., ik; Ruben Vanstock, werd na mijn doctoraat in de natuurwetenschappen, werkzaam bij de Europese ruimtevaartmaatschappij en later bij de.  Na een aantal moeizame selecties werd ik voor een gemeenschappelijk Amerikaans-Europees-Russisch-Chinees ruimteproject als kandidaat astronaut opgeroepen. Uiteindelijk viel ik er dan op ’t laatst toch nog af, zodat ik voor die experimentele vlucht met een nieuwe op fusie kernkracht aangedreven motor, aangeduid werd.  Voor mij dus geen teamvlucht, maar solowerk, dat me nu hier uiteindelijk in deze hersenbegeleider doen belanden heeft.

De denktank, gedachtenlezer en historicus Hoelang zat ik nu reeds in de hersenbegeleider ? M’n blik viel op het hendeltje naast dat van het Moltageluid.  ‘Oh ja, de denktank’, dacht ik, de twee vorige gegevens verbindend. Ik schakelde ‘het’ in. Tot overgrote verbijstering van al m’n zinnen, kreeg ik, zonder de vraag in het microfoontje in te spreken, al dadelijk het antwoord. “Je bent twee aardse kwartieren hersenbegeleid”, zei de denktank. Voor het eerst kreeg ik het later weer verdwijnend gevoel van bespioneerd te worden…en wat, maar een halfuur ? Ik wist wel dat er op vijf minuten veel door m’n hoof kon passeren, heelder romans, maar dat verbaasde me nu toch. Het duurde een poosje voor ik de situatie door had en weer helder denken kon.  Wat kon het mij ook schelen dat ‘het’ mijn gedachten las en dat ze misschien werden afgeprint. Wat had ik tegenover het onbekende te verbergen ? Het volk der Kritoanen ging mij helpen, zoveel was toch duidelijk ? “In naam van alle Kritoanen, ben ik daar in hun plaats zeer tevreden over, vriend Vanstock Ruben”, leidde de denktank dan weer in mijn brein in. “Je had bij mijn antwoord op jouw onuitgesproken vraag evengoed woest je koptelefoon kunnen afgooien hebben. Aardlingen kunnen soms heel gekwetst reageren, als je hun privaccy binnendringt. Ook via een niet uitgesproken vraag kan ik reageren. Geef toe, je zou niet aan het experiment hebben deelgenomen, indien je op voorhand had geweten dat we je gedachten zouden kunnen lezen. Ik vond het niet aangewezen dat je dat zou weten eigenlijk, zit je er mee ? Ik kan je al verklappen dat we ook je leven als een film kunnen zien, maar later meer daar over. Hopelijk maakt het je niet geremd, want dan moet ons systeem proberen van eerst een aantal storingen in de beelden en het geluid te corrigeren, hoe spontaner je blijft, hoe beter alles zal verlopen”.  Ik schrok niet meer.  Ik was me te bewust van het Kritoaans overwicht inzake techniek. Daarbij, de denktank had voor mij iets sympathieks over zich gekregen, iets zoals een objectieve vriend zonder vooroordelen.  “Uit m’n tijdens je hersentocht uitgevoerde berekeningen, werd het me vlug duidelijk dat jouw opgelopen hersenschudding en gemoedstoestand aan de beterhand zijn. Daarom wachtte ik juist tot je me inschakelen zou.  Voor je me aanhendelde was je aan een retrospectieve kijk op de wereld zoals jij die gekend hebt toe.  Ga nu maar verder je gang.  Als er zich een vergelijking met Krito zou opdringen, kom ik wel even tussen als je dat wenst, je hoeft me er zelfs niet voor weg te hendelen”.  En weg was tankmans.  Wat werd er hiernog wel van me verwacht ? Het was niet makkelijk om  het einde van de 20ste eeuw naar de helft van de 21ste eeuw zomaar te overlopen, nooit in de wereldgeschiedenis was er zoveel veranderd in mijn wereld ver weg.  Waar zou ik beginnen ? Bij algemene sociale ontwikkelingen of bij persoonlijk beleefde toestanden ? Ik probeerde me op de grote politieke en economische ontwikkelingen te concentreren.  ’t Kwam er in feite een beetje op neer dat de wereldnet niet opnieuw in een grote brand verzeild geraakt was. De kapitalistische economie slaagde niet in om het armere deel van de wereld te ontwikkelen.  Het wereldwijd karakter van om ’t even welk probleem werd stil aan duidelijker voor een groter deel van de publieke opinie in de arme en armer wordende landen.  De wereldeconomie die het systeem langs het werk van miljoenen mensen om had opgebouwd, stond op lemen voeten. Enorme begrotingstekorten (vooral door de militaire uitgaven in sommige landen) en schuldenlasten, van de derde wereld tegenover de rijke landen bijvoorbeeld (cynisch eigenlijk), samen met herstructureringen om nog meer winsten te kunnen maken, leidden tot een reeks faillissementen vanaf de jaren 1970 vooral.  De verliezen in de economie, daar moest de gemeenschap voor opdraaien, de winsten daarentegen… . Tegen 2008 hadden een aantal landen zoals China vooral en in mindere mate Brazilië en India en Rusland een inhaalbeweging gemaakt tegenover landen als de VS en de Europese gemeenschap.  Speculanten hadden zo zeer de macht gekregen over een economie gebaseerd op kunstmatig geschapen geld, dat het boeltje begon in te stortten en weer een reeks banken onderuit haalde.  De burgerlijke economen konden geen recepten meer bedenken om uit de crisis te raken; een crisis die niet alleen de onderste inkomenslagen trof, maar ook steeds meer mensen uit de middenklasse.  Noch door geld te lenen of bij te maken, noch door geld uit de economie weg te trekken, kon men weer tot groei komen. De koopkracht daalde, het verzet en de nood aan een degelijk anti-armoede alternatief, namen overal, ook in het eens zo rijke Westen toe in het begin van de 21ste eeuw. Oorlogen om grondstoffen en strategische posities en gewoon om landen die onder invloed van andere landen stonden te verzwakken, bleven duren. De linkerflank van de politiek kreeg ademruimte, nieuwe bewegingen kwamen ook via de nieuwe telecomtechnieken snel op; er leek veel verandering op til in het begin van het 2de decennium van de 21ste eeuw.  Zuid Amerika, na jaren van dictaturen en verdwijning van syndicalisten, was aan het verlinksen en Noord Amerika kende meer en meer Occupy bewegingen en andere vormen van verzet dan dat  men het daar ooit voor mogelijk zou hebben gehouden. De oude imperialistische krachten moesten toezien dat een land als China, dat geen militaire avonturen begon Afrika veel meer ontwikkelde dan de vorige contracten tussen het Westen en sommige marionettenregimes ginder.  Een groeiend bewustzijn maakte zich van de geesten meester, maar dit vertaalde zich voorlopig niet in revolutionaire standpunten, zodat men nog jaren met de oude burgerlijke vormen van democratie werken moest om de schade van de crisis voor de slachtoffers er van te beperken. Velen vreesden dat er door een samenloop van omstandigheden, de crisis en de militaire conflicten en bedreigingen, vooral in het Midden Oosten en Noord-Afrika, een nieuwe wereldoorlog zat aan te komen met een mogelijk Hiroshima in Europa tot gevolg, een Euroshima; vermits Europa en de VS Israël maar bleven steunen en er vóór de arbeidersrevolutie in Palestina en Israël maar geen eengemaakte staat tussen Israël en Palestina kwam. Een verstandige zit want anders zaten ze daar met twee grondgebieden met eilandjes van de andere Staat er tussen.  Wat in 2011 begonnen was als de ‘Arabische Lente’ had nog vele jaren van conservatieve parlementaire regimes nodig voor de bevolkingen begrepen dat er een andere vorm van democratie moest komen. De aanzet kwam uit Europa waar vooral de werkloze jongere bevolking die andere manier om het samenleven te organiseren begon als eis naar voor te brengen.  Men wilde voortaan verkiezingen waarbij het programma zelf eerst goedgekeurd moest worden in een eerste ronde, maar dan een op de algemene noden van de hele wereldbevolking afgestemd programma met een aantal overgangseisen naar een steeds verder uitgewerkt programma toe.  In een tweede ronde zouden dan de dirigenten daar van op de verschillende projecten daarrond verkozen worden.  Het idee kreeg meer en meer aanhang in vergaderingen, op ’t internet, op straat en uiteindelijk in  het parlement.  Het referendum als democratie vorm werd populairder, want de oude heersende klassen zaten met de handen i n het haar, voortaan kon men zijn stem uitbrengen tegen wat er op de wereld het meeste fout liep en voor de oplossingen : http://bloggen.be/conscience2008

‘k Was me nog maar net aan het afvragen of er zich op Krito geen gelijkaardige analoge situaties zouden afgespeeld hebben of na een paar fracties van seconden kwam de denktank weer tussen.  “De verre en nabije voorgeschiedenis van het laatste zeventigtal jaren uit jullie evolutie, komt voor 95 percent overeen met de onze. Het heeft hier ook niet veel gescheeld of we hadden hier ook een hele beschaving naar jullie ‘bliksem’ geholpen. Voor dat alles zich hier ten gunste van de meerderheid van gewone Kritoanen ging ontwikkelen, is hier ook een tijd met angst voor grote vernietiging omgegaan.  Bij ons is dat alles al 543 aardse jaren geleden eigenlijk. In één van de laatste jaren van onze oude tijdrekening, werd op de laatste Kritobasis, de allerlaatste bevelhebber van het leger der heersende klassen afgezet.  Een periode van vrede en de uitbouw van een samenleving met Kritoaanser waarden kon beginnen.

 Zonder een gepaste, op het overkoepelende ingestelde mentaliteit, konden we niet tot een rechtvaardiger manier van organiseren komen en iets nieuw in stand houden en daar hebben we dus aan gewerkt sinds toen.  Kritoanen opvoeden in een geest van solidariteit en objectiviteit. De macht over de toen even zeer hoogtechnologische Kritomaatschappij, lag vroeger in handen van de Sanskruppen, een kleine groep enorm rijke speculanten. Van uit deze kleine groep vertrokken alle machtsvertakkingen van onze oude samenleving. De Sanskruppen waren er in geslaagd van alle vormen van communicatie ten diensten  van hun aan de macht blijven aan te wenden. Als eigenaars van zowel pers-als telcom lieten ze niet de minste ruimte voor een cultuur die de geldbelangen van de bezitters van de grote economische sectoren zou aantasten.  Zelden vond je in een toneelstuk of in een film een spoor van verzet tegen bepaalde oppervlakkige manieren van denken. Heel de speculatieve geldwereld kreeg jullie ‘kicks’ door het doen en laten en het inkomen van de Kritoanen te bepalen en in handen te houden.  De aanvankelijk tegen mekaar opgezette werkersgroepen leerden geleidelijk aan dat het de Sanskruppen en hun alles dominerende handlangers waren, die de economie in een voor de werkers chaotisch sukkelstraatje hadden gebracht.  Alle sektoren die voor de Sanskruppen geen superwinsten meer konden opleveren, gingen voor jullie ‘bijl’.  Aangezien het bindmiddel voor het toenmalige kritoaanse samenleven, ‘Manial’, jullie noemen het ‘geld’, was; werd het leven op zich en iedereen zelf, ondergeschikt aan de jacht er op.  Diegenen die geen ‘bemanialde’, ‘betalende’ bezigheid hadden, werden in de door Sanskruppen beheerste staatsorganisaties geplaatst om zich vaak met , op dit ogenblik totaal overbodige bureaucratische uitvindsels zoet te houden. Men was in feite voor een job te vaak van de machthebbers afhankelijk. Onder de dekmantel van het zij godsdienstige, eng-Kritobasische, corporatistische of zelfs racistische motieven speelde bijna iedere partij eigenlijk op een verdoken manier, bewust of onbewust het systeemspel van verdeel en heers mee. De eigenlijke aanleiding van de omwentelingen hier op Krito; lag in het feit dat de meest bewuste oppositionele Kritoanen zich organiseerden.  In tegenstelling tot groepen die een overwicht van bepaalde federaties voorstonden, werkten deze groepen veeleer in globaal Kritoverband. Deze Kritiskers waren veelal die individuen die het sterkst weerstand boden aan het proces van maatschappelijke afvlakking en Sanskruppische afstompingsmethoden. Door hun werking, hun publicaties en hun onomkoopbaarheid gingen ze langzamerhand een andere levensvisie en een logischer maatschappijvorm propageren.  Alhoewel de reactie van de regeerders daar op meer welstand was voor sommige groepen, ging het de Kritiskers daar niet alleen om.  De werkstress was veel te hoog en men wilde het verdeel en heers gedoe niet meer, sommigen werk andere niet enz… . Sommige Kritiskers hielden niet zo van aan politiek doen en begonnen een soort tweede, ambachtelijker productienet van kunstateliers,  kleinere coöperatieven, productie van gezonde voeding en zo meer.  De negatieve ingesteldheid ten overstaan van culturele waarden en het spirituele, verdween meer naar de achtergrond naar mate te veel mensen echt afgestompte, over consumerende culturele analfabeten waren geworden en open kwamen te staan voor basisprojecten die via de Kritoaanse facebook werden gepromoot.  Vroeger had men hier veel uitlaatgassen overlast, dank zij de protesten daartegen en het nieuwe bewind dat energie op cleane basis opwekt, is dat allemaal verleden tijd. Al deze eisen werden hier ook uiteindelijk via een referendum in een programma gegoten en hier verkiezen we onze dirigenten op projectlijsten en niet langer op partijlijsten.  Sinds dien zijn we geëvolueerd naar een samenleving zonder leger, alleen de politie is bewapend, maar omdat iedereen meer met cultuur dan met productie om massaal winst te maken bezig is, is er bijna geen criminaliteit, het snobisme van de levenswijze van de vroegere elite, het zoveel mogelijk goederen willen bezitten, heeft plaats gemaakt voor een andere instelling, namelijk, begrijpen waar het leven en de dood nu eigenlijk echt om gaan en begrijpen dat het relationele leven belangrijker is dan productie.”

Men laatste gedachte was ‘herbronning’ geweest. Ik moet wat lomig geweest zijn en viel in slaap maar bleef precies voor een stuk wakker.  Het woord ‘herbronning’ liet m’n scherpe aandacht  van de historische denktankschets over Krito naar mijn aardse informatie overwippen. Ik dacht aan de titel van één van vaders fictie boeken “de nieuwe baronnen”. De oude baronnen, de vroegere invloedrijke uit de feodale adel gegroeide kringen en de burgerij van vroeger.  De nieuwe baronnen, de elites van conservatieve partijen later, die de belangen van een imperialistische politiek bleven dienen. Hij schreef het toen hij zich na zijn vervroegd pensioen voor een tijdje in Griekenland vestigde. De personages en verwikkelingen die dit werk droegen, verschilden in weinig met de toestanden en tegenstrijdige karakters en ingesteldheden die in het verre noorden thuis beschreef. Eén ding lag de zuiderlingen een ietsje vlotter aan het hart.  Werd er bijvoorbeeld, bij ons nooit over politiek gesproken; de Grieken waren er des te meer mee bezig in hun conversaties. De gemiddelde, koeldere noorderling reageerde soms wel behoudsgezinder dan de minder welvarende Griek. De Grieken waren dan wel maatschappijkritischer en linkser; ook zij zaten opgezadeld met een politiek zuilensysteem van gunsten, met een op een conservatieve leest geschoold verkiezingssysteem, dat hen op een bepaald moment in mei 2012 vast zette. De bevolking wilde niet opdraaien voor de speculatieve verliezen van de banken en het wanbeheer van regeringen, koos wel linkser, maar links raakte het voorlopig niet eens over een strategie.  De ‘nieuwe  baronnen’, de oude en nieuwe soorten superrijke miniklasse die een meerderheid aan middelen bezat, wilde haar macht niet kwijt en zou alle middelen gebruiken, tot de lancering van een soort Griekse nazipartij toe om haar greep op de politieke ontwikkelingen te kunnen blijven behouden.  De machtige klassieke partijpotentaten, waarvan een groot deel van de massa voor het bekomen van tijdelijke of vaste overheidsjobs of om uit het sociale doolhof wegwijs te geraken, afhankelijk was; kwamen door de massale verarming toch electoraal in nauwe schoentjes te zitten.  De belangrijkste politieke daad die de nieuwe lijfeigenen vroeger stelden, was het politiek kleurloos blijven.  Dit zo lang mogelijk volhouden, had het voordeel dat je, naargelang de politieke omstandigheden op het om het even welke politieke paard kon wedden om carrière te maken ook.  Nog anderen probeerden het door zich in bepaalde partijen verdienstelijk te maken, maar dan op een politiek inhoudsloze manier.  Voor het merendeel der beide groepen was dit niet alleen een weloverwogen politieke zet, maar meer een ‘must’, een ongeschreven code omdat ze nu eenmaal dank zij een nieuwe politieke baron of burocraat in een aan een bepaalde politieke kleur gebonden mutualiteit, school, verzekering of staatsjob werkten…en wie kwam er nu over al die grenzen heen tegen zijn eigen broodwinning op ? Net zoals men vroeger de macht van de geestelijken niet in vraag stelde, zo durfden de latere generaties  dus ook nauwelijks aan de macht van de ‘nieuwe’, op het arrivisme berekende ‘intellectuelen’ tornen.  Het breken met die manier van politiek bedrijven, zou eerst door een niet te stuiten economische crisis in een stroomversnelling komen. Het lag dus niet zo zeer aan het klimaat of het temperament,…feit was dat de Grieken hun vertegenwoordigers van de verschillende politiek kasten op den duur meer op hun politieke stellingnamen dan op hun dienstbetoon beoordeelden.  Ondoordacht had dit tot gevolg dat een deel van de linkse kiezers de vergissing maakte uit boosheid ook om toch nog op oude of nieuwe conservatieve partijen te stemmen. Al hadden de kleiner, door de geschiedenis van het socialisme uiteen gegroeide politieke partijen en bewegingen meer succes dan in het noorden, hun historische taak zouden ze in vaders boek niet waarmaken; zo meende ik me toch te herinneren…hoe liep dat nu weer af ?

In de ‘nieuwe baronnen’ waren de urenlange en jaren durende palavers tussen bijvoorbeeld Vlamingen en Walen of Grieken en Turken, koren op de molen van de eens te meer door de burgerij en een deel van de andere klassen gesteunde fascisten.  Ook buiten die landen beschreef m’n vader de omvang van die neofascistische, wereldwijd vertakte, antisociale beweging. Zijn boek was ook een poging om een aantal rechtse mythes te ontkrachten. Vaak deden conservatieven zich als verdedigers van  het christelijke geloof voor bijvoorbeeld, terwijl de meer progressief ingestelde mensen eigenlijk de echte verdedigers van sociale waarden als solidariteit waren. Het was in de Verenigde Staten wachten op de grootste bankencrash na wereldoorlog twee, voor dat men onder andere via de ‘occupy’ beweging aan een soort tegenkracht voor het aartsconservatieve denken van een deel van de bevolking aldaar begon. Een groot deel van de personages uit ‘de nieuwe baronnen’, vergaapten zich aan de status en geluk normen die de grote media hen opdrongen. Daarvoor diende al de rest, idealen en onbewust of bewust als concurrenten beschouwde onfortuinlijker mensen inbegrepen, maar te wijken. Op schoolgaande jeugd werd een zware diplomajacht uitgeoefend. In deze context was het voor de fortuinjagers onder de massa duidelijk dat het kapitalisme zich voor dat doeleinde goed leende. Dat de sociale, economische en ecologische haalbaarheid ervan tot explosieve toestanden dreigde te leiden, daar stond een bepaald deel van de mensen niet bij stil.  Openlijk bij een socialistische partij aansluiten, was zo een zaak die niet bij iemand met een aan de ‘high luxery life’ gespiegelde levensbetrachtingen paste. De ‘socialisten’, warend at niet de armoezaaiers van vóór en na de tweede wereldoorlog ? Jan met de pet werd in ’t westen niet teveel meer door hongersnood en bomaanslagen en zo verder verontrust als hij het tamelijk goed tot zeer goed had. Al werd door gedegen opzoekingswerk en door publicatie daarvan, het extreem rechtse paniekzaaierij karakter daarvan telkens weer blootgelegd, …het bleef een kleine minderheid die zich actief tegen niet denkbeeldige evoluties bleef verzetten. Zo kwam het in het boek ‘de nieuwe baronnen’ tot nooit geziene verwarde toestanden. De werkers waren er niet in geslaagd om zich op grote school efficiënt te organiseren.  Her en der in de wereld doken politiestaten op. De bewapeningswedloop flakkerde weer op; maar uiteindelijk kwam er toch verzet van de gewone man.       In Athene kwam dat verzet op een hoogtepunt toen in het boek,Dimitri Kanos vermoord werd na zijn laatste redevoering, woord voor woord kwam die passage uit het boek terug : “Gedurende jaren hebben we alle krachten gesteund die voor ontwikkeling en vrede waren.  We waren met te weinig. Zij die de verantwoordelijkheden tegenover het voortbestaan van de planeet niet opnemen zijn even schuldig als de machtigen der aarde die profiteerden van de door hun veroorzaakte chaos.  Zij, waarvoor alle ellende in de wereld geen reden was om hun onbezorgder bestaan door gewetensvragen te verontrusten, zij die in het drama van de wereldgeschiedenis hun rol niet willen opnemen, alleen hun eigen rol kenden of miskenden en niet wisten of wilden weten in welk theaterstuk ze speelden… .  Zij die tot allerlei goden baden en niets ondernamen tegen de wortels van de wantoestanden…zij die zelfs niet zochten of wilden zoeken…zij die alles over zich heen lieten gaan.  Ik zeg U : als onze wereld door uw medeplichtigheid naar de verdoemenis gaat…is er geen belonende toekomst meer voor de geschiedenis van de mensheid.  Geen olympisch ideaal meer, geen winnen of verliezen, zelfs geen deelnemen meer.  Geen stedelingen, dorpelingen, graan of veestapels meer na een nucleaire oorlog als men zo verder aan politiek blijft doen zoals men nu bezig is.  Ook gedaan met kleingeestig getwist en vitterijen en met zich op zichzelf terug te plooien. Gedaan met mode en overvloed en tekorten, met honger en zwelgen. Voor zij die toch zouden overleven, blijft alleen nog de langzame dood. Spijtig vooral dat ook de tijd om te begrijpen, edele kunst, ook door zal zijn…indien we passief blijven. Kan je je voorstellen dat onze soort ophoudt te bestaan door de grote leegte die te velen toelieten van hun bestaan te verduisteren door zich niet over het waarom en waar naar toe in het leven meer te verwonderen ? De jarenlang voorspelde nucleaire exodus mag zich niet verwerkelijken. Ook de leiders van godsdiensten die zich door een rechtse manier van werken in het kamp van de overheersers plaatsen zijn medeplichtig.  Bij gebrek aan eerlijkheid, mede voelen , vertrouwen en inzicht, bij gebrek aan vertrouwen en organisatie dreigt beschaving op te houden en in een stroomversnelling kan geen wilskracht meer baten.”

Plots klonk er buiten ergens een luide knal…ik schoot wakker, niet in een denkkoepel, maar in een bed…ik zette de radio aan omdat het digitale klokje op exact zeven uur stond en verwachtte dat de nieuwslezer zou aankondigen dat er een nucleaire oorlog gestart was, maar hoorde dit : “bij de splitsing van Brussel Halle Vilvoorde zijn er weer enkele nieuwe juridische problemen opgedoken…”…erg, maar …oef…back to earth.  Kreeg ineens een gek idee, ze stonden er al jaren, die ijzeren kisten met mijn vaders schrijfsels… een hele week vrij, eens even neuzen in die geschriften http://hetvoortijdigtestament.skynetblogs.be

 

Tussendoortje

 

Op velerlei gezichten

staat geschreven dat men nog weinig fascinerends aan het leven vindt.  Nochtans, zelfs alle uitleg omtrent elke discipline van het denken, niet meegerekend, het leven is inderdaad fascinerend.

Hoe meer fascinatie je door hebt, hoe voorspelbaarder alles af en toe wordt, maar daarom niet minder boeiend.  Tegen de tijd dat iets uitkomt ben je alweer vergeten dat je het had aangevoeld.  Ieder heeft een eigen levensverhaal met een prehistorie...het kan jaren, een leven lang duren, voor men beseft dat de tijd tussen de houten tralies van het kinderpark en de ijzeren staven van het sterfbed vervliegt als een kartonnen doos op een aantal windvlagen in een straat bij dag en nacht.  De baby die wil leren lopen wil de wereld in, de bejaarde die onder de medicijnen de pijn en de realiteit vergeet, wil de wereld uit.  Welk een verschil tussen mensjes grootbrengen  en naar de uitgang begeleiden...en toch is het één lange, kronkelige lijn.  Soms heeft het leven ons verblijd, soms sloeg, slaat het ons met verstomming.  Er is heel veel zin te vinden tussen al die onzin in het leven.  Een stuk in het leven is bepaald door voorgeschiedenissen, het zich daar van bewust worden verloopt in een aantal gelijklopende episodes die jij zelf en anderen doorlopen.  Sommige punten komen bijeen, andere nauwelijks. In hoeverre kunnen we onze toekomst zelf bepalen ? 

 

 

GEACHTE MEDEMAATSCHAPPIJER

_______________________________

                     Het stuk ‘Kiezen voor Mensela’ (Mensela = gemeenschappelijke verblijfplaats, aarde) is een ietwat filosofisch sociaal bewogen werk met zeer ruime inhoud.

Opgebouwd rond een theatermonoloog die gaat over de onmacht van het individu tegen over oorlog , honger, armoede, vervuiling, krisis en andere soorten van onderontwikkeling…zoals stress, werkeloosheid, commerciecultuur, platte journalistiek…mondt de monoloog uit in een zoektocht naar de mens en zijn innerlijke en intermenselijke relaties.  Kan ons subjectieve zijn onze objectieve bestaansvoorwaarden beïnvloeden ? Het gaat hier om kunst uit het echte leven gegrepen : Real Art.

            Inzicht verkrijgen in dat grote toneelstuk waar we tenslotte toch allemaal tegelijk in spelen, zo’n inzicht betekent intens gaan beginnen nadenken over hoe we ons, misschien tot het praktische, alledaagse beperkte bewustzijn uit kunnen bouwen.  Als je op zoek gaat naar de werkelijkheid, tracht dan binnen de werkelijkheid te blijven, zonder erdoor ontmoedigd te geraken.

            ‘Inzicht verkrijgen in’…is de belangrijkste voorwaarde  om vanuit jezelf aan een samenleving op ontwikkelder niveau kunnen mee te werken.  Een samenleving die zich organisatorisch aan de noden van de gehele wereldbevolking aanpast.

            Dat betekent dat je je eigen tegen allerhande vooroordelen begint te wapenen.  Met als drijfveer van te willen bewijzen dat het willen weten en de in objectieve journalistiek vertaalde waarheid het uiteindelijk op de ongebreidelde bezitsdrang der machtswellustelingen zullen halen.

            Geeft de taal en ons denkvermogen ons niet de mogelijkheid om met behulp van een aantal wetenschappen de geschiedenis van alles en nog wat als één onafscheidelijk deel te analyseren ?  We gebruiken onze ogen volledig om te zien, waarom zouden wij onze taal maar half gebruiken ?

            ‘Hoop’ is ook een levensnoodzakelijk iets, maar het kan niet zonder geloof…geloof in datgene wat je gaan hopen bent.

Je moet goed weten op welke bedoelingen en machtsverhoudingen jouw geloof en hoop gebouwd zijn…dat wisten onder andere de nazistemmers niet…en ook nu nog neemt men de mensen bij de neus.

Of het nu om hoop in een mens, hoop op een systeem of hoop in een idee gaat (hoop op rechtvaardigheid, solidariteit of in welk een kracht dan ook)…hoop is belangrijk.   Hoop is ‘uitzicht’ hebben op…omdat je erin gelooft.  Zonder geloof kan je niet hopen, leerde men ons ; da’s wel juist , maar het blijft gevaarlijk om je op halve waarheden of op dingen die buiten de werkelijkheid staan te oriënteren

            Al diegenen die ons voorafgingen zochten naar antwoorden nog voor de kultuur hen die gaf en misschien kon het oudste deel onder hen op een benijdenswaardige manier tevreden zijn met wat de natuur hen bood.   Eén ding is zeker : wat zij ons ooit eens ononderbroken doorgaven, dat is wat wij nu biologisch zijn. 

Als onze geest louter materieel te verklaren is, dan is ook hun geest in een welbepaalde, stoffelijke, genetische betekenis

…niet dood…en proberen zij ons nog altijd die eenvoud van het

natuurlijke en lichamelijke aan te leren.

De spiritualiteit lijkt een energievorm te zijn die aan de materie gebonden is, lijkt soms alleen in het NU mogelijk en soms lijkt het erop dat wij na dit leven verhuizen naar de krachtvelden van al die abstracte deugden die wij in ‘t leven soms ter versterking aanroepen, zonder ons aan woorden zoals ‘God’ of ‘tijd’ te laten vangen.  Het biologische en spirituele…zijn één met ‘t verleden ;reizend doorheen de tijd .

            De rest van ons, onze leefwereld, onze gewoonten , onze cultuur, hetgeen ik hier nu zeg, hebben we natuurlijk ook voor een stuk van hen ,…maar vooral dat kunnen wij van karakter doen veranderen.  Door lezen, studeren, bespreken, organiseren, alternatieven voorop te zetten, te weigeren, te strijden…

 Echter… is het nadenken over ‘oorsprong &worden’ misschien zo zwaar dat we gelukkiglijk achter andere bezigheden, idealen of gewoontes wegvluchten kunnen  ?

De materie verwekte het leven,  wij verwekten ‘god’ en wij weten als eersten dat ‘leven’ kan ontstaan door het te wensen.

Deze magie kent misschien geen grenzen, maar laat ons realistisch blijven.  Godgelovigen zeggen dat de schepping , het wensen dus, voor de feiten kwam.  Aan de andere kant van de gedachtenlijn staan de materialisten, niet in de dagdagelijkse, maar in de filosofische betekenis.  Materialisten, niet in de zin van ‘alleen eten en drinken en vogelen’, niet in de zin van ‘het kan niet op’ of ‘om ter meest en nooit genoeg’ of ‘alles voor mij en niks voor een ander’ niet in de zin van ‘nooit content’.

Dat zijn verwrongen betekenissen die ,in het andere, van het wensidee vertrekkende kamp, als geestelijke verweerwapens bedoeld waren…en zijn.  Materialisten zien meetbare krachten als oorsprong van hun zijn.  Bij hen is de volgorde gewoon omgekeerd : één materie, twee idee (de hersenen als product van evolutie, de hersenen als hoogst ontwikkelde materie, …of toch niet ?  Wordt soms onze geest geboren als onze ziel ‘heengaat’…

Daar zullen we het later nog wel over hebben.  Letterlijk en figuurlijk dan.  We kunnen alleen eigenlijk vaststellen dat ‘zijn’ ‘zijn’ is, aan bijna altijd meetbare krachten gebonden, maar…

Hoe meet je gevoelens…en vanwaar komen je symbolische dromen ?  Laat toch maar wat mysterie over zal je zeggen.

Fysische en chemische wetten hadden hun eigen scenarioschrijver : de drang tot overleven, de aantrekking en afstoting.

Laat al die filosofische dingen ons niet scheiden.

Interessanter dan het zich innerlijk en onderling over die tegenstellingen het hoofd breken is…ontdekken dat de geschiedenis niet in de eerste plaats bepaald wordt door de stimulansen van zij die erover nadenken,  dan wel door de omstandigheden waarin men leeft.

            Vrienden, kameraden, broeders en zusters, desnoods landgenoten ; de mens ; hoe belangrijk en allesbepalend hij zich ook vindt, denkt nog veel te weinig als groep of groter geheel.

Als je de dingen objectief en sociaal bekijkt, zonder overal je persoonlijke vooroordelen op bepaalde personen, instellingen en hun daden direct in een ‘goed’ of ‘slecht’-quotering om te gieten ;

Als je achter alles een ‘juiste’ of ‘in die of die omstandigheden tot mislukking gedoemde ‘ontwikkeling naar…’ leert herkennen ; dan ben je op  weg om te kunnen beginnen begrijpen dat de groei van het individuele aan de uitbreiding en verfijning van het collectieve vastzit…en omgekeerd.

            Hoe hoger de ontwikkelingsgraad en de kwaliteit van het collectieve, des te groter de individuele koek en de individuele mogelijkheden.  Wanneer bijvoorbeeld meer mensen het belang van een goed draaiende werkersbeweging en de kracht van solidariteit zouden begrijpen, dan zou heel veel mogelijk worden.

Heel veel van wat nu onmogelijk lijkt.

            Te weinigen vragen zich af hoe het komt dat ze zonder werk zitten of waarom er zijn die creveren en anderen die hun boterbergen of wijnplassen moeten vernietigen…of waarom dat d’ enen de wapens maken om er d’ anderen weer mee kapot te kunnen laten maken…enz.

            Ze vragen het hun te weinig af, het wordt hen wel eens gezegd, maar het blijft niet bij omdat het allemaal misschien te geleerd klinkt, en vooral omdat het nergens in een groter geheel lijkt te passen.  Aan de basis weet men goed genoeg, ieder in z’n eigen dat men een ander geen werk of geen brood ontgunt.

En de meesten onder ons zijn milieubewust.

Maar dat dingen zoals werkeloosheid, honger, oorlog en milieuverloedering niet alleen met goeie wil, maar met onaangepaste, voorbijgestreefde structuren en winsthonger te maken hebben…ne keer da je da weet…wat begin je er dan tegen ?  Er is schijnbaar geen tegenmacht aanwezig om die dingen positief te beïnvloeden.  En daarom praten we weer eens over ‘t weer…wat natuurlijk ook belangrijk is ; want de zon, het licht…zijn zo belangrijk voor de mens als de manier waarop en door wie de samenlevingen georganiseerd worden voor ons gezamenlijk welzijn van belang is. Niet ?

            Waar hield men ons tot no gtoe mee bezig ? Wat zouden wij ons moeten bekommeren om het eten met gouden rijstlepels, als je weet dat er hier bij ons voedsel tekort is en productiecapaciteit vernietigd wordt.  Moeten wij onze kinderen er op wijzen dat hen een eeuwige straf te wachten staat als ze de paus van Rome niet volgen…of moeten we hen er niet eerder op wijzen dat ze het leven voor hun nageslacht leefbaar moeten houden ?  Wat heeft er nu voorrang : de toenadering , het vertrouwen en de organisatie tussen hen die werken of werkeloos zijn bevorderen en weer iets gezamenlijks in de stadsstraten doen ontstaan…of tegen mekaar blijven propageren dat je er toch niets kunt aan doen ?

Dat is je blindstaren op de problemen zonder naar de mogelijkheden te zien.   Ik vraag het nog eens : wat heeft voorrang :met welk water men mag dopen of water brengen daar waar er geen is ?  Ne pastoor heeft iets gemeen met nen arbeider de dag van vandaag :  het merendeel van de arbeiders heeft ook ‘anonieme’ bazen.  Daarom misschien even deze kleine Kritische ode aan het bijbelboek :

                                                                      

            Jullie allen, atheïsten, theisten of weet ik veel :

Alle tisten stopt het twisten, wordt liever artiesten ;

Want wie heeft er nu gelijk over en baat bij het uur of het wie of wat van ontstaan en vergaan …en bij het zeker weten dat het

Vergaan ook hoort bij ‘t bestaan en verder gaan …met de oude bagage die verslijt , maar indien je gedijt zal je worden verblijdt

            Aan god gehechten en zij die zonder zo’n idee of gevoel op hun manier ook gelovig kunnen zijn : zoek naar een bruikbare rede ; want het eeuwige is er voorlopig toch al ; het sluimert in ons allen

            Godsgelovenden denken uitverkoren te zijn.

Hoeveel onder hen en hoeveel anderen weten dat alles in één beweging samenvloeit, doorvloeit, niet hoeft dood te bloeden ?

Hoeveel weten er dat het hersenlijke en het geestelijke vaak intenser dan voelen smaakt ?

            Er was, er is, er zou genoeg kunnen zijn.

Economisch sterken wilden, willen, zullen altijd meer willen.

Er was, er is er zal altijd het tot zichzelf beperkte bewustzijn van eigen vergankelijkheid blijven.  Moeten wij daarom blijven werken als mieren, zonder ons ook daarin te verdiepen ?

            Wie leidt de strijdt om ‘t bezit van geld, van grootgrond, van werk, van voeding en oorlogstuigen ?

De sterken, de bezittenden dringen zich ‘t makkelijkst op.  D’ afhankelijken organiseren is moeilijker.

Zij moeten blijven kiezen voor mekaar.  Want zelfs de minst beklagenswaardige onder hen die ‘t uiterlijk goed maken, is slachtoffer van de strijd om de sterkste winstsystemen. 

            Hebzucht en doodsbesef baarden doodslag binnen d’ eigen soort…daarom mochten zij van die boom niet eten…omdat kennis zich makkelijk door lepe ‘ik-zucht’ manipuleren laat.

       Ondertussen werken d’ afhankelijken aan het collectieve bewuste…van vredesmensen over anti racisten en anti fascisten, ecologisten, verdeelde linksen tot en met de mensen van het artsen zonder grenzen oplapwerk en vele anderen allemaal in hun vakjes zonder gezamenlijk programma.

Misschien is er achter het collectieve bewuste wel niks meer…of denk je dat het idee en het gevoel los van de stof bestaan ?

            De waanzin van angsten, moorden, de tegenstelling tussen eindig door gulzig opslorpen en oneindig doorgeven .

Het afstotelijke van het hebben van teveel ten koste van een ander…los je niet alleen op door te geven, maar door te sleutelen aan  de grote bezitsstructuren.

De aangeleerde schaamte voor naaktheid van lijf en echte feiten.  De drang om je misschien van kleins af aan te vaak met de vinger gewezen initiatief dan maar voor altijd op te bergen.

Het lichtzinnige van het geloof in een gemakkelijkere antimaterie…daar waar sommigen hun beurt niet voor afwachten     ...om er te geraken…terwijl ze er in feite al zijn.

Weten ze dan niet dat het allemaal zeker ‘hier’ te doen is ?

Wie zal hen altijd andere dingen blijven voorhouden ?

De mens, die naar de wortels van de boom der kennis groef, werd als Mozes of één van de honderden andere schrijvende zoekers.  Darwin’s Adam’s en Eva’s, voorwaardelijk onsterfelijk…

…leven nog altijd…smullen hun beperkte oneindigheid te verstrooid op…staan

                                    niet stil, denken weinig samen ;                                           …nemen niet in acht…de macht van het samen handelen

…om op termijn alleen het waardevolle over te houden

…mekaar waarden doorgeven helpt het collectieve vooruit

Het dreigen met hen uit wat hun paradijs zou kunnen zijn, te jagen, helpt nu niet meer…het dreigen met totale vernietiging is de werkelijkheid.  Herhaaldelijk bedriegelijke beterschap beloven, herhaaldelijk slaan, doen beven, doen ondergaan, de zogezegde minsten dom houden…dat kan nooit ten bate van het totale gaan…altijd die commerciele ontspanning, OK, maar niet als nieuwe opium voor het volk.  Al beloofde Hij, door dreigers uitgevonden de aarde nooit meer te verwoesten, de kans zit er in ‘t punt nu…eerst voor ‘t eerst dik in.

Men bouwde een stad, een toren, uiterlijke tekenen om zich gemeenschappelijk te voelen, je kan d’ er haast niet buiten.      Het onzichtbare hoofdpersonage der oude bijbelse drijvers dreigers, brachten in het oude boek de spraak in verwarring.  Dreigers willen verwarring onder hun onderdanen.  Jammer dat soms, dat bijna altijd, alleen af en toe dreigen helpt.

D’ uitstraling van de zich oriënterende onderdrukten en hun naar onbaatzuchtigheid strevende helpers’ voorbeeldige kracht, werkend aan een nieuwe aanpak, aan een wereldtaal ; maar wat ben je met een taal in steden en dorpen samen…maar toch gescheiden van elkaar ?  Hoe minder misverstanden, hoe minder systemen, hoe minder tegenstrijdige schijnbelangen.

 

Talen hoeven niet te verdwijnen als je met één taal tussen alle mensen werken kan : de taal van  samen plannen en bespreken, de taal van eerlijk verdelen.

Uit het werk van miljoenen slaven die gehoorzaamden aan honderdduizenden dienaren, die aan duizenden bazenknechten en honderden bazen en tientallen heersers klitten ; groeide het positieve inzicht der eenvoudigsten.  Eerst als er teveel druppels overgelopen zijn en de vonk ontvlamt zal de bezitsvraag vanuit de al of niet rijpe of georganiseerde basis worden gesteld.    

Als de interacties tussen een stresserende economie en sociale inspiratie botsen en als hier en daar , ook ginder en altijd wel ergens persoonlijke vrijheid en durf in collectieve acties worden omgezet…is geen bezit op termijn zo groot dat het uitbuit.   

Als bevolkingsexplosie niet als een racistisch argument, maar als iets controleerbaars blijkt.

Als uitroeiing om het verschil in bezit en stand en oorlogen om dat allemaal te laten voortduren, overbodig zullen zijn.

Als werk een recht zal zijn.

Als bezit alleen op klank , kleur , geur , je huis en toebehoren en kleine ondernemingen toepasselijk wordt.

Pas dan zal alle tot dan toe gebruikte sociale inspiratie zijn bekroning hebben gevonden.

Kinderen bevoordelen ten opzichte van anderen, komt het dreigen en scheuren tegoed…heeft de arme jeugd geen recht op eten en weten ?  In de oudste, ‘goedbedoelde’ dreigersroman is rijk zijn een in huwelijksaanzoeken gebruikte zegen.

In de nieuwe, nog beter bedoelde testamenten, die al wat minder draconisch dreigen…is rijk zijn eerder een handicap.

De goedgeprate bezitsdrang der OudTestamentische dwazen, zou zelfs menig twintigste eeuw ‘se Zuid Vietnamees verbazen.  Palestijnen en Joden, destijds kinderen van hetzelfde moederlijf, de enen minder machtig, de oudste die de jongste dient, stop met mekaar te willen verscheuren in naam van de eigen elite of de eigen

godsdienst of de eigen nationaliteit…mensen hebben geen nationaliteit en zijn zelf hun tempel wel.  Autonomie begint tussen de werkers aller landen, tussen de buitenmensen of zij die graag tussen dichte bouwsels verblijven, tussen hen die een  menselijke rechtvaardigheid willen.  

            Schrijvers met een collectief verantwoordelijkheid aanvoelen beschreven het voortdurend lessen trekken.  De armere wereld verloor zijn rechten aan de nog altijd door dreigers bij hun en hier geleide wereld.

De dag dat die wereld tot macht komt, schudt die wereld het hen door hun en onze superklasse bezorgde wereldjuk van z’n nek…actieve solidariteit zal het dan ook hier van uitbuiting en gemakzucht moeten winnen.  Het is wel een mooi leven, maar daarom nog geen mooie wereld…en daar zullen we wat aan doen. We zijn er in feite al eeuwenlang mee bezig.

Het kan nog een hele poos duren, maar af geraken zal het werk dat zich nu al zolang zonder veel volkstoezicht voltrekt.

Steeds vertrekkend vanuit een nieuw stadium, steeds tegen het valse vragen in :  je bent welkom in alle ploegen die die tijd aan ‘t voorbereiden zijn.

De door de eeuwen heen doorgegeven vormen van waan allerhande, nestelen zich nog altijd op de achtergrond van onze dagelijkse ervaringen met anderen.  Een waanidee, een ‘’t is zo en ‘t zal nooit veranderen ’gedrag, is zo sterk dat eenmaal het zich in gewoonten ingenesteld heeft, het nog moeilijk aflegbaar is.

‘Het geslacht op aarde behouden…een grootschalige collectieve bedoening in het oude deel der verzamelde verhalen, aanvankelijk een nationalistisch iets…de individuele tips en de internationale aanzetten zaten tussen de belevenissen en de woorden van vier evangelisten die veel van ene Jezus wisten.

Zij die met het godsidee blijven vechten, en zich een onlichamelijke geest willen toemeten, zijn verstrooid en verdeeld geraakt, ook al heersen ze nog over deze wereld.

Zij die met de rationaliteit vochten en vechten ook.

In allerhande kleuren hun onderverdelingen hebben zij alleen interesse voor het gelijk van de groepen geaardheden die hen steunen.  Rationaliteit is er om soepel te beheersen, niet om te tiranniseren of te verdelen.  Verdelen ? 

Aan de ene kant in blauwe uitbuiters van het individualisme, en in roze en rode en rodere of groene methoden om de individualiteit in het gezamenlijke te integreren.

Verdeeld raken tussen tafels , stoelen , pennen , theorie zonder naar de mensen uit de praktijk te luisteren.

Eender waar systemen en mensen die belangrijke sleutels tot geluk belemmeren, moeten er ook mensen opstaan die die blocages aanklagen en die mensen met woorden in een greep durven nemen…daar waar die mensen als pionnen de vrijheid van anderen verwateren doen.

Wat is men met een overvloed van intellect, als het gebruikt wordt om nieuwe elites te vormen ?

Wat is de zin van handelen in onleefbare steden en gebombardeerde dorpen ?

Weg met lompheid, bruut verbaal en ander geweld, met lauwe flauwe kul, weg met op leugens gebaseerde fopspenen.

Wanneer het tij zal keren en het sterkste volk het zwakste niet meer onderdrukken zal, wanneer de slaven zelf drijvende kracht worden, tegen hun drijvers in :  onderdrukten, in hun nieuwe kiemen zelf geen onderdrukkers meer, zullen hun les bij elke nieuwe ervaring beter begrijpen, hun ongevoeligheid voor de door een bepaalde welvaart verzachte geschiedeniszweep naast zich leggen…

iedereen zal pas echt in een nieuwe verscheidenheid delen kunnen…als de tank bestuurders en de jachtpiloten niet meer meedoen willen…dan…  .

Nochtans…als dagen met arbeid zijn gevuld, luistert men niet meer naar reders of geschreven rede…maar trapt men in de subtiele vallen van de moderne slavernij.

Om waarheid te kunnen verharden, werden en worden miljoenen ervaringen uitgezift.  Om de rede op het sadisme te laten primeren…planning op verkwisting,  overleggen op hakken…om het nuttig gebruik van overschotten in de plaats van het weggooien ervan te stellen…doe je zo niet…dan doodt je de hongerigen…ook al zie je ze niet.

De rede raakt achterop door valse praat en hebberige instincten , door boulevardpersverslaving.

Een collectiviteit in beweging rekent best niet teveel op onbezonnen  agressiviteit, vooral op vastberaden leiders, naar eendracht strevende grote bewegingen, solidariteit en collectiever wordende doelstellingen.

Een collectiviteit in beweging…dat begint met individuen…dat valt niet uit de lucht en wacht niet eerst op iemand anders.  Goed uitgewerkte en vanuit verantwoordelijkheid opgevolgde afspraken, blijken telkens een garantie voor steeds opnieuw te halen doelen.

Weinig gewoon zijn en dan ineens te veel krijgen, gevolgd door schrokken, uit vrees om niets meer te hebben, brengt op termijn de eerlijkheid tot zwijgen.  Dan lokt de roep van ‘t laten omkopen, de kortste weg naar een bedwelmend teveel, breekt de moed en voedt het onderbewuste in zijn sluipende aanvallen op de collectieve rede.

Er is geen uitverkoren volk.  Alleen telkens de oppervlakkige verschillen van stam tot stam.  Er is geen uitverkoren mens, alleen telkens die andere uit te bouwen ‘gaven’, andere levensopdrachten.

Eén internationaal ruimdenkend, strikt sociaal- ISME,

Aan geen ras, grens, taal, volk of grootkapitaal gebonden…waar iedereen rustig zijn eigen verscheidenheid aan manna vindt…waar aan het woord ‘kollaboranten van de macht’ geen smet meer kleeft, omdat die macht niet meer terug naar donkere periodes kan en mag.

Als volksaard niet over enge grenzen heen  kijken kan en zich onwetenschappelijk achter stoer doen , zogezegde godsdienst en dwaze zuiverheidsidealen verschuilt, komt met de crisis de kwel van verdrukking weer opzetten.

Men vergeet zo graag echt nobele waarden.  Men leent geld aan de gemeenschap en durft mateloos rente vragen.  Men helpt alleen diegenen die de eigen groep baat kunnen bijbrengen.

Bewust voor stemmenverlies sluit men zich in kwade zaken bij de navelstaarders aan.   Ze verdraaien waarheden en lanceren sensationele, minder sensationele of gewoon valse geruchten.

Ze bouwen een klasse justitie voor de zwarte ridders van rond de Nijvelse nevelen…of voor de bescherming van de grote geldgabbers.  Ei zo na kneden ze met hun geld onze mening.

Wij hebben erediensten en vedetten cultus, bijna geen politieke vergaderingen ; buiten diegene waar het essentiële meestal onbesproken blijft, nooit gestemd wordt.

Samengekomen op onze erediensten en vergaderingen, onmondig, geïsoleerd, hopend op het aards of hemels gouden kalf…zien we de ezel in onszelf niet.   Op onze samenkomsten, met uit werkmiddens ontsproten doelen, laat men sommigen toe van ons in blok voor ja knikkertjes van de MISleidende bovenste klasse laten door te gaan.  Men ziet niet het belang dat het openbare voor het persoonlijke leven betekenen kan.  Men lijkt altijd voor een opstand beducht, men volgt de voorschriften van degelijk vergaderen niet.  

Teveel bezitsdrang allerhande, te weinig kansen op geborgenheid voor kinderen.  Teveel narcistische reflexen die ons in ons gezinnetje opsluiten.  Te wantrouwen hebberige mensen.  Teveel ruzie en sleur.  Te weinig doen aan te weinig voldoening.  Teveel verwaandheid, bezit en ontevredenheid, vertrekt van ‘nooit genoeg’ en ‘altijd minder dan een ander’.  Teveel onervarenheid om met het onderste deel van de liefde om te gaan als het allemaal zo moeilijk lijkt.

Noem mij hier terstond driehonderd redenen om in de medemens ontgoocheld te raken.  Als je ze vanuit objectieve, op het positieve gerichte invalshoeken bekijkt, blijf je niet mopperen en zagen over ‘hij doet dit en zij doen dat en…’

 Maar toch.  Waar er veel in naam van iets objectief goeds bijeen zijn, komen er desondanks veel, toch meer en meer bereidwilligen in hun midden.  De goochelaars in valse bekwaamheid,  zij die anderen minderwaardigheid voorschuiven, snoeren mondigheid en kunnen zonder replieken met hun gepast gehanteerde ondeskundigheid, blijven bewijzen dat ze nog niet aan vervanging toe zijn.  Nooit zwijgen wanneer je vindt dat je iets afkeuren moet, de momenten waarop je dat kunt zijn immers nog veel te schaars.  Vanaf nu zijn volwassenen meer dan ooit collectief verantwoordelijk voor oorlogen, epidemieën en werkeloosheid die hun kinderen op wereldschaal overkomen.

En toch…ondanks sommige duidelijke, nooit door de machtigen uitgelegde tekenen, gelooft een stuk van ‘t volk niet met inzicht in de macht van rede en verantwoordelijkheid.

Ze kunnen er niet in geloven, ze krijgen er de kansen niet toe ; zo bouwt men zich een harnas van gedachteloze gemakzucht, …want anders sleurt de paniek, de stroom van de pijn van het niet volledig zijn, sommigen onder ons mee.

Het collectieve asociale kan voorkomen worden door leiders doelmatig te controleren en ter verantwoording te roepen…door jezelf ook voor medeverantwoordelijk te houden.

Het asociale werkt nefast, de twijfel straft zichzelf totdat je alles hebt uitgezift en het voornaamste overhoudt.

Indien niet gegrond, is klagen giftig.  Klagen kan alleen met de bedoeling aandacht voor positieve veranderingen te vragen.

Verandering, niet om met schijnbaar sleur geworden goede gewoontes te breken, niet om enge belangen zo vlug mogelijk in vervulling zien te gaan.

Laat de super de-luxeverlangens van de klasse-aan-de-top niet toe dat ze de klasse-aan-de-dop meesleurt in haar gevechten om hun concurrenten zelfs militair weer mee te helpen verscheuren.  Op momenten, tijdens jaren dat de meesten het alweer vergeten zijn…steekt, ‘uit het oog verloren’ het stinkend oorlogsbeest weer de kop op vanachter zijn bedrieglijke maskers.  Hoeveel doden moeten er nog vallen vooraleer de Zuid-Amerikaanse en ander nazis zijn uit geraasd en hun rechtse gelden opgedroogd ? 

Wie maakt er vandaag echt gebruik van feiten en bronnen en studies over het nog in recente vorm aanwezige verleden ?

Hoe vaak ervaren wij ons leven als een persoonlijk en gezamenlijk innemen van standpunten in sociale organisaties.

Zijn wij er ons van bewust dat het politieke, sociale en economische bepaalde voor de maatschappij als geheel bepaalde negatieve wetten volgt ?  Voor wie zijn wij zwijgzaam  en spaarzaam met onze mening ?  Zien wij nog de waarheden achter armoe en glitter ?  Vanwaar komt die maatschappij bij ons en in andere gebieden ? 

Naar welke maatschappij willen wij samen evolueren ?  Want niets staat stil.   We moeten de geschiedenis leren zien als ontwikkelingen die in het sociale  hun bekroning zoeken en vinden.  Welke mechanismen veroorzaken nog steeds oorlog, milieuvervuiling, onderontwikkeling, bewapening, honger, uitbuiting, verpaupering, analfabetisme…en  commerciële culturele overheersing ?

Wat zouden christelijke en socialistische en nog andere werkers al 100 jaar lang niet kunnen bereiken hebben indien ze niet gescheiden gehouden waren ?  Indien ze meer internationale toenadering hadden gezocht.  Indien ze de superklasse die hen hun werk ontnam of onderbetaalde schaakmat hadden gezet i.p.v. voor hen gaan te vechten ?  Hebben wij niet teveel vertrouwen in een soort hemelse goeie gang van zaken ?  In de uiterlijke kunstmatige glans van alles en iedereen die ons mee in het zog van het groot Gapitaal zuigen ?  Ons verfijnen kunnen we alleen als we de menselijke domheid blijven bestuderen.  Leven we niet in een samenleving waarin we mekaar meer op de hielen moeten zitten dan dat we mekaar kunnen helpen    Hoe kan dat veranderen    Alleszins niet zonder een gepaste, op het overkoepelende ingestelde mentaliteit en organisatie.      Alleszins niet door ons op onze vele verschilletjes in bezit , graad en gezag vast te pinnen.  Alleszins niet zolang er op het initiatief tot beginnen spreken precies een hypotheek rust. 

Een groep mensen over een belangrijk iets uit hun schelp krijgen is veel moeilijker dan alles in z’n gemoedelijke koffiezetplooien te laten liggen.  Moeilijker dan alles een opgedrongen gang te laten gaan.  Hoe komt het dat onze vrije tijd niet voor een stuk een lees-denk en vormingstijd is ?

Naar welke soort maatschappij wil de leidende klasse toe ? Naar een gouden-kalf syndroom voor een elite, gedragen door miljoenen die zulks ieder voor zich willen bereiken ? Iemand met super-de-luxe dromen gelooft niet dat het kapitalisme eigenlijk een veel middelen verkwistende lintworm is.

En over wat er met het socialisme aan de hand is, en in welkstadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je in welk stadium dat zich momenteel bevindt…daar hoor je natuurlijk niet teveel positiefs over.  Bovendien plagen wij onszelf teveel met een aantal vooroordelen die onze eigen sociale en psychologische onvrede moeten wegcijferen.  Vooroordelen en zich laten domineren door alles en iedereen komen soms ook beter uit voor persoonlijk willen hebben dan om gezamenlijk te willen zijn.

Vooroordelen zijn niet alleen een gevolg van passiviteit en berusting omdat alles toch zo complex in mekaar zit, maar ook een gevolg van alle negativiteit en emoties die we door moeten.  Waarom zouden we onze collega’s als concurrenten beschouwen ? Vooroordelen zijn een gevolg van een gebrek aan kennis en bewustzijnsgraad,  nodig om het geheel der toestanden en gebeurtenissen te kunnen blijven overschouwen.  Vooroordelen zijn er om de enge voordelen te kunnen behouden.

Slechts door een linkse ontleding van situaties, een op de belangen van de werkers (arbeiders, bedienden, boeren , zelfstandigen, kleine en middelgrote ondernemingen) gerichte uitgangspositie, krijgen vooroordelen geen kans meer.  Pas dan wordt kennis strijdbaarder dan vooroordeel.

Kinderen, jullie nieuwe dragers van het leven, jullie zijn niet gebaat met een vervalste geschiedenis.  Hoe kunnen jullie je echt goed in ‘t heden voelen , als dat heden jullie niet wordt uitgelegd als een stap naar een te richten toekomst toe ?

Gaan jullie je ook laten verdelen ?  Of zullen jullie de oneindige voordelen van zich achter objectieve bronnen aaneen te sluiten inzien ?   Wijsheid, hoe zwaar ook aan moeilijke omstandigheden gebonden, blijkt achteraf eerst een vooruitgang te zijn.  Wijsheid kan eerst beginnen , daar waar men door ervaring hernieuwd doorzicht hebben blijft.  Waarom moet lijden altijd eerst voor de wijsheid, de mankheid van structuren aantonen ?  Rechtvaardigheid, geboren uit de kracht om het onbeholpene de wereld uit te helpen…moet stillaan vlugger vooruitgang boeken…mag niet meer achteruitgaan.

Te midden van al het ongelukkige , nieuwe levenskansen scheppen, tweemaal beter af zijn, eenmaal materieel, eenmaal psychologisch.  Beseffend dat  deze inzichten in de eerste plaats collectieve erfenissen zijn ; erfenissen die ik tracht onder woorden te brengen , dank ik jullie voor jullie aandacht…en wens ik jullie veel kracht om  op deze inzichten blijven verder te bouwen.

 

 de redenen waarom de mensheid zijn lot met de waarde van het geld verbindt

            Deze redenen zijn niet alleen van objectieve aard; waar ik mee bedoel; verbonden aan de objectieve bestudering van de geschiedenis als wetenschap; met name het verband tussen de verschuiving van sociale verhoudingen van mensen en maatschappijen te midden hun evolutie van landbouwgemeenschap naar industriële samenleving.

            Ook velerlei subjectieve redenen liggen aan de basis van het feit dat geldverhoudingen zoals loonarbeid en handel (waren productie) , de dag van vandaag anno 2002 nog immer bestaan.  De kapitalistische zweep dreef de materiële vooruitgang verder en verder maar de prijs die ervoor betaald wordt vertaald zich nog immer in oorlog en armoede en voor een stuk ook in intellectuele en culturele leegte. 

            Met subjectieve redenen bedoel ik in feite alle negatieve emoties en alle soorten materiele levensomstandigheden die de mens gevangen houden in zijn isolement als individu en loonslaaf, al die honderden oorzaken die hem beletten van  op basis van klasse solidariteit tot een eenheid van handelen en denken te komen. 

            Ook de valse verdeling tussen allerlei godsdiensten en andere levensbeschouwingen komt de mens in ’t algemeen filosofisch maar niet te boven en dompelt hem in een soort nihilistische leegte.  Zaken zoals de man-vrouw relatie en de zin van het leven of het mysterie van eventueel leven na de dood brengen hem in eindeloze verwarring.  Verwarring die vaak alleen met het materiele en simplistisch populistische en niet met het intellectuele opgevuld wordt.

             

 

 

 

De blogfilosofen

Reizen en Waarom ?

Aart Tiest, vond op het internet een advertentie die een oproep deed voor vrijwilligers die samen met  mensen uit hun omgeving op reis wilden gaan. De reis zou als documentaire in feuilletons worden uitgezonden.  Men zocht iemand die zelf het nodige zou doen om een groep samen te stellen.            De manier waarop en met wie en naar waar en hoe lang en de reisthema’s zouden ze zelf mogen invullen.   Voorwaarde was wel,  dat men geen vergoeding vroeg om aan het project mee te doen (er was wel een geheimgehouden groepsprijs) en de duur van de reis moest tot een maand beperkt blijven.   Een  maand was misschien wel haalbaar voor de meesten als ze daar hun verlof wilden aan spenderen.   Aart moest minimum drie en maximum zeventien medereizigers weten te vinden.  17??? Daar zou te veel organisatie aan te pas komen, niet dat hij geen tijd had, maar zijn gezondheid als medisch ongeschikt verklaard om te werken, liet te wensen over.  Hoe kon je nu reizen met zeventien mensen, daar had je al een bus voor nodig en hoe diep kon je dan op mogelijke thema’s ingaan ?   Was het de bedoeling  van gezellige koffiekransjes te filmen en gesprekken van de hak op de tak zoals je die ook thuis kan hebben met buren die je nauwelijks kent of speelde er ook een cultureler en diepmenselijker aspect mee ?  O jee !  Aart zag dat het een commerciële zender was…ja, zo met reclamebrokken tussen een intens gebeuren dat je best als geheel bekijkt door.  Dan kon je wel raden welke inzending het pleit der ideeënbrouwers zou beslechten.  Dan moest er vooral veel ruzie, haat, nijd, jaloezie, hebzucht en een aantal complexe verwikkelingen van dit alles bijzijn. ..en dan nog liefst in een land met armoede.  Aart  zette zich aan het denken.  Misschien zat hier niet alleen een tv-reeks, maar ook het schrijven van een roman er over,  voor hem in…uit het echte leven gegrepen.   De groep die het beste voorstel  kon doen,  kon ook rekenen op de medewerking van een cameraman en een geluidsman.  Solliciteren ? Ja, waarom ook niet !? Hij zette zich aan het raam in zijn huisje in het bos en overwoog wat hem door het hoofd schoot. Eerst zou hij een thema dat de groep mensen verbond zoeken en daarna  nadenken over wie hij vragen zou. Hij kende wel een pak mensen, maar welke zouden deze uitdaging aan willen gaan ?   Zou hij kiezen voor mensen die beroepsmatig met drukke dingen bezig waren, of eerder voor mensen die niet echt meer mochten of konden meedraaien in het jachtige leven van de dag van vandaag ?  Zou hij kiezen voor alle mensen van alle leeftijden, best wel dacht hij, mannen, vrouwen , dan zouden er wel een paar op hotel moeten gaan of hun tent moeten meenemen als de reis met een camper moest gebeuren.  Hij kende ook iemand met een motto en misschien konden er wel een paar mensen met het openbaar vervoer dezelfde reis ondernemen…en dan zou men ’s avonds wat kunnen nakaarten over de verschillende manieren van reizen.   Een paar fietsen mee achterop, eens in de streek van bestemming aangekomen enkele nog verplaatsingen van een zestig, zeventigtal kilometer per dag.   Hij had al wel enkele mensen in het achterhoofd die met kunst en filosofie of sociale en ecologische dingen bezig waren en hij zou er ook via de moderne communicatietechnieken andere mensen uit een aantal verschillende beroepssectoren kunnen in betrekken. 

Welke thema’s verbonden de mensen die hij kende ?  Velen hadden een blog  of waren op  facebook actief.  Ze gaven mekaar mooie muziek door, soms dagdagelijkse zaken, actualiteiten op allerlei vlak, maar de meesten van deze 800-tal mensen met wie Aart onder meer zijn eigen schrijfsels deelde,  waren toch vooral met psychologie, kunst en actualiteit bezig, op een kleine groep na; die mekaar via allerhande computerspelletjes onderhielden.  Probleem was dat mensen in de virtuele wereld niet zo zitten te springen om ook in levende lijven van mekaars persoonlijke wereld deel uit te gaan maken, op enkele uitzonderingen na.   Gelukkig wonen ze zo ver van mekaar verwijderd eigenlijk, want net zoals je met één man of vrouw je handen vol hebt, kan men zich geen té grote groep vrienden of vriendinnen permitteren.  

Toch wel best moeilijk om nu in mijn eigen leefomgeving mensen te gaan aanspreken om aan zo een project te beginnen, dacht Aart in zichzelf.  En dan qua themakeuze, was niet alles psychologie en kunst en sociale dingen tegelijk ?  Het ene maakte onlosmakelijk deel uit met het andere, zelfs de wetenschap, geschiedenis, politiek, godsdienst, spiritualiteit, noem maar op…alles was verbonden,  ‘relié’, zoals de Fransen zeggen. ..in hun woord voor godsdienst, réligion, komt het woordje ‘god’ niet voor.  In ieder geval, voor je over die dingen echt thematisch kunt beginnen nadenken,  moet je een bepaalde filosofische  visie op het leven hebben.   Velen in zijn kennissenkring waren wel belezen tot heel breed belezen, maar echt profesoren of hele geleerde types waren er niet bij.  Veel autodidacten en van elke beroepscategorie wel iemand, met uitschieters in het bibliotheekwezen.  Misschien moest het echt wel de filosofische kant op met de reis en kon het én een individuele en een collectieve zoektocht worden naar de zinnen van het bestaan in de breedst mogelijke betekenissen die het leven op alle manieren te bieden had.

Natuurlijk, Aart zou om te beginnen Gust  vragen, van de ‘making sense of nonsense and  insanity ’- blog, een man die in de tijd van zijn dagelijkse column bij een grote internetprovider toch wel tot een 1000 bezoeken per dag op al zijn blogs tezamen had.  Wat begon met een paar tot een tiental bezoeken per dag, was beginnen groeien naarmate hij het voorrecht kreeg van dagelijks op de hoofdpagina van de  provider te staan.  Naast filosofische artikels bracht hij ook duiding over wat er voornamelijk in het buitenland sociaal en politiek gaande was, en als niet van een krantenbezitter afhankelijke en geen schrijver om den brode, kon hij het zich ook permitteren van de nodige pragmatische tot voorlopig utopistische alternatieven naar voor te schuiven.  Het bedrijf waar hij vóór die tijd voor werkte, had hem met subtiele dwang doen tekenen voor een vroegtijdige uitstap uit het arbeidscircuit.    Momenteel woonde hij ergens vrij geïsoleerd,  waar hij toch nog af en toe contacten had met mensen zoals ik die op de één of andere manier met kunst en het leven bezig waren.  Dat waren er door de jaren heen toch al wel een flink aantal.  Best een aardige kerel,  als ie iets voor je kan doen, zal hij het niet nalaten, maar dat begint door een aantal aan de materie verbonden oorzaken ook sterk te minderen…dus geeft ie nog wat raad of zo aan mensen, ook al denken die dat er ergens een paar haken aan hem  los zitten, zeker als hij het over de eenheid van het bestaan en het leven als een oneindig iets begint te hebben.   Als je Gust ontmoet begin dan maar over de internationale politiek of alledaagse zaken of over boeken en films, maar niet over het esoterische deel van het leven.  Over psychologische dingen kan hij ook in theoretische bewoordingen uitpakken, wat op de duur ook begint te vervelen,  maar over persoonlijke dingen wil hij niks meer kwijt,  ‘geen tijd meer voor al die spelletjes tussen mensen waar van de afloop dikwijls op voorhand gekend is ’, vindt hij zelf; al blijft hij de evolutie van al dat zielsgebeuren wel ’t hoogste quoteren in de ‘zoeken naar zin-ranglijst’.  Vooral de manier waar op mensen bewust of onbewust door hun ervaringen gaan en de algemene tot zeer diepe zin van dit alles, houdt hem nog wel bezig, zeker het energetische systeem dat hij er achter vermoed; want bij hem moet je niet afkomen met de wereld die op zeven dagen geschapen is of je zou het logisch moeten kunnen bewijzen…of “erbarm U Heer en gedenk genadig, het kwaad dat ik heb aangericht” of zo…of je zou duidelijk moeten kunnen aantonen dat er inderdaad een energie is die niet heel de stadia tussen straling, atoom en cel en zo verder heeft moeten doorlopen om een aan ons gelijkaardig bewustzijn te hebben.   Nee, als mensen mekaar negatieve dingen aandoen, doen ze dat meestal niet alleen…’en toch zijn ze persoonlijk ook een stuk verantwoordelijk’, vult Aart dan soms  aan, ‘of het nu over de politiek of de liefde gaat’.  Alhoewel Aart’s  liefdesleven momenteel onbestaande was, in de klassieke zin van het hebben van een al of niet samenwonende relatie met iemand en zijn vorige relaties bij wijlen zowel hoogtepunten als nog al complex waren, aanziet Gust hem  als een ervaringsdeskundige op dat bewuste liefdesvlak, maar niet als een na te volgen voorbeeld.                   Zijn oordeel hierover is geen moralistische afwijzing, eerder een bewijs van het feit dat levenslijnen voor een groot stuk niet anders kunnen lopen dan dat ze lopen.  Ja, de Gust, zou hij zeker aanspreken over de reis.  Hij was weduwnaar en zijn zoon was het huis uit en alles en iedereen die hij in het leven tegenkwam, waren inspiratiebronnen en aanvullingen in zijn leven, in het leven, dat hij op alle mogelijke manieren probeerde te interpreteren en vervolgens te decoderen en in een groter geheel te plaatsen, om dan in zo eenvoudig mogelijke woorden via dagdagelijkse situaties iemand nog wat van nut te kunnen zijn. ‘Met theorie alleen zijn de meeste mensen toch niet veel, ze schieten er niet mee op, ze moeten door de ervaring Aart’, zei Gust van onder zijn snor al eens door.

Wie zou er nog in aanmerking kunnen komen voor de reis ?  ‘Als ik een ervaringsdeskundige in de liefde was”, zoals Gust beweert ‘en we hebben al een filosoof en filosofie bestrijkt bijna ieder domein van het leven, bleef er dan nog een thema voor het zoeken naar zin over ?  Zou hij , Aart het in zijn in te dienen reisvoorstel bij drie mensen houden of voor de zeventien gaan’ ?   Achter welke een soorten zin zagen de mensen (de kijkers) nog uit de dag van vandaag ? Kerken hadden nog weinig aantrekkingskracht, maar toch afgaande op het relatieve succes van al die verschillende alternatieve spirituele ‘paden’, waren er toch wel een pak mensen die nog steun zagen in een spirituele benadering van het leven, een domein dat tot voor kort in kringen van klassiek geschoolde filosofen  nog enigszins verboden terrein was.  Veelal kon er alleen gesproken worden of een glas water op een tafel nu bestond of niet en werd alles zo veel mogelijk tot wiskunde herleid.  De kennissen van menig filosofische kring kunnen er over meespreken.  Gust en ik kennen wel zo enkele mensen, ze kennen mekaar niet echt,  maar toch komen ze samen om over essentiële dingen te praten en ze hoeven daar voor zelf geen vrienden te zijn of worden in de  persoonlijke zin van het woord.  ‘Wat vullen al die tegengestelde meningen en visies mekaar toch prachtig aan ’, dacht Aart.  Waar was ik nu eigenlijk gebleven…spiritualiteit…niet in de zin zoals Gust, die er tot nu toe  van uitgaat dat er misschien wel een met ‘god’ of ons bewustzijn vergelijkbare energie was vóór de recentste big bang cyclus, maar het er wel op houdt dat gewoon kleiner of gelijk aan nul niet kan bestaan in de natuur.  Met andere woorden, spoken bestaan niet en alles wat bestaat heeft een stoffelijke inhoud, een volume…van zodra die zinloos dreigt te worden, door te veel druk (of het nu om een atoom, een ster of een cel  gaat) ontploft het geheel…en alles keert terug weer tot wat het oorspronkelijk was : straling.       Beide denkrichtingen hebben gemeen dat ze eeuwig leven voor mogelijk houden…maar op welke manier ?  De ene groep heeft daar wel een godsdienst voor nodig, de andere niet het klassieke geloof, maar het door wetenschap en ervaringen komen tot veronderstellingen waar men dan zijn vorm van geloof aan ontleent.   Het raadsel van ‘wat was er eerst, de kip of het ei’, was volgens Gust inmiddels al wel opgelost.  Het ei was eerst, chronologisch gezien, zoals het atoom er na de straling was en de cel (ook een soort ei) na het atoom.  De voorstelling ‘wie of wat schiep het heelal’ impliceert of wel een schepper of én de natuur die geen vormeloosheid en inhoudsloosheid kent…en onder druk van zijn eigen wetten verandert wanneer iets onder druk geen zin meer dreigt te krijgen. Wie zou ons daar op de reis een eind verder in kunnen helpen ?  Een vrouw misschien.  Dat lag al moeilijker…één vrouw met twee alleenstaande mannen in een camper…bah, er waren wel altijd ergens kamers vrij.  Welke vrouw zou de thema’s van de reis zien zitten ?  Sofia, de vrouw van Kunal, de ‘positivo’ samen met haar man zelf misschien ?  Raar toeval dat die toch wel net belde zeker en zo kwam Aart op het idee van daarnet.  Bestaat toeval wel echt, daar zou ook de reis, naast de grote reis die het echte leven was, wel uitsluitsel kunnen over brengen.  Al die verbonden levens, hoe komt het toch dat de paden van mensen nu juist kruisen met die en die en splitsen en zo verder ? Kunal, de positivo genoemd omdat hij het veel over ‘positief denken’ had, was ergens in een dorp zonder pastoor, geen onderpastoor, geen lekenpastoor meer; maar een soort alternatief geworden voor de wekelijkse eucharistieviering van weleer.  Hij was een soort moderator die elke week een tekst inleidde uit één van de godsdiensten en die dan de bespreking daarvan in goede banen probeerde leiden.  Soms verliep zo een bijeenkomst academisch, soms werden er al eens persoonlijke voorbeelden rond het besprokene gedeeld, maar ook even vlug afgesloten; zo had Gust me eens gezegd.  “Er zijn te diepgaande redenen waarom mensen altijd met enige reserve leven, ze zijn niet altijd klaar om te zware werkelijkheden aan te kunnen…en hoeft dat wel altijd ? Ze hebben ook geen kader en achtergrond om een aantal pijnpunten zowel als geluk in hun leven te kunnen interpreteren…en alleen zij kunnen daar ten volle in slagen…maar er is geen haast bij, al wat komen moet komt, maar soms is het gewoon te laat voor dingen, of hoeven er zelfs gelukkig geen al of niet nefaste beslissingen te worden genomen. “  Kunal had ook had een blog rond deze met de ziel en het geestelijke verwante dingen.  Sofia was leidinggevende in de christelijke vrouwenbeweging en haar positie werd wel wat gecontesteerd, omwille van het pad van de paus in Rome dat haar man niet zo nauw meer bewandelde; maar per slot van rekening waren we inmiddels al 2011 op de Gregoriaanse kalender zeker !  Ze gingen bijna nooit op reis eigenlijk, zo verweven met het dorp als ze waren.  “Waarom vertrekken, als we hier nodig zijn en al onze ervaringen en opdrachten hier liggen”, zei Sofia eens tegen een vriendin van Aart.  Zo, misschien zaten we dan al aan 4 mensen, misschien ook niet, maar we zouden hen zeker mailen als we ergens onderweg in een kerk kwamen en wat meer symboliek rond de ene of andere tekst zouden nodig hebben. 

Aart vroeg zich af of die cameraploeg geen hinder ging zijn bij de spontaniteit rond de reis en sommige thema’s vooral.  Of misschien zou hun aanwezigheid juist als effect hebben dat het niet zo zeer een gezond roddelen onder mekaar zou worden, maar eerder een project met een zeker structuur.          In ieder geval was het beter van een groep te hebben van mensen die mekaar in het echte leven kenden en die van mekaar al jaren wisten waar ze mee bezig waren en welke hun achtergronden waren.  Het zou wel leuk zijn met twee groepen te reizen of de groep in twee te verdelen, mensen die mekaar reeds kenden en anderen en de opgenomen filmbeelden met mekaar af te wisselen.  Aart was precies aardig op weg om een soort film regie te voeren, wat ten slotte ook van hem gevraagd werd eigenlijk, of zou er in de camper van de cameraman en geluidsman ook een regieassistent meereizen ?  Vermoedelijk wel. 

Tot nog toe had Aart dus veertigers en vijftigers aan boord, in de veronderstelling dat ze ‘ja’ zouden zeggen.  Welke twintigers en dertigers eventueel ?  Elena Rustich misschien, dochter van Kunal en Sofia, 24 en haar vriend Jenz Kochberg, 26, zoon van Gust en socioloog ? Elena was een jonge vrouw met heel groene vingers die de ecologische kwesties nauw aan het hart lagen.  Van opleiding was ze psychologe en ze werkte met gezinnen die in relationele en andere moeilijkheden vast kwamen te zitten.  Beiden waren al vrienden van af hun studententijd en Jenz zocht momenteel werk na een eerste job bij de arbeidsbemiddelingsdienst van de staat.  Hij ging er zelf weg omdat hij met het gevoel zat, vast te zitten in een systeem waarbij hij alleen voor wat oplapwerk kon zorgen.  Actief ook bij de jongerenorganisatie van de linkerzijde van een sociaaldemocratische partij.  Gingen die niet jaarlijks met de tent en de fiets op vakantie, ja toch…en het was nu april en de reis was gepland voor juli.  Dat zat toch ook al mee.  Bouwverlof ook dan…oh ja, Nils Nielsen, een midden dertiger en bouwvakker, voorheen metaalarbeider, kon dan ook mee met zijn motto.  Nils zou de koele, zwart-wit denker en doener in de groep zijn…iemand die gewoon in het bestaan als een zeer toevallig en relatief en vergankelijk iets geloofde…al een tijdje op zoek naar een goed lief, na een paar gestrande pogingen.  Gewoonlijk op trek met zijn maat Hassan Musa, ergens van achter in de twintig waarschijnlijk en geen BMW-rijder zoals Nils, maar een Kawasaki motorrijder.  Hassan ’s vrouw was er met de noorderzon, een andere man en de tweeling van Hassan van onder getrokken en het woog hem soms zwaar dat een ongetrouwde vrouw bij voorkeur het voogdijschap over kinderen toegewezen krijgt.  Alleen in de weekends zette hij zijn motor op stal om helemaal op te gaan in het met zijn kinderen zijn.  Misschien zou hij eventueel de helft van de reis kunnen meegaan, de maand dat zijn ex de kinderen had ?   Hassan had zijn eigen kruidenierszaak.

‘Zo, als ik daar al eens mee begon’, dacht  Aart.  We hebben wel nog geen zestigers of  daarboven en geen tieners of daaronder, maar een man of tien zou wel voldoende zijn,  er van uitgaande dat Sofia en Kunal hun bestelwagen zouden inschakelen voor zich zelf en de tent van Elena en Jenz die misschien al of niet met het openbaar vervoer zouden reizen.  Een kamper, kan  die naast ons tweeën nog een paar mensen mee aan boord nemen ?  Wie dan ?  Aart’s kinderen waren ook al het huis uit en zijn  zoon liep niet bepaald op met de levenswandel en reizen van pappa en zijn dochter had in de echtscheiding het kamp van de moeder gekozen. 

Van vrouwen gesproken, de vrouwen waren wel serieus in de minderheid, er moesten er dringend een paar bij uitgevonden worden, bij wijze van spreken.  Carola Perez en Indy Esco ?  Een feministe en een alleenstaande moeder misschien,  die konden dan gerust in de kamper  meereizen en ’s avonds op hotel gaan, al was er plaats om 2x2 mensen (apart) te slapen te leggen.   Immers, met Aart’s enkele  in hem al of niet  teleurgestelde  vrouwen en de jacht op nieuwe kandidates opgeven hebbende en Gust die aan zijn weduwnaarschap vasthield, zouden er zich wel geen nieuwe liefdesrelaties ontwikkelen.  Carola een mediterrane verschijning, tienerkinderen, twee meisjes en een jongen, in de veertig, had bijna evenveel gedeeltelijk moeilijke tot zeer moeilijke  ervaringen met mannen als Aart met vrouwen en de half Aziatische Indy Esco, van voor in de vijftig was door haar Afrikaanse man voor een jongere vrouw verlaten en woonde alleen met haar dochter Elsie van twintig jaren jong. ‘Tot daar dus’, besloot Aart in zijn eigen verder mijmerende, de ploeg mensen die ik eens bij mekaar ga roepen.  Als je vrienden en vriendinnen en achtergronden meerekent,  zijn alle rassen en continenten, geloven en levenshoudingen dito manier van wonen of samenwonen en bezigheden en gezindheden wel vertegenwoordigd, kan best spannend worden, vond hij van zichzelf.

2.De bijeenkomst

Ze waren er met zijn allen en Aart verklaarde de vergadering voor geopend.  Hij legde zijn plannen uitvoerig uit en polste naar de reacties. “Aart jonge, ouwe idealist, dat gaat allemaal niet zo vlot lopen als jij je voorstelt.  Elke minuut van de dag een cameraploeg achter ons aan, wie kan dan nog spontaan zijn ?  Bovendien wil je toch een zeker diepgang bereiken, een aantal thema’s doorgronden, een soort theoretische uitwisseling opstarten…hoe kan je dan nog genieten van de reis zelf ?  We kunnen beter af en toe eens onder mekaar samenkomen om te filosoferen rond het leven of gewoon onder mekaar te praten over waar we mee bezig zijn. “ “Ja, als je het zo bekijkt, antwoordde Aart Gust,…”en wat denk jij er over Elena “ ?  “Gust heeft wel een punt, er zou te veel tijd kruipen in de verplaatsingen en de praktische regelingen om nog ontspannen aan debatten te beginnen, we kunnen beter samen een fietstocht maken of wandelingen organiseren, tijdens wandelingen praat je toch vlotter met mekaar en mensen vinden in dialogen vaak meer diepgang dan in vergaderingen rond bepaalde punten, waar niet iedereen hier in de groep in geïnteresseerd is denk ik”.

Jenz  voegde er nog wat aan toe : “Er bestaan al zoveel praatgroepen en publicaties rond al die thema’s Aart, iedereen hier aanwezig kan er wel eentje vinden dat bij hem past, ik denk dat je achteraf wel een beetje ontgoocheld zal zijn in je opzet, je kan niet iedereens aandacht zo lang bij té moeilijke thema’s houden.  Dat lukt bijvoorbeeld wel op één plaats, zoals wij met de jongerengroep een vakantiekamp opzetten met een aantal politieke onderwerpen over de situatie in diverse landen van de wereld”.

Kunal bleek het niet niets, misschien haalbaar, maar toch ook te onpraktisch te vinden en bovendien had hij al zijn handen vol met zijn zoektocht naar teksten om in groepsverband te bespreken.  Sofia had te veel mensen die op haar telden en haar agenda zat overvol afspraken voor het regelen van allerlei activiteiten in de dorpsgemeenschap.  Nils Nielsen zag het wel zitten, “wauw, lekker scheuren met de motto, ’s avonds een goed pint bier, een lief zoeken om mijn talenkennis wat bij te stellen natuurlijk.  IK zie het wel zitten”.         In zijn gedachten zag Aart zichzelf al met zijn tweetjes in een camper reizen of , oh no, vanachter op de motto van Nils de nihilist wiens grootste voldoening in het leven was van niet te diep op de dingen in te gaan omdat je gewoon beter van allerlei praktische dingen in het leven kan genieten, voor dat je boekje hier op aard helemaal toegedaan wordt.   Hassan Muza kon geen maand zonder zijn kinderen die hij al niet veel zag en had meer gehoopt op een reis buiten Europa om zijn tweeling mee naar het Noord Afrikaanse deel van hun roots te nemen.  “Hassan, jongen, moest ik zo oud niet zijn, ik ging met je mij”, zei Carola Perez.  Maar zeg, is het daar nu niet een beetje gevaarlijk aan het worden nu jullie ginder meer onze manier van aan politiek doen willen overnemen  en zo, willen jullie echt verwestersen” ?  “In Marokko niet echt Carola, en dat verwestersen…vele vrouwen liggen hier veel te veel in een knoop, ondanks al hun vrijheid”.           Indy keek met haar liefste squawblik in de richting van Hassan als of ze wou zeggen dat ze het begreep wat het was om door de vader of moeder van je kinderen in de steek gelaten te worden…en dan zo jong nog.  “Het spijt me Aart, ons Elsie en ik gaan naar haar grootouders in Congo in de zomer, we hebben er lang moeten voor sparen en nu we het beiden aandurven, gaan we daar helemaal voor gaan.  Spijtig, want ik hou er van om uren in bed te lezen over al die dingen waar jullie het willen over hebben, maar dan meer in romanvorm, want er is zoveel tegenstrijdige theorie over van alles te verkrijgen, dat ik er mijn weg niet altijd in vindt en dan met al die praktisch te regelen dingen altijd en zien dat ik mijn werk niet verlies.  Als men het werk eens onder de mensen verdeelde, zouden er meer jongeren een baan hebben en iedereen meer vrije tijd om met een andere dingen des levens bezig te zijn”.

 Zo ging het nog een tijdje door en op de duur was het wel makkelijk voor Aart om de balans van de vergadering op te maken.   Ok dan, ik neem jullie niks kwalijk hoor iedereen, ik begrijp het wel allemaal en ergens hebben jullie voor een stuk gelijk.  Nils jij en ik gaan op reis en dat die tv zender maar andere mensen zoekt…of moet ik toch een voorstel bij hen indienen ?  “In juli kan ik niet Aart, je zal alleen moeten gaan jongen”, zei een luid lachende Nils, maar we zullen eens alleen onder ons gaan, dat gaat vonken geven; gij die in veel te veel zin ziet en ik die gewoon wil genieten van alles en nog wat, amaai, amaai, gij gaat nog al tegen mij zagen jong.  “Wel, misschien gaat dat allemaal nog wel heel goed meevallen Nils, weet maar te zeggen wanneer je vrij bent”.

Er werd nog wat in groepjes nagebabbeld en wat gedronken en uiteindelijk besloot de groep om af en toe eens bijeen te komen of een activiteit te plannen.  Iedereen zou een eigen thema voorstellen tegen volgende keer.    De volgende vergadering, bijeenkomst werd het eigenlijk al genoemd, zou binnen een maand op een maandag zijn, de eerste maandag van de maand ging men nemen…voor wie kon komen natuurlijk, het mocht nu ook  weer geen verplichting worden ook niet.  Misschien een gelegenheid om de eigen reiservaringen te vertellen…of een of ander thema zelf in te leiden ? 

“Weet je wat ‘blogfilosofen en aanverwanten’, zei Gust…en de naam voor de groep was geboren, volgende keer bij mij thuis stel ik voor, er is wel plaats in zetels en stoelen voor een man of tien en een paar barkrukken voor de toogfilosofen onder jullie.  Ge moet daar niet voor tot volgende maand voor wachten, morgen is ook al goed, maar kom niet alle dagen met zijn tienen gelijk af.   Laat ons afspreken van alle thema’s waar kan over worden gepraat in drie op te delen ‘filosofie, psychologie en werk’.   “Over de drie grote G’s dan Gust”, repliceerde Nils schelms : God, gat en geld” ?  “Zo had ik het nog niet bezien Nils, bereid je al maar voor, met welk thema wil jij beginnen, al  zouden we met filosofie moeten beginnen”.  “Als ik langs kom mag je de twee eerste g’s gewoon overslagen, alhoewel misschien heb je wel gelijk Gust.   We zullen wel zien”.

 

  1. Gust’ s praathoek

Bij Gust aan de bos kwam af en toe al wel eens iemand binnenwaaien, meestal van zijn ouderdom en van het mannelijke kunnen, maar ook van vriendinnen die vooral vriendinnen bleven, geen lief werden, want zoiets was voor hem wel niet meer weggelegd na het heengaan van zijn vrouw nu al wel enkele jaren geleden.  Het was de eerste maandag van de maand. De metalen donder van een motto deed de stilte in het bos even zwijgen.  ‘Zou het Nils zijn of Hassan’, vroeg zich Gust even af.  ‘Eerder BMW’, en inderdaad het was Nils maar zijn maat Hassan was er bij. “Ah de mannen, de ‘heavens angels’, van jullie te zien, alles ok met de winkel en op de bouw “?  Hassan zag het niet meer zitten met zijn klein winkeltje, de concurrentie met de grote ketens dreigde hem de nek om te doen en het dorp te klein eigenlijk, wel spijtig voor sommige dorpsbewoners en voor zijn eigen, want hij deed het winkelier zijn wel graag, maar het moest wel snel gaan beteren.”   “En mijn werk, daar valt niet veel over te filosoferen Gust.  Gewoon doen”.  Gust had weer een antwoord klaar”.“Kop op Hassan, ’t zal wel gaan als je Allah het wil… en jij Nils, bouwen is toch een prachtig iets ! De natuur, dat zijn allemaal bouwstenen en om tot de eerste cel te geraken heeft het heelal eerst aardig wat moeten in mekaar zetten.  Geen enkel atoom is toeval.  Een koffie of een thee voor de mannen van de snelheid” ?  “Misschien geen slecht gedacht, een koffie voor mij”, zei Nils. “Doe mij maar een thee”, stemde Hassan in.        “Zo ook over een winkel Hassan, kan je filosoferen, ook de natuur, ons lichaam bijvoorbeeld, heeft een aantal plekken met zeer specifieke distributietaken.  Het lichaam doet ook dingen in, verwerkt ze en verdeeld ze.   Zo heeft alles zijn nut”. “En een filosoof dan” , vroeg Nils ? “Wel, die kan bijvoorbeeld duiden waar we met zijn allen mee bezig zijn en de zin en het doel van een heel pak dingen klaarder maken.  Niet alleen de praktische zin van alles, maar ook die dingen waar de Positivo mee bezig is. De ziel, het spirituele, het hangt allemaal samen en ieder heeft er  een gedacht over of niet, maar toch zijn we er ook een stuk mee bezig, al praten we er niet zo veel over, weet je.  Je kan dat soort dingen ook gewoon herleiden tot dat andere deel dan de praktische kant van het gelukkig zijn.  De liefde bijvoorbeeld.    De liefde tot alles, maar in ’t bijzonder tot  mensen onderling en meer in ’t speciaal de man-vrouw verhouding, maar dat is meer den Aart zijn boetiek, hij heeft er wel al ’t één en ander over geschreven. Je moet hem maar eens naar zijn blogwerk vragen.  En hoe zit dat met de liefde, al iemand gevonden Nils of is je vrouw nog niet terug Hassan”. “ Ik neem mijn tijd wel Gust, ik laat me niet meer opjagen door mijn goesting”. “Da’s al heel wat jong op jouw leeftijd”.  “En de mijne”, pikte Hassan in “dat ze maar blijft waar ze is, maar mij mijn kinderen teruggeeft.  Niks pardon, ze zoekt haar eigen ongeluk maar”.  “Wie weet waarom mensen bepaalde wegen uitgaan Hassan”, probeerde Gust, ’t is niet altijd makkelijk om dingen die met gevoelens te maken hebben te begrijpen, achter die dingen moet eenieder voor zijn eigen een beetje  aan, in openheid naar de anderen toe, maar of je de dat kan, hangt nu eenmaal meer van je karakter en een aantal persoonlijke omstandigheden af …en ook van je tegenspelers in het stuk van het leven”.

De mannen babbelden nog wat over de sport en het stomste uit de politiek en één voor én kwamen ook de andere gasten toe, naarmate 19 uur naderde.  Kunal de positivo had een verjaardagtekst voor Gust geschreven…”ik ben nog wel wat vroeg, maar dit is voor je verjaardag en je mag er verder nog een heus boek aan ophangen”.  “Tiens, merci man, je overvalt me, zal ik eens direct buiten gaan lezen onder een boom zie”, zei Gust terwijl Kunal beetje bij beetje in gesprek raakte met de mannen van de motto. 

De tekst ontroerde Gust en deed hem goed.     “Je wist niet beter, want je was een kind.  En toch wist je beter, maar mocht je niet beter weten, want te zwaar om dragen zijn een deel van de voorouderlijke erfenissen.  Eenieder  had zijn eigen opdrachten.  De jouwe waren niet te onderschatten.  Ook de personages die je in je leven zou tegenkomen, hun ladingen waren ook zwaar en licht tegelijkertijd.  Ze zouden op jouw zoektochten passen, ook al zou je dat achteraf bekeken niet hebben gewild.  Op de ene of andere manier moest het toch zo zijn. Je kon en kan en zou je een aantal vragen kunnen stellen, waar van je je nu eerst een  vijftig tal jaren later bijna ten volle zou bewust zijn en door het observeren van alledaagse kleine wonderlijke fenomenen zeker nog meer bewust zal worden. Van waar kwam je goed zijn, toch niet overwegend van uit de catechismus  ?  Je kan  niet vooruit kijken op de dingen die gaan gebeuren, al zat je al wel met plannen, jongensplannen.  Het is de magie van het leven, maar dat besef je dan nog niet.  Je weet nog niet welke rollen vrouwen in je leven zullen spelen en welke richtingen anderen je zullen uitsturen, ten einde het hele plaatje van het zijn in deze wereld te begrijpen. Wat was een vrouw toen voor jou ?       De zorgende grootmoeder, de moeder met achtergronden  die je pas veel later zou begrijpen.

De ongekende observaties van het zijn, zoals je dat nu beleefd, waren er nog niet,  want je was in de ban van andere dingen.  Je zou er later over schrijven en ze hier in deze, jou altijd voortijdige testamenten inlassen, niet alleen om alles op een rijtje te zetten of als aanloop van gedetailleerder momentopnamen van vroeger, maar om op een ethische manier die mensen die er rijp voor zijn, meer bewust te maken van dingen die hun zijn en voelen en de wereld als geheel in een andere dimensie kunnen brengen.                  Je meesterwerk, verspreid over een aantal blogs die allen een ander of meerdere aspecten  van het zijn aanraken, is grotendeels voltooid.  Tijd nu om in alle mogelijke tijden te schrijven, want je hebt de symboliek achter het ontstaan ontsluiert via de wetenschap en de filosofie en de religie in een ander daglicht geplaatst en de sociale evolutie van holbewoner tot nu als een machtig zinvol zowel als absurd epos neergeschreven.  En…uiteindelijk, naast het prachtige decor van de natuur, weet je onderhand wel waarom de essentie draait : de verhoudingen tussen mensen en de rol die de liefde en de  vriendschap daar in spelen, maar ook de ‘beschouwing’ van dit alles en de alles omvattende diepere zinnen van dit alles.  Je incasseerde laagtes en beleefde ook hoogtes, en de laagtes waren al of niet nodig voor de hoogtes, waar van sommige achteraf bekeken illusies waren en toch weer niet.        Men zei je zeer pijnlijke dingen en je schreef en sprak en hoorde en las, hele mooie woorden.  Je leerde de schijn en de realiteit achter al die dingen uit mekaar houden.  Je wist dat het zo gezegde verleden gewoon in het nu is geïntegreerd, inclusief de zogezegd gestorvenen.

De drang om dingen  over te brengen, heeft je nooit verlaten.  Fictief of niet, in elke vorm van literatuur, altijd diende het  een  hoger doel.   Je schreef bijna nooit cynisch omdat je heel veel van mensen begreep en je heel goed inleven kon, meeleven, kon, medelijden  nog moest leren overstijgen…niet begrijpende dat niet iedereen dezelfde inzichten en uitgangspunten en evolutie voor zich had…altijd als gevolg van dit en dat en ’t geen.  Net als je denkt  dat ’t je ’t door hebt en een stuk verleden kunt afsluiten, duikt het weer op.      Een overzicht ?  Moet je me nog eens wat meer over vertellen of schrijf zelf maar verder”.

Gust ging weer naar binnen en omhelsde Kunal en dankte hem, terwijl hij in een beweging de rest van de ondertussen aangekomen gasten verwelkomde.  Aart was er en ook Elena en Jenz.     Sofia zou iets later komen, maar Carola en Indy kwamen juist toe.  Carola was een kusmie en sloeg niemand over en Indy, meer met reserve gaf iedereen haar mooiste glimlach. Aart sprak Gust zijn gasten toe.  “Nu we toch allen gezeten zijn of in de zetels hangen, zullen we bijeenkomst maar officieel open verklaren.  Zoals vorige keer gezegd, kan eenieder hier vragen stellen aan de anderen of een gedicht voorlezen of een al of niet zelf gekozen of geschreven tekst  ter bespreking voorleggen. Ge moogt zelfs een film meebrengen of een schilderij of hier een beeldhouwwerk uit een stuk hout kappen van Gust.  Zal ik het ijs breken. We gaan dan wel voorlopig niet op reis (iedereen schoot in een onderdrukt lachen), maar deze vorm van bij mekaar komen kan ook een stukje reizen worden. 

Hier ga ik dan als eerste. Om te begrijpen, waarde toehoorders, hoe mijn leven en dat van U en vele andere, met mekaar verbonden levens in mekaar zitten, moet je voorgeschiedenissen kennen.  Ooit als je niet meer zo hard moet werken, zal je misschien de tijd hebben om die voorgeschiedenissen op te zoeken, er over te praten, te lezen. Er over praten werd mij niet geleerd, ik heb het verworven…er over schrijven ook, dat ging er soms aan voor af.  Dit is niet de taak van iedereen, ik besef het terdege en het hoeft niet…maar het kan helpen.  Over het verleden moeten we ons geen zorgen maken, alle problemen en minder sterke kanten die we niet hebben overwonnen dienen zich toch, nu dagelijks aan. Al komen we voor 99% goed overeen, soms is er gelukkig een vuile lavabo nodig om dat ene procent tot leven te wekken; nodig om wat meer over mekaars schaduwzijden te weten te komen.  Om over die dingen te kunnen praten moeten bewustzijnsniveaus daarover in evenwicht zijn…het is geen kwestie van intelligentie, maar van inlevingsvermogen en ervaringen en openstaan om iets van een ander aan te nemen. Dus jullie hebben het zitten, ik maakte een tekst.”      

De ouder-kind relatie  evolueert een leven lang.  Hetgeen iemand bijvoorbeeld met zijn vader of grootvader gemeen heeft,  kan bijvoorbeeld zijn dat hij zo gefocust zijn is op waar hij zelf mee bezig is, dat hij precies een scherm optrekt voor de persoonlijke gevoelens en leefwereld van iemand anders.  Zijn agenda telt, wat de anderen doen is bijzaak. Alle dagelijkse voorvallen passen in een groter kader.

Het voorouderlijk verhaal gaat verder via de nakomelingen, geen ontvluchten aan, op geen enkele manier, geen enkele.     Zelfs indien ik er niet over schrijf, vindt alles een weg om zich te voltrekken naar meer en meer evenwicht, maar toch, dit is voorlopig nog een weg om mijn steentje bij te dragen in het geheel van menselijke evoluties die tot inzicht leiden.              Dit verhaal is al met iedereen bezig van in de tijd vóór de holbewoners en zal eindeloos worden herhaald ter wille van de essentie van dit bestaan : het zoeken van zin te midden veel onzin.  Ik apprecieer de manier waarop mensen hun interesse in dingen omzetten en ze hoeven het allemaal niet te ver te zoeken zoals ik soms, onthoudt gewoon dat het goed voor ze is dat ze soms even aangemaand worden het leven iets breder te zien.   Ik ben niet iemand die voor geld ruzie maakt, bij ruzies over geld tussen mensen, gaat het trouwens over heel andere dingen die met alle mogelijke positieve en negatieve kanten van ‘liefde’ in al zijn vormen te maken hebben.  Wat dat ‘buiten’ willen betreft, in die dialoog …hoe meer je iemand zijn waarheid zegt, hoe meer afstand hij of zij van je neemt tot en met je verlaat, al of niet voor een ander, maar gewoonlijk wel zeker” ? Het werd stil. Aart’ s vrouw was ook weggegaan.

Gust reageerde ongevraagd als eerste. “Knap stukje werk Aart. Ik neem afstand van de dingen die men mij naar mijn kop smijt, ik probeer er een positie van onverschillig evenwicht tegen over aan te nemen (wat niet betekent dat niets mij kan schelen)…zoals de neutronen geladenheid in de kern van onze atomen…ik wacht altijd de proton geladenheid in mij af (positief geladen elektronen) om met iedereen en alles wat me omgeeft in interactie te gaan (negatief geladen elektronen…niet in zin van goed of kwaad te interpreteren).  De pijn die ik bij anderen verondersteld veroorzaakt zou hebben, komt voort van heel veel voorgeschiedenis van voor we geboren werden en van het vervolg daarop dat een weg zocht om zich te voltooien…en is interactie daartussen…en wordt ruimschoots gecompenseerd door al het geen uit mijn goede bedoelingen voortkwam.  We zijn voor ons eigen innerlijk geluk voor het grootste stuk voor ons zelf verantwoordelijk…we verlegden veel naar de verantwoordelijkheid van anderen…voor wiens gedrag je om welbepaalde redenen medeverantwoordelijk kan zijn  We willen onze eigen pijn teveel of schuld te veel op anderen afwentelen en we zien soms niet al te duidelijk waar de schoentjes bij anderen knellen.”

Elena wou het woord. “Ik denk dat mijn voorbereiding daar op aan sluit Aart. In mijn bijeenkomsten met mensen met relatieproblemen, richt ik me soms rechtstreeks in gesprekken tot een ganse familie soms.  Ik heb enkele van mijn meest geschreven vragen en opmerkingen aan mijn mensen opgeschreven.  Jullie kunnen er direct of achteraf, zo niet via een volgende bijeenkomst op inpikken, van uit jullie eigen belevingswereld eventueel ?”

Ze beet  tot bloedens toe aan haar nagels, je wist niet waarom, nog niet.

Ze hield je af, wou eigenlijk soms geen kinderen, wist nog niet waarom.

Je dacht haar te kunnen helpen, het overgeërfde leed door anderen aangedaan.

Ze hield je af ineens, wou het gedaan maken.

Naast de blije, zoveel enge dingen, had ze je toevertrouwd.

Je dacht dat verbetering langs jou zou omgaan.

Jullie hebben kinderen; allen heel gewild en iedereen die hier moet zijn komt er ook.

Toch na meer dan een dozijn jaren samenleven plus drie jaar inloopperiode…

Dook het vijandsbeeld nopens de dader van het aangedane weer op.

Je was man en daarom ook dader waarschijnlijk.

Eens een andere luisterende oren, de nieuwe schouder gevonden.

Je merkte dat er iets was dat je niet wist.

Ook materiële zekerheid telde wellicht mee, of toch niet.

Je kan niet blijven met iemand die je de waarheid omtrent haar leven schetst.

Tegen iemand die niet tegen je kalmte meer kan.

Maar je kan in die kalmte niet blijven als je teveel wordt gepest.

Kansen om het kwalijke deel van het instinctieve, de revanche… te overwinnen volgen.

Je bent nieuw in dit spel, het neemt met jou een loopje…ook jij wil iemand anders.

Iemand anders zonder altijd die zware problemen, ligt zeker op je weg.

Vergeet het maar, je zal het ganse scala van man-vrouw problemen over je heen krijgen.

Je zal steeds maar denken dat aangenaam blijven voor mekaar de oplossing is.

Je zal steeds maar hopen op een andere ware…en altijd voorouderlijk en eigen karma krijgen.

Ook bij dezen in een relatie die je menen nodig te hebben om deze te behouden of af te ronden.

Maar dat weet je nog niet, want je bent echt verliefd.

Na de cyclus van begrijpen, loslaten, komt de essentie van de pijn via een voorval binnensluipen.

Omdat je er niet alleen over moest schrijven, maar rollen speelt in het leven van anderen.

Voornamelijk die stand van zaken wordt continu vereeuwigd en aangepast.

Tot de mens, zoals een oude muur barst en een levensloop slechts schijnbaar stopt.

 

De natuur kan je troosten, twee duiven komen aan het water drinken.

Ach je bent soms zo moe van dit alles hierboven beschreven en van andere wereldtoestanden.

Door je te veel gedragen als Hercules met zijn bol, van toen je kind was hielden oorlogen niet op.

Je sloofde je voor te veel mensen uit in plaats van afstand te nemen.

Ga nu maar eens af en toe rusten in de zon, ’t is weer lente.

Reis in je fantasie naar een hangmat boven op de rotsen naast een waterval.

De zee, niet te ver, maar op veilige afstand in de verte.

Het licht dat nooit donker wordt, alleen maar ergens anders zijn kan…

Of in je eigen of de andere anti materie.

Omwille van de verhoudingen tussen kern en planeten…vergeet de mensen even.

Licht dat altijd is, ook  in de materie zelve…omdat materie ook ruimten heeft.

Schep op tijd ruimte in je zelf.

Je moet mij je daar zien door te slaan, in alle mogelijke soorten evenwicht blijven.

Wat alleen maar kan door af te dalen af en toe in pijn ?

Wat alleen kan door pijn als tragikomisch te beschouwen ?

Wat de voorbije dag gebeurde, is altijd weer voorspel voor vandaag.

Een stilte aan de familietafel van de oma, bijvoorbeeld, dan iemand die het ijs breekt.

Peilen naar de toestand van het liefdesleven van anderen, met eigen agenda’s.

Voorstellen doen om hen te motiveren het leven aan de zijde van een partner te delen.

Vragen naar het waarom van het afspringen van de vorige poging.

Begrijpen dat men er best niet wil over praten.

Het daaropvolgend begrip dat loonde, want er volgde een paar ontboezemingen over ’t geleide leven.

 

Even voor het slapen, liggend in bed, zet alles op een rijtje wat kan gebeuren en moet, gebeurt.

Aanleidingen en variaties genoeg die tot dezelfde resultaten zouden kunnen leiden.

Veel hangt af of uitdagingen worden aangegaan en wat er blijft pruttellen…al is dat soms best.

 

Wij zijn helers via ontroering, blijdschap, woorden, verbanden, beelden, confrontatie.

Via onze innerlijke communicatie en ons leeg maken, vullen met al onze goede eigenschappen.

We reizen met mensen met een nood aan mensen die hetzelfde graag gelijkaardig anders beleefden

Voorbeelden genoeg.

Zij die een kind willen voorkomen door spiraal bijvoorbeeld, een bevruchting die uitgedreven wordt.

Een nieuw gezond leven verdrijven, werkte dat niet nefast in je verdere leven ?

Vroeg ik al menige vrouw (en man).

Het kind na ’t spiraalgeval zou zich bij tegenwind soms niet gewenst voelen, gevolg ?

Ondanks alle liefde die hem overkwam, blijven twijfelen en niet aandringen op behoud van eigen gen.

Hoe meer bergen van dit alles, hoe meer tijd nodig om te rusten en berusten wetend dat ’t goed komt

Als het meeste leed is geleden en men niet meer bezorgd is om de zorgen van ’t verleden.

Alles je door ’t leven is vergeven omwille van alles wat vooraf ging ? Of blijft de nasleep ?

Als alleen nog aangenaam en goed willen zijn helpt, zonder je kapot te ondersteunen en te dragen.

Omdat je weet dat alles niet alleen in gevoelens en woorden maar ook in gedachten klopt.

Als je je echt kort bij je kern voelt.

Omdat verbondenheid ook werkt op afstand zonder woorden.

In je echte kracht neutraliseer je dan het gene, diegenen waar je niet meer voortrekker wil van zijn.

De boodschap is niet van iedereen te idealiseren, maar met de symboliek er van om te kunnen.

Er om mee kunnen is wachten op het juiste woord, de juiste interpretatie van evoluties inschatten.

 

Er is niks mis van met het zichtbare en stoffelijke bezig te zijn, te veel ervan is altijd nefast.

Maar ook het spirituele is deels zichtbaar en stoffelijk, maar in de hiërarchische ladder primeert het.

Al lijkt dat niet altijd even duidelijk.

Zowel het persoonlijke als collectieve én het collectieve persoonlijke, psychologisch, spiritueel, sociaal.

Daarom is een nefast politiek beleid een spiegel, niet alleen van structuren, ook van beperkte groei

Daarom worden onze levens nog te veel beïnvloed door nefaste oude dingen aan vervanging toe.

Daarom zijn gerijpte  levenshoudingen, kennis en inzicht tussen verbanden meer dan nodig.

Daarom laat waardevolle daden en woorden achter, goede herinneringen, de rest, leer er uit

Iets te veel of te weinig zeggen, iets verkeerd, altijd is er een bedoeling.

Het juiste schrijven wil altijd maar meer perfectie, die je op de duur ’t helderst in jezelf vindt.

Vindt een structuur voor al het oude onverwerkte leer er steeds behendiger mee omgaan.

Zo sterk je je nieuw verworven gaven.

Zeilt er mee tussen mensen door, af en toe een haven en  minder van mensen willen vergoelijken

 

Wees gewoon blij dat je kan zien en horen en ruiken en voelen en dit alles delen kan.

Je leven, leer het niet in lijden uit te drukken, maar in lichtheid, goed voelen.

Leer je eigen ongeluk begrijpen en wentel het niet af op anderen.

Zo vermindert ook de massa aanvankelijk nefaste straling van te bedroefd vertrokken gestorvenen.

Kunnen ze eigenlijk wel vertrekken, want zijn ze niet deel van de hardware en software der levenden?

De enige vraag waar ieder voor zich een antwoord moet op vinden…met allen samen in een verband.

Waarom dit leven van mij en anderen ?

 

Het verhaal van de onafgewerkte dingen des levens, schrijdt dagelijks voort.

Lijk als of alles op voorhand vast ligt en heeft een mens maar weinig vat op zijn lot ?

Om welke redenen is men verwikkeld in het leven van anderen, zonder dat men dat goed beseft ?

Begeerten allerhande, trekken de mens mee in een  vreemdsoortig avontuur.

Uniek aan één leven verbonden, maar verstrengeld met zo vele levens meer.

De enige oplossing, aangenaam proberen zijn voor mekaar.

Weten dat je niet één leven hebt, maar oneindig veel weerkerende door te geven opgaven soms.

Doorheen de generaties en opnieuw na de volgende big bang cyclus ?

Een intensiteit die groeit met de levens en de geesteswereld waarmee ze corresponderen.

De bewaarders van het reilen en zeilen tussen mensen, altijd zelf deel van het geheel.

Eens was bijvoorbeeld iemand aangenaam en omgekeerd.

Dan niet meer, want er waren ontspanningen en spanningen van dien van buiten het nest.

De erotiek heeft een eigen manier van mensen los krijgen uit verstarring uit ’t verleden.

Het instinctieve dwingt een mens terecht of onterecht van de oude opgaven af te werken eerst.

Of het verhaalt zich op je en verlegt de opdrachten, met veelal nefaste ontwikkelingen.

Die een mens vast zetten en vaak ook een stuk van zijn omgeving.

Niet dat ze je dat tot in de treure moeten verwijten, want vaak zitten ze met dezelfde opgaven.

Waren sommigen toch veel minder licht geraakt, maar het is niet anders.

Jaloersheid is pas terecht wanneer iemand in een relatie met een ander(e) gegarandeerd verdomd.

Meestal is dat dat door het karma van de voorouders, aangevuld met het eigen karma.

Verdommen, niet zo zeer qua intelligentie, maar :niet meer bij de weg naar het hogere geraken.

Het is deze mensen vergeven, daar ze willen vergeten en al die moeilijke dingen zwaar voor hen zijn

Maar van uit een andere dimensie bekeken, is het toch niet sneu voor ze.

Het leven blijft bestaan op basis van begrepen dingen, oude of nieuwe.

Schaamteloos door het leven gaan is niet hetzelfde als zonder gegeneerdheid leven.

Hoop op een relance in de liefde vaak belast door allerlei soorten verleden

Iemand terug willen na een afwijzing heeft vaak moeilijke gevolgen.

Vaak, niet altijd, afhankelijk van de gezamenlijke opdrachten.

Ga door de inzichten van de nacht en interpreteer ze met je dichter bij je ziel ik.

Je zocht noodgedwongen door karma en lot de eenzaamheid en zij, hij kent de ‘ons’ niet meer ?

Doe haar, zijn lichaam dan de goeiedag van jou, de zielen zijn misschien niet uit elkaar.

Maar het spirituele aspect heeft misschien andere plannen ?

Daarom niet met nieuwe partners die nog onbezoedeld voor mekaar kunnen zijn…tot dat…?

Eén kant, de ruige kant van het instinctieve kiest voor lust, de andere voor geestelijke groei.

Blijf niet te veel in het alledaagse steken en hunker op een serene manier, niet plat.

Kinderen, een goede ega of man vinden, gaat via een uitzuivering van de contacten met jullie ouders.

Van ook het snappen van hun levensverhalen, liefdesverhalen…maar…is er iets op tv vandaag ?

Geen tijd, morgen naar school, werken of gewoon te jong om te begrijpen, te oud om op te rakelen.

Het was muisstil geweest op de bijeenkomst en de stilte werd nog sterker, iedereen bezag Elena en dan mekaar… en Aart vroeg of er iemand iets wou zeggen of vragen.

Carola stond recht. “ Amaai, lang geleden nog zo een woorden gehoord. Ik herken veel van de dingen die je probeert in woorden te gieten door je notities voor je werk, ik schrijf wel eens een gedicht, maar de meeste tijd ga ik op in de gewone dagelijkse praktijk van het leven en de mensen om me heen.  Toch doorheen die momenten en als ik alleen ben, of zelf bij het tv-kijken, krijg ik ook zo van die indrukken zoals  jij kwam aan te raken.  Die gevoelens of gedachten zijn zeer vluchtig soms en ik bouw er geen grote theorieën mee, maar ze zetten me wel aan het denken. Ik wil er wel wat over kwijt, mag ik je tekst even, want niet alles staat me duidelijk voor het hoofd.

“Ze beet  tot bloedens toe aan haar nagels, je wist niet waarom, nog niet.”…”misschien had je toen iemand die een verkrachting of iets naars overkomen was, ik herken dat wel, kinderen, jongeren doen dat zelfs zonder dat er sprake was van seksueel misbruik.  Het heeft met een laag zelfbeeld of een enorme ontevredenheid te maken waarschijnlijk.  Zich om de één of andere reden uit vroegere tijden niet thuis voelen in zijn lijf”.

“Ze hield je af, wou eigenlijk soms geen kinderen, wist nog niet waarom.” …”Niet alleen vrouwen kennen dat fenomeen, mannen zijn er ook niet altijd klaar voor…ik hoor vaak van vrouwen die geweldig aandringen moeten voor een eerste of een tweede of een derde. Gewoonlijk is ieder kind anders dan het vorige, dat  is jullie ook al wel opgevallen.  Hoe zou dat eigenlijk komen, omdat een mens zelf voortdurend verandert of om een soort symbolische tegenpersonages in het leven te roepen om het verhaal van de levens een beetje te kruiden met diverse karakters en die van mekaar laten te leren.  Een goed scenarist dat leven dat we beleven eigenlijk, al beseffen we het niet altijd”.

“Je dacht haar te kunnen helpen, het overgeërfde leed door anderen aangedaan.” …”Indien we alleen met onze gedachten zouden oordelen en al een hele boel ervaring met het leven zouden hebben van jongs af aan, zouden we zonder onze gevoelens laten mee te beslissen, in vele gevallen niet voor een verhouding of een familie kiezen…maar zo is het leven nu eenmaal, het trekt je ergens in en naar een andere toe.”

“Ze hield je af ineens, wou het gedaan maken. …”Heb ik ook al wel met mannen gehad, hoewel ik het altijd aan wou houden, wat er ook gebeurde…soms is het geheel der omstandigheden zo ongenaakbaar dat je wel bepaalde wegen moet inslaan, maar dat ligt weer voor iedereen anders”.

“”Naast de blije, zoveel enge dingen, had ze je toevertrouwd.” …”Oh ja en dan die vele gesprekken maar ook enge stiltes in zo een situaties…blij dat ik dat achter me liet, hoewel ik zelfs als feministe moet toegeven dat ik het leven met een man wel mis.”

“Je dacht dat verbetering langs jou zou omgaan” … “Mensen kunnen nog zo hun best doen om een bepaalde situatie ten goede te keren, je moet er voor twee voor zijn en niet te veel omkijken als het weer goed gaat.”

“Eens een andere luisterende oren, de nieuwe schouder gevonden…”dan wordt het natuurlijk extra moeilijk, je mag nog van je zelf denken dat je sterk genoeg bent om iets aan te kunnen dat je beter bespaard wordt…je kan er wel sterker van worden of op de sukkel geraken, kan ook natuurlijk.”

“Maar je kan in die kalmte niet blijven als je teveel wordt gepest…” Echt van binnen in beide rustig worden en aangenaam proberen zijn voor mekaar, is en blijft inderdaad een goed recept, …indien de druk van het karma van de voorouders en je eigen karma niet te groot is natuurlijk. Negatieve emoties kunnen je wel parten spelen, inderdaad, zeker zoals je zegt …”Je bent nieuw in dit spel, het neemt met jou een loopje…ook jij wil iemand anders.” “Dat zwakt op rijpere leeftijd wel af, maar toch! Ook ik beste Elena, zou een gans scala van man-vrouw problemen over me heen krijgen. Met minder te vlug ten prooi vallen aan begeerten was me dat wel gelukt…maar had ik dan mijn eigen weg wel gegaan en was ik dan niet diegene die mijn man op zijn weg moest tegenkomen ? En zonder hem, inderdaad, de periode na hem, kom je dan zoals je zegt in mijn geval toch in een relatie met mensen die je menen nodig te hebben om de hune te behouden of af te ronden. Maar dat weet je nog niet, want je bent echt verliefd.” “Allemaal rake zinnen, maar ik laat het woord nu aan iemand anders graag”.

“Niels, jij soms”, probeerde Aart. “Ach, ik snap het niet allemaal wat hier gezegd wordt, maar mij dunkt toch dat het in de liefde gaat om behagen en behaagd worden.  De wufjes, ze kunnen rond je draaien en als je dan toehapt gaat het goed tot ze vermeende concurrenten zien opduiken…alhoewel een man vaak tevredener is met ‘haar’ dan zij denkt.  Als dan jaloersheid maar dan ook ijdelheid toeslaan en ze beginnen te veel om altijd om maar meer extra aandacht te vragen, is het goed om zeep op de duur…dan kunnen ze je niet meer uitstaan en dan beginnen ze van ideale mannen te dagdromen, en die bestaan niet”. 

De woorden van Nils maakten ook in Hassan iets los.  “Een deel van de westerse mannen staat gewoon toe dat hun vrouw met bijna blote borsten loopt…hoe kunnen die dat verdragen ? En dan die schotelantennes waar de seks tv zenders moeten blokkeren voor mannen, vrouwen en kinderen…dat is toch om problemen vragen ? Hoe kunnen mensen die daar altijd naar kijken nog mensen als gewoon mensen zien, zonder al die opgeklopte wellust…dat is toch geen goed voorbeeld voor kinderen ook niet ! Voor jonge meisjes en jongens…welk beeld maken die zich niet van de seksualiteit…wat ze allemaal moeten kunnen en wat je absoluut zou moeten doen om mee te zijn met de rest zogezegd ! Hoe kunnen ze nog op een serene manier hun eigen weg in het seksuele ontdekken als ze vrouwen zien die hoerig doen en mannen die vrouwen absoluut overal en op alle manieren moeten kunnen onderdrukken.  Die programma’s maken seksverslaafden van jullie en beïnvloeden de echt profane band tussen man en vrouw en zijn juist goed om oude eenzame mannen op te winden of van deugdelijke vrouwen hitsige ontrouwe en onbetrouwbare levensgezellen te maken.  Al is dat nog allemaal niet eens nodig om vreemd te gaan de dag van vandaag.  Je woont een beetje klein of je hebt financiële problemen en je bent een beetje strikt, en hup…met die en die zou het beter zijn en men is weg ! Trouwens, een beetje strikt zijn met vrouwen zowel als mannen en kinderen; we hebben dat allemaal nodig.  Jullie zouden eens moeten beseffen dat je best van een ander zijn vrouw of man blijft, want dat brengt alleen maar moeilijkheden mee.  Hoe je dat ook uitlegt Elena, het hoort niet van vreemd te gaan, zeker als je kinderen hebt.  Het verleden van onze ouders was hun verleden, wij moeten ons niet baseren op dingen die zij niet hebben afgemaakt, wij moeten de dingen tussen ons tot een goed einde brengen.  Veranderen van partner draagt daar niet toe bij…maar je hebt wel een beetje gelijk over het feit dat genetische erfenissen ook psychologisch zijn en dat het niet voor iedereen even makkelijk is om met dezelfde partner verder te kunnen.  De ene wil misschien kinderen of nog kinderen, inderdaad en de andere niet…of misschien is een vrouw wel met een homo getrouwd of andersom…dat gebeurdt bij ons ook.  Wat ik weet is, dat om je beroep goed te kunnen uitoefenen, dat je daar best geen familiale problemen voor hebt.  Een toprenner met liefdesproblemen wint geen een koers, of het zou al eens een uitzondering moeten zijn met olifantenvel.”

“Misschien terug even een vrouw aan het woord”, stelde Aart voor.  Indy keek naar Carola en omgekeerd en Carola vond dat ze zelfs als feministe in veel van wat Hassan had gezegd, kon inkomen en dat de levenswegen van mensen nu eenmaal aan culturele achtergronden gebonden zijn. Hassan vervolledigde zijn standpunten.  “Maar overal zijn mensen jaloers biologisch en psychologisch en van mij moet geen enkele vrouw een hoofddoek aandoen, het gaat gewoon om het feit dat je een ander niet mag aandoen, wat je zelf niet graag hebt of er moeten ERNSTIGE existentiële redenen voor zijn mevrouw Carola, niet zo maar een avontuurtje willen.  Denk je ook niet Indy, “vroeg Hassan aan de verraste Indy ?

“Weet je lieve mensen hier allemaal, het leven kan toch zo ingewikkeld zijn en dan weer niet.  Veel van de levensvoorschriften uit de godsdiensten, uit de jouwe Hassan, maar ook die uit die van mijn vader, die een Boedhist was, hebben een aantal goede raadgevingen, maar langs de andere kant zien ze het één en ander wel niet zo als het in wezen is.  Het achtvoudig pad van Boedha, de juiste houding, de juiste ingesteldheid, de juiste gedachte, het juiste woord, daad en zo verder is een prima basisgegeven in de omgang van mensen onder mekaar en daar waren godsdiensten voor een stuk voor bedoeld, een soort verkeersreglement voor de samenleving.  Woorden zoals Karma worden door Elena dikwijls gebruikt en ik begrijp het verschil wel met het karma van de klassieke, niet- genetisch gebonden reïncarnatie en ik voel dat mensen juist die kinderen hebben die hen confronteren met wat ze door hun achtergronden zelf nog te leren hebben en omgekeerd en dat daarom bijvoorbeeld een tweede kind vaak de symbolische tegenhanger is van het eerste, en alle kinderen samen een soort verzamelboek van de evolutie van de ouders en wat er in hun aan symboliek aan bod moet komen.   Het verleden is  inderdaad  het verleden, maar het vertaalt zich nog in ons, daar kan ik inkomen, zeker om te begrijpen waar om onder andere mijn ex man Isaac me verliet.  Maar om dat te begrijpen moet je te veel persoonlijke dingen van mensen uitleggen. Er zijn ook dergelijke dingen in mijn bestaan die ik zou moeten prijs geven. Ik vraag me alleen af, of indien we al die dingen en het waarom en hoe er van, beiden, Isaac en ik , volledig hadden begrepen, of we dan nog een koppel zouden zijn en of het niet beter tussen ons zou zijn nu…maar wie vraagt zich zoiets niet af of je moet al heel onbewust kunnen leven of al of niet bewst zo bezig willen zijn met praktische zaken om aan dergelijke dingen toch maar geen aandacht te moeten geven.”

“Mensen, mensen,” viel Jenz na een moment van stilte in, “wat mij van deze hele bijeenkomst zal bijblijven is het feit dat mensen boven hun negatieve emoties moeten uitstijgen of dat ze anders geen tijd of zin meer hebben om met sociale en politieke dingen bezig te zijn.  Dat het beter moet met de wereld, daar hebben er niet zo heel veel een dermate boodschap aan dat ze zich ergens in een groepering of partij of zo willen inzetten om een stuk mentaliteitsverandering te weeg te brengen.  Door een quiz die ‘de slimste mens noemt’, hebben we nog altijd geen nieuwe regering, leg dat maar eens in het buitenland uit.  Ik had een goed idee voor ’t internet vandaag.  Een filmpje opnemen voor een komische reeks : ‘het journaal van de toekomstige gebeurtenissen’.  “Buitenland.  In Kenia is er een nieuwe president gekozen.  Het wachten is op de eerst rellen die de uitslag betwisten.  In Finland is er een groeiende groep kiezers die de schulden van de Zuid-Europese landen niet meer mee wil financieren…tot men hen ginder zoals in Ijsland  na de bankencrisis tegemoet moet komen ? “.           ’t Is me wel wat met al die toestanden die op oorlog uitdraaien om de bedrijven en grondstoffen ginder te kunnen blijven controleren. Na alle winters en hitte en natuurrampen en andere ellende die de mens heeft moeten doorstaan, dreigt er zich  in plaats van een happy end een doemscenario te ontwikkelen als de macht van het geld niet aan banden wordt gelegd of zichzelf waardeloos maakt. Alternatieven genoeg op mijn blogs.  Waar kan ik jouw literatuurblog ergens vinden Carola” ? Carola nam haar handtas en haalde er een papiertje uit voor Jenz.

Ondertussen vulde Elena haar verhaal van straks aan. “ In mijn praktijk als psychologe merk ik dat mensen met problemen veelal in familiale kluwens van ver terug verstrikt zijn geraakt.  Jong of oud, man of vrouw, afgemeten aan de aard van hun kalmte of zenuwachtigheid, dekken ze zich zelf in tegen mogelijk vreemd gaan van diegene dat hun geliefde zou kunnen zijn door de ander een pas voor te willen zijn of in het ultieme geval door een soort voorbarige weerwraak te zoeken in het benaderen van anderen, die ze dan ook uit balans brengen.  Er zijn er ook die dit niet doen, maar die, misschien omdat ze zich niet goed kunnen uiten, blijven steken in het blijven zitten in uitzichtloze situaties, drinken, bordeelbezoek of noem maar op.  Alle middelen zijn goed om de voorouderlijke en eigen verhalen te verdringen in plaats van evenwichten te zoeken via zich uiten en positieve emoties.  Mensen denken dat ze mekaar veel dingen kunnen verzwijgen, maar gevoelens en stemmingen geef je door zonder dat je een woord zegt.  Het lijkt wel at er veel scenario’s die in de lucht hangen, toch moeten uitkomen om weer een reeks domino’s bij anderen in beweging te zetten.”

Het was inmiddels al vrij laat in de avond geworden en Aart vroeg aan Kunal om af te ronden. “Wel”, zei hij, ” zowel de levens van de grote wijzen als wij, evengoed stervelingen, draaien om dezelfde gegevens die hier wel op velerlei manieren zijn geïllustreerd. Gisteren zag ik een documentaire over Confucius.  Het is een naam die in veel mensen hun oren heel bekend klinkt…maar net als andere grote wijzen van vroeger, hebben deze mensen ook gewoon een leven gehad, dat niet altijd makkelijk was. Het gaat niet altijd om de wijze dingen die ze hebben achtergelaten, maar ook over hoe hun leven in mekaar zat. Zijn vader was een krijgsheer met negen dochters en een kreupele zoon en hij wou zo graag nog een kind, dat hij bij zijn jonge concubine op oude leeftijd nog zou krijgen.  De jonge moeder zorgde voor Confucius te midden armoede en oorlog.  De jongeman wou doorheen zijn leven meer en meer gewone mensen en de toenmalige heersers doen inzien dat men in het leven bezig moet zijn met kennis op te doen en hard te werken en dat talenten moesten worden aangemoedigd, of ze nu bij de adelijken te vinden waren of in families van hoge komaf.  Hij stierf in de veronderstelling dat zijn leven niet was geëindigd zoals hij zich had gewenst, in een beter China.  Als je nu naar de Chinezen kijkt, wat hebben die al niet bereikt, Confucius zou er tevreden over zijn.  Moraal van het verhaal, als je 2500 jaar op iets moet wachten, de tijd brengt alle goede bedoelingen dichter bij iets reëels .  Een tijdgenoot van Confucius (zijn Latijnse naam eigenlijk), Lao Tse was op een ander plan bezig en zei hem ooit eens dat hij zich een pak last op de hals ging halen door te veel mensen op zijn manier te bekritiseren.  Zo zie je maar weer een bewijs dat uiteindelijk alles om zin draait…en deze avond is daar ook een prachtige uiting van.  Bedankt allemaal.” 

in alle literatuurvormen filosofisch-wetenschappelijk, religieuze en psychologische, sociaal-politiek-historische  benaderingen over de zin van het leven via deze blog en zijn links

Dagboek van opmerkelijke verbanden  uit het leven  van onze vrienden

Do 01/06/2011 Kunal heeft een lang telefoongesprek met  iemand die op basis van de gnosis een project wil opstarten

Vr  02/06  Kunal neemt deel aan een vergadering over het gnosisproject, heeft zijn bedenkingen anderen vice versa

Za 03/06   Aart is bezig met voorbereidend werk voor zijn blogs.

Zo 04/06  Gust neemt afstand van zijn wekelijkse ontbijt mét dame.

Ma 06/06/2011….

Een dame met auto rijdt achterwaarts haar oprit af en dan weer vooruit, zet haar dochter af, waarschijnlijk iets vergeten.  Kinderen met de auto naar school voeren….200 meter verder om de hoek staat een familie, de mamma en de kinderen met gele jasjes even stil want iemand zijn boekentas is van de fiets gevallen…alle dagen fietsen ze tweemaal vier kilometer naar school en terug en de mamma doet dit vier maal. Een kilometer verder staan twee Indiërs in de carwash een auto af te spuiten. Ze staan er beter voor dan hun landgenoten op die vrachtschepen die op de scheepskerkhoven ginder uit mekaar moeten worden gehaald. Een telecommer staat te werken aan een verdeelkast op 400 meter van de chalet.  In gedachten denk ik ‘koppel maar niks verkeerds aan’.  Toch een halfuurtje zonder internet gezeten, hij was misschien bezig met het zoeken naar een fout in de buurt. Ook mensen onder mekaar hebben verdeelkasten met mekaar en de voorouderlijke en tegenwoordige telepathie gaat van die naar die en zo verder, naargelang er dit of dat gedacht of gewenst wordt, teveel of te weinig is, hetzelfde is of het tegenovergestelde. 

Geen ontbijtdame voor Gust vandaag. Hoe neemt iemand afstand van een alter-ego…die dat voor een stuk ook niet is…maar dat andere stuk omwille van veel volgt  ?        De zesde van de zesde, heel aards en de watertoren van de woonplaats van Gust komt in beeld met de moedige fietsmamma in het geel die het niet haalde.  Er stond ook nog iemands vrouw wiens man een mooie tekst voor een honderdjarige schreef waar Aart ook eens een gedicht voor schreef…en een gezellig mollig iemand van een buurgemeente uit het Oosten ging met de prijs lopen. Van prijzen gesproken Jurgen VDBr won zijn eerste koers in acht jaar.

 Kunal merkte dat men in het CERN-project in Zwitserland er in geslaagd was om een kwartier lang zwarte materie vast te houden om de eigenschappen er van te bestuderen.  Zouden ze dezelfde zijn als die van de materie ?  Er was nog weinig info over en hij ging vandaag wat over ‘in het licht der waarheid’ lezen van den Abd-ru-shin en wat Gnosis bestuderen of dingen van Gibran …allemaal lang geleden en hij wilde de mensen van die Gnosis nog wat vooruithelpen.

Gust analyseerde zijn dromen en kwam erachter dat mensen meer gebonden zijn aan geld dan ze zelf weten of toegeven.

  • Kunal op facebook : “nieuwe geheimen van de macrokosmos /in het onderzoek van de microkosmos is men er verleden week in geslaagd een kwartier lang antimaterie vast te houden voor onderzoek, de Higgs Boson deeltjes, waarvan men nog niet weet of ze een massa hebben, blijven een fractie van een seconde bestaan alvorens ze overgaan in bekende deeltjes...ze kwamen voort uit botsing van protonen en antiprotonen...van een goddelijke ontdekking gesproken  -moe Lin verjaardag op dag internationale verdraagzaamheid (en dat was ze inderdaad)---waarom -verwijten zijn zo een diepzinnig iets, dat wanneer je er tot op de bot van komt, dat jezelf of anderen er geweldig kunnen van schrikken                                                                                                                                                                                     -vele gescheiden paren zaten zonder het te weten toch in een comfortabele uitgangspositie om van alles te snappen                                                                                                                                                                                                              -eenieder zit gevangen in een lichaam en ziel dat te delen valt met andere invloeden en verhaallijnen van de voorouders, (het leven zijn pogingen om zich daar van te bevrijden en echt met de eigen talenten bezig te zijn, maar vooral uit de emotionele zwaarte en vluchtroutes te geraken), plus een poging om aan het genetische en eigen karma te ontsnappen

-veel is uit te leggen met geaardheden van mensen die toch heterotoestanden uitproberen vanwege e

-de grens tussen mensen uit je leven die niet echt voor je kozen, begrijpen en maar gaan negeren ?

Of welke bedoelingen zitten hier eigenlijk nog achter, tot welk begrip moet het leiden ?

ontoevallige toevallen

Aart Tiest begreep die negentiende van de achtste maand in het tiende jaar van het derde millenium, dat al hetgeen hij vanmorgen niet had durven hopen zo rond dit uur van de late namiddag, ineens heel duidelijk voor hem was.

Wie had kunnen denken dat zijn stukken over alle deelaspecten van het en zijn leven, vandaag tóch nog een praktisch vervolg zouden krijgen ? Reeds jaren had hij zitten hopen dat er een dag zou komen, die hij in al zijn details zou kunnen beschrijven. Vaak had hij geprobeerd om via het kort opschrijven van een aantal details, de dag, maar vooral de speciale samenhang der gebeurtenissen en hun eigenaardigheden; in het geschreven woord te vatten. Hij zou het nog eens proberen, lukte het niet...want per dag kon je wel 100 pagina's schrijven over hetgeen zich in je hoofd afspeelt; schrijven zelf bracht toch altijd een proces van concentratie tot stand, maar waarvan je de linken en besluiten in een verhaal kon gieten, omdat het allemaal te ver ging om nog te kunnen overbrengen. En de weinigen die het zouden kunnen begrijpen zouden toch teveel kennis en praktische ervaringen missen om het kunnen te begrijpen.

Aart was eigenlijk voor een heel stuk uitgeschreven, in de zin van alles in het leven op een logische en ethische manier te willen vertalen en verklaren en alternatieven willen aan te reiken.

Was hij nu op dit moment bezig een poging te doen om zijn eigen innerlijke manier van interpreteren proberen neer te schrijven ? Het kon soms lijken als of hij alles geschreven had, wat hij de wereld wilde meegeven, doch hoe verder hij hier in vorderde, des te groter zou de afstand tussen hem en zijn lezerspubliek misschien worden. Aangezien aan de boom der muze in zomer en winter nieuwe scheuten kunnen ontluiken, was het vandaag niet de moment om te snoeien en de bestaande volgroeide takken alle ruimte en licht te laten, maar ook deze scheut die zich in de namiddag manifesteerde, een kans te geven. Vanmorgen was wel even anders. Nog maar net had hij besloten van iedereen met te zware emotionele problemen achter zich te laten en met een nieuwe blik op de oorzaken daarvan de wereld tegemoet te treden, of hij raakte 's morgens al niet goed uit zijn startblokken. Was het het gevolg van die dromen waar hij zich niks meer van herinnerde of van welke fysieke klacht of tekort ook ? De dag zou wel uitwijzen wat misschien al van in de nacht was gepland. Men leest wel eens, dat, indien je er in slaagt van een probleem 'los te laten', er zich makkelijker openingen naar oplossingen en vooruitgang aanbieden. Welke vooruitgang ? Nee, niet zo zeer die van de levensstandaard, wiens voornaamste doel het moet zijn van zoveel mogelijk welzijn mogelijk te maken; welzijn dat moet leiden naar het zich meer en meer met zinnige dingen gaan bezighouden, niet zo zeer qua productie dan wel qua innerlijke groei en bevordering van de relaties tussen mensen. Eerder vooruitgang, niet zo zeer in zakelijke, dan wel in persoonlijke relaties en in de innerlijke relatie die je met jezelf hebt. 'Met welk doel dan wel' , had Aart zich al duizend maal bij kruispunten in het leven afgevraagd ? Wel, het doel van het leven was naast het kwalitatief leren genieten ervan, van wijzer te worden zeker en de verbanden tussen leven en dood beter en beter te begrijpen. Dat wijzer worden hield waarschijnlijk in dat je donkere kanten in het bestaan van anderen mee hielp verlichten. Al wil een mens wel vaak van dergelijke 'opdrachten' af, op de één of andere manier wordt hij er toch naar toe gezogen. Het leek Aart wel of ie via rechtstreeks beleven van stukken leven uit het leven van andere mensen wél door de lichte én donkere kanten van hun zijn heen moest om nog een andere groep mensen die hij onvoldoende kende van in het begin vlugger te kunnen duiden, inschatten waar ze zich in hun wezenlijke ontplooiing bevinden en wat hun situatie wel eens zou kunnen zijn.

Toch, Aart voelde zich op zijn best midden de natuur met één of andere korte reflectie om over te mediteren, filosoferen en te vertalen in een gesprek of andere vormen van woorden, kort of lang; had niet zo een belang. Aart had de voorbije dagen nodig gehad om zijn vorige werk te af te ronden en te ordenen en tevens weer om wat afstand te nemen van de persoonlijke betrokkenheid in het leven van andere mensen. Alles had vanmorgen nog zo doods geleken, zo bijna op een nulpunt gestaan; zo een intens gevoel noch thans dat hij had gedacht 'dat veel van nu af aan wel weer vlotter zou gaan'. Af en toe wat vleugelslagen van eenden in het water van de vijver in zijn buurt, leken op momenten dat alles beter aanvoelde, het gevoel van golfslagen aan zee in het leven te roepen. Vijver werd dan zee. Misschien zat ook het aanhoudende, eerdere donkere weer er voor veel tussen, maar vandaag met een nieuwe volle maan in ontplooiing leek de helderheid van haar maanlicht er op te wijzen dat het weer voor de volgende dagen beter worden zou. Het klopt volgens de meteorologische wetenschap misschien wel niet altijd, maar zo voelde het toch aan.

Hij wist al van vroegere periodes in zijn leven, dat hij dan ook in mindere dagen energie vroeg van sferen die tijdens hun leven verdienstelijk bezig waren geweest en dat volgens Aart's eigenzinnig gevormde overtuiging nog steeds waren. Van die invalshoek van een soort geestelijke gelijklopende wereld, die eigenlijk tot een groot deel van de inhoud van de onze te herleiden is, is het verklaarbaar waarom je je soms in situaties begeeft die je puur rationeel en egocentrisch denkend, niet aangaan zou. En inderdaad, door sterkte te vragen en enkele aanpassingen aan de dagindeling, voeding of levensstijl, maar vooral door weer op een hoger niveau van denken en voelen te geraken, verdwenen altijd weer de pijnen of het te kort of te veel of te oud of te versleten langzaam aan of gewoon meteen, het bijna niets weer in. Iemands goed gevoel, een lach, een aanraking, een gevatte spirituele gedachte, ook allemaal varianten van dergelijke vormen van vernieuwende kracht die de wereld er weer interessanter en leefbaarder doen uitzien.

Hoe meer Aart schreef, hoe verder hij af leek te geraken aan het beschrijven van zijn dag vandaag. De theoretische beschouwingen namen het weer over van de praktijk en hoe meer er op papier kwam, hoe verder de aanleidingen binst de dag die deze formele inzichten mogelijk hadden gemaakt. De aanblik van allerlei soorten verschijningen van menselijke wezens, had hem toen hij in de loop van de dag weer beter ging draaien en observeren, mild gestemd.

Een stem ergens vanbinnen, of een verbinding van hemzelf met wie weet van welke sferen afkomstige energie; had hem ingegeven dat er speciale gebeurtenissen zaten aan te komen. Het hoefde eigenlijk niet voor hem, een paar zinnige conversaties in de wereld van het internet of daarbuiten en innerlijke rust, zou hem reeds tevreden stellen.

Toch is er een verband tussen gebeurtenissen binst een dag en die innerlijke vrede.

Aart had al vaak ervaren dat mensen echt willen dat hen bepaalde gebeurtenissen overvallen, zonder dat ze daar eigenlijk rijp voor zijn. Ze zijn weduwe en voelen zich toch oh zo allee en hopen op een nieuwe liefde...maar het moet dan wel iemand zijn die een auto bezit. Wat dat fenomeen liefde betrof, mensen trokken mekaar af en aan met hun versies over wat er allemaal in hun leven was gebeurd, maar als ze dan op termijn tot analyses kwamen die de andere niet wilde horen, was het vaak om zeep en dan ging men maar weer op zoek naar een nieuw punt om de verantwoordelijkheid van het negatieve deel van wat iemand overkomen was, bij een andere persoon te leggen.

Zou Aart er toch nog in slagen om eindelijk iets over die dag te schrijven of weer in algemeenheden belanden die de toevallen in de loop van de dag weer naar de vergeetput der herinneringen zouden verdringen. Een vergeetput waar via flash-backs naar de toekomst toe, wel uit te geraken was. De ziel van een lichaam, in evenwicht met het spirituele, kon je op ieder moment van de dag aanreiken wat je nodig had. Op zo'n momenten wist je dat de begeleiding in je leven al die tijd goed zat, al snapt een mens dat niet altijd op die moeilijke momenten zelf.

Gisteren had Aart tegen een tuinbouwster in het dorp verteld dat hij op de rekening voor hulp aan het overstroomde Pakistan had gestort. Vandaag stond ze daar met drie zakken netjes gewassen en gestreken kleren die zij en haar gezin niet meer nodig hadden, met de vraag ze naar het kringloopcenter te brengen. Het kringloopcenter had Aart op het idee gebracht van weer met de hand te gaan schrijven en het resultaat er van in die knappe lederen etuis te steken die men er voor 10 cent verkocht. Hij had er ook een boek gevonden, een nieuwe poging om de catechismus te herschrijven, aan de hand van een overzicht van alle religies en bestaande ideologieën. Via een bezoekje aan een plaatselijk café, waar de huisregel meer met de kwaliteit van het cafébezoek dan met de hoeveelheid drank die men achterover slaagt te maken heeft, raakte Aart op het spoor van een tentoonstelling rond 'devotie'...vandaar dat de aanblik van de stad en haar kerk vandaag, een halfuur eerder zo vol van verbondenheid met het meer tussen hemel en aarde had aangevoeld. 'Verbondenheid met... 'hetzelfde als religiositeit eigenlijk, mocht het woord niet bestaan, het zou wel worden begrepen.

De stad stond vandaag letterlijk op stelten, de kermis werd opgebouwd. Een gebeuren, intenser dan het lawaaierige kermisplezier zelf. Al die tuigen die kinderen en volwassenen in de lucht gingen gooien...eigenlijk een vrolijke roep om verhevenheid en verlichting van... . De dorpen waar hij zich in begaf, de steden, met al hun personages, de dingen van anderen die hij in nog anderen leek te herkennen. Er bestaan verschillende prototypes van wezens met allemaal hun eigen accenten en aanpak. Alles komt op zijn tijd en duikt tijdig op in het leven van iedereen...alhoewel er velen door te lang dralen en ploeteren hun evolutie naar innerlijke rust lijken te vertragen. Begrijpen welke rol je in het leven en hun leven en in jouw leven zelf speelt in functie van de onvergankelijkheid van eeuwige waarden...je inzichten in praktijk brengen, als het dan toch moet, middelen zoeken om dat alles proberen overbrengen.

Aart besloot de boeken toe te doen voor vandaag. Welk grootschalig nieuws had de wereld vandaag uit de geschiedenis gedistileerd ? Na bijna 8 jaar trokken de gevechtstroepen zich uit Irak terug, het karma van jaren aanzetten tot oorlog in de streek, hopelijk definitief achter zich latend. Gemiste kansen om met inzet van middelen mooie dingen voor de mensheid te doen. Een stier in Spanje dook over de hekkens van de arena tussen het publiek in en verbeterde het record hoogspringen voor stieren. In Birma steekt de militaire kaste de opbrengsten van de gaswinning voornamelijk in eigen zakken en monniken en bloggers maken zich op om het tij te keren.

En de wetenschap, welk pasje weer vooruit gezet ? Nog even wat theorie en dan zou Aart proberen om meer over zijn dagelijkse bestaan te schrijven en ja, daarin kwam hij ook Stephen Hawking tegen.

Stephen Hawking zijn nieuwste boek is uit. De man die met zijn werk tot in de kleinste microdeeltjes van het bestaan wist te raken. Waar hij vroeger bij het ontstaan van de materie God niet onverenigbaar met de wetenschap vond, schrijft de man nu dat de schepping van de materie ook zonder Hem kon. Ware het niet eenvoudiger van te redeneren in termen van bestaan en niet-bestaan ? Niet bestaan kan niet, want kleiner of gelijk aan o kan niet, subjectiever gezegd 'iets dat de zinloosheid benaderd ontploft' en dan krijg je bigbang in 't groot en in 't klein...straling enz...maar geef ons toch maar streling om het makkelijker te houden.? Het leven wil gewoon niet zinloos zijn. Het zoekt steeds meer zin, van de evolutie van straling tot atoom en cel en...wij....waar nog steeds hetzelfde zin zoeken in huist... de zinzoekers die we zijn, zijn vaak heel cynisch en nihilistisch geworden...maar wat betekende dat allemaal ? Soms hoefde Aart maar een emmer water uit zijn regenton te putten om tot een inzicht te komen.

Veranderende tijden, Meer escapdes, Meer geluk ?

Als iemand 100 wordt en elke dag voeding en goederen inbegrepen 2 kg aan transport genereert, zijn dat ongeveer 80.000 ton ofwel 8 camions op een leven, wat een heel verschil is met het landelijke leven vroeger en ook met de stedelijke behoeften van nu. Op een welvarende populatie van 10 miljoen mensen zijn dat op een mensenleven 40miljoen camions...als je de stenen voor een huis niet meetelt. Geen wonder dat er enorm veel verkeer over de wegen dondert.

Qua communicatie is er ook enorm veel verandert sinds de virtuele wereld van het internet zijn intrede deed. Nog een tiental jaren en de ouderen die niet op het net zitten zullen bijna uitgestorven zijn. Terwijl er vroeger in de boerendorpen nog veel contact was door het veldwerk dat moest worden gedaan en een klein dorp wel een paar tiental cafés telde, is dit door de schaalvergroting in de landbouw drastisch teruggelopen. Een modern dorp telt een paar grote landbouwers en een twintigtal tuinbouwers terwijl vroeger tot de helft van de dorpse populatie in de landbouw werkte. Ouderen worden opgevangen door de verzorgingssector of kunnen een beroep doen op allerlei diensten. De communicatie verlegt zich meer van de familieleden zelf naar mensen daarbuiten of, niet onbelangrijk, is grotendeels afhankelijk geworden tot wat de tv te vertellen heeft. Het aspect kunst en kritisch leren denken wordt door de nadruk op de commercialisering van producten in een hoekje gedrumd en een minderheid is er eigenlijk nog mee bezig. Bovendien is de rol van het spirituele in de kunst uiterst beperkt en is er nog weinig belangstelling voor de verhouding tussen het leven en de dood en de zin van het bestaan. Het lijkt er op dat we met zijn allen zo veel mogelijk bezig willen blijven om dit thema niet aan te hoeven raken. Velen vinden het niet de moeite te leren snappen hoe dit leven tot stand komt en op welke wonderbaarlijke manieren het zich heeft ontwikkeld en hoe deze zingeving door middel van de persoonlijke evolutie van hun levens en die van anderen, zich probeert door te zetten. Wat men vroeger onder religie verstond, heeft meer en meer afgedaan, zonder de waardevolle elementen er van over te nemen en de larie verticaal te klasseren. Wat telt is hoe je je optimaal in de productie en de jacht op geld kan inschakelen. Dit alles tegen een achtergrond van nog niet uitgeroeide oorlog en armoede en stresserende levensstijlen.

Het belangrijkste fenomeen, de man-vrouw verhouding, heeft ook belangrijke veranderingen ondergaan. Nu de vrouw meer economisch onafhankelijk is, viel er een reden weg waarom men bij mekaar zou blijven in moeilijke omstandigheden. Bovendien lijkt het er sterk op dat de rol van de beeldcultuur niet alleen aanstuurt op het hebben van perfecte lichamen, maar ook op het hebben van perfecte relaties. De lat wordt altijd hoger gelegd en wie daar niet kan aan voldoen, sneller en sneller gedumpt. In vele gevallen blijkt dat de moeilijkheden die men met een partner had zich via een andere partner of partners telkens weer op andere manieren herhalen. Het huiselijke leven organiseren wordt er ook een stuk gecompliceerder op, niet alleen voor de kinderen. Al is het positief dat mensen die gedumpt worden de kans krijgen van meer eigenwaarde aan te kweken, daar ze niet in een weemoedige bui willen blijven zitten, toch is het niet altijd aangewezen om zomaar de deur te sluiten voor mekaar in een gezin, alleen al omdat het zich niet gelukkig voelen ook voor een groot stuk aan je eigen zelve te wijten is. Iedereen is een mix van vele genetische erfenissen en eenieders leven is een verlengstuk van de verhalen die aan hem of haar voorafgingen. Wat men in het leven te leren heeft neemt een andere wending van zodra men als volwassene een partner heeft waarmee men iets langdurig uit wil bouwen. Vaak zitten in die situatie al alle elementen die men nodig heeft om te groeien. Vermits echter gepropageerd wordt dat het volmaakte geluk hét 'goed' is dat je moet verwerven, wordt bij de minste tegenwind in een relatie al een druk in het leven geroepen die tot confrontaties leidt die escaleren kunnen. Hoe ze te ontzenuwen...er de tijd voor nemen, maar die hebben we minder en minder.

Simpel als het einde van een dag en het begin van een nieuwe

De avond mondt uit in een aantal meanders die in de oceaan van de slaap uitmonden en soms zitten er een paar indicaties voor de boven de oceanen tot stand gekomen dauw van de morgen al in de dromen verborgen.

Zo droomde Aart over een zonnebril, maar van wie of wat die was en het verhaal er rond kon de alfagolven van de beschouwing bij het wakker worden niet meer binnen. Het zal aan het goede weer gelegen hebben, maar later op de dag sprak hij met twee verschillende mensen met beiden een zonnebril op. Het eerste gesprek met iemand die hij niet kende...het aanknopingspunt voor een gesprek, niet alleen de kwaliteit van het biertje, maar ook de oude man van gisterenavond op de plaatselijke tv-zender. Hij voederde de duiven op een plein en die kenden hem heel goed, behalve als hij met een andere fiets en fietsbel kwam of een ander vest aanhad, dan moest hij eerst spreken. En toen was het veelzijdige gesprek vertrokken, zeldzaam iemand in de niet virtuele wereld ontmoeten waarmee je een eind verder raakt dan het oppervlakkige. Hij werkte toevallig daar waar de oude man de duiven voederen kwam. Zou er niet zo iets bestaan als telepathische golven waardoor iemand op weg naar zijn werk 'toevallig' nog even afstapt om iets te drinken in een café en dan aan de babbel raakt met iemand die wel altijd te vinden is voor een goed gesprek over zo veel mogelijk facetten van het leven. Beiden al veel gereisd, en daar waar de andere nog niet is geweest is de andere dan al wel geweest...een vergelijking die, naarmate het gesprek liep ook op andere vlakken door te trekken leek. Je geeft elkaar dan tips en ervaringen mee en een sfeer van verwantschap tussen mensen eigenlijk. Ook het tweede gesprek met een ander iemand met de zonnebril wél op, kwam tot stand doordat Aart en zijn gesprekspartner en nog iemand toevallig gelijktijdig ergens op een terrasje aankwamen. Het gesprek ging eerder over alledaagse dingen en gezondheid, maar zo diep als het vorige gesprek ging men niet omwille van teveel en te weinig intensiteit van bewustzijn, maar leerrijk was het zoals altijd, te meer ook omdat je op zulke momenten ook grappige dingen verneemt die een aantal vragen die men zich stelt beantwoorden, zij het niet tiidens het gesprek zelf, maar in de loop van de dag, in de oceaan van de nacht of bij het ontwaken.

Aart was weer bezig het meer tussen hemel en aarde duidelijker te maken. Wie was een mens...was hij tot stand gekomen omdat beide ouders dat wilden of juist in een lichaam terecht gekomen om de strijd tussen de onafgewerkte dingen tussen mensen een generatie verder te zetten ? Van de mensen, ook jonge mensen die geen kinderen wilden was er vandaag ééntje met haar moeder weg, hopelijk meer om over persoonlijke dingen des levens te praten dan te winkelen. Een andere, waarvan hij de kinderwens in vraag stelde, begeleidde op haar werk weer mensen met familiale moeilijkheden. Nog een andere, een vorige vriendin van iemand, had haar moeder zijn in de tijd afgebroken en in de virtuele wereld was haar motto dat "wie haar slechtste momenten kon dragen, niet in aanmerking kwam om haar beste momenten te mogen meemaken". Wil dat dan zeggen dat een vrouw of die vrouw liefst heeft dat een man niet pikt dat ze rare kuren heeft of zijn toestemming geeft tot het verhinderen van gezond leven ? Dat ze liever leiding wil en een ongecomplexeerde relatie dan te 'vlinderen' ? Hoeveel vrijheid kan iemand zich veroorloven zonder bepaalde wetten geweld aan te doen ?

Er was die dag in de voormiddag van de vijfde september een programma geweest over een theoloog uit de 19de eeeuw die begrepen had dat hij zijn christendom niet als een dogma mocht beschouwen, maar dat er een consensus met de wetenschap en andere domeinen van het menselijke denken moest worden gezocht. Nieuwe tijden vallen best soms even voor een stuk terug op de denkers uit vorige generaties, maar zouden ook meer bezig moeten zijn met een evaluatie van die dingen waar die vorige generatie niet helemaal uitgekomen is...geldig voor zowel de spirituele als de economische en nog andere personen uit alle mogelijke denkrichtingen trouwens. Inderdaad, als je sommige ellende in de wereld ziet, had Marx voor een stuk gelijk, en de evangelisten met 'doe niet aan een ander wat je zelf niet graag hebt' ook...maar soms lopen wegen in de persoonlijke en collectieve geschiedenis heel anders en moeten we om dat allemaal te begrijpen nog een andere kijken op fenomenen aanleren om verder te geraken dan waar Freud en Jung zijn gestopt.

Zinnige zinnen zoeken -Vanuit haar bed ziet de schoondochter de foto van haar schoonouders in hun tuin. Zij, zien zij ook haar (?) zo zou het ook kunnen lijken. Maar zo werken die dingen niet. Het is de verbondenheid in lot die nog ergens bestaat. Alle drie slachtoffer van een wereldoorlog bijvoorbeeld, gewond of in het verzet en bijgevolg ook het verstek op den duur. Tegenpolen met hier en daar gelijkenissen ook, zo gaan mensen als aanvullingen en tegenstellingen door het leven. -alles zit nog beter in mekaar dan wiskunde, dat is het grote geheim aan het zijn-het zijn, meer moet dat niet zijn-het zijn, compromis tussen bijna niet zijn, kern en ontstuitbare evolutie-achter de huidige maskers groeien de toekomstige confrontaties-Het journaal viert de zeventigjarige verjaardag van een ex-premier, het symbool van de hardwerkende Vlaming (maar dan juist het segmentje dat nooit genoeg kan krijgen en oververtegenwoordigd is in allerlei beheersraden en mandaten zat heeft)...dat zegt men er op het journaal allemaal niet bij. Een vrouw van 84 gaat wandelen op het kerkhof en vergelijkt de cijfers op de stenen, de oude vrienden en familie met de hare...hoe lang nog ? Kom ze tegen en na een babbel leg ik m'n minischeppingsverhaal over straling en eeuwigheid weer uit. En oh ja, alles verandert ook tussen man en vrouw zei ze, vroeger moest een vrouw wel blijven.

BLOGKUNSTENAAR.  BLOGNOVELLEN

1.Het naar beneden gevallen kaartje

Observeren en schrijven had dag laat doen opschuiven naar nacht. ’Zetel’ is een te hard woord voor de fauteuil waar hij dan, zoals gewoonlijk soms in sliep; ook insliep dus.  Boven die lig zetel, hing tussen een kader met een paar verticale latten, een reuze wereldkaart met een aparte voorgeschiedenis. Hij had ze gekregen van een man die hij beter kon omschrijven met een gedicht dan met een verwantschap van welke soort dan ook, of met een voornaam of familienaam. Alleen met een naam, met woorden zelfs, raak je niet dichter bij de ziel. Gebeurtenissen, Ervaringen op vele ‘toonhoogten’, Inzichten, Goedheid; brengen je een stuk dichter bij.

 afscheid van een wijs en goed man afscheid van een verzoener van mensen

afscheid van een werker, een doener

afscheid van een vredebrenger, geen oorlog maar FRUIT uitvoeren

afscheid van een hagelander die ontelbare bomen bloeien liet

afscheid van een mens die geloofde in vrouw en familie

afscheid van een medemens die mensen doorgronden kon

afscheid van een iemand die het goede in iedereen beloonde

afscheid van een ondernemer die werk schiep

afscheid van een gelovig man in vele vormen

afscheid ...en toch geen afscheid, maar een  her-verwelkomen

verwachting hem in onze geest nog dikwijls te ontmoeten

verwachting hem in gedachten sterkte te vragen

verwachting hem nog dikwijls te citeren en van zijn gepast leren zwijgen te leren

verwachting zijn heilzame invloed verder te zetten

verwachting zijn lessen aan het moderne leven door te geven

verwachting van zijn goed doen verder te willen geven

verwachting van ons aan zijn daadkracht op te trekken

verwachting van een steeds betere wereld

verwachting van hem in ons altijd voorlopig eindstation weer te zien

Deze man, die in de dagelijkse omgang met het van de Franse taal geleende ‘Herboren’ ‘René’ aangesproken werd, had de kaart gekregen van iemand van een expeditiebedrijf met de naam Frans Maas, stroom die in Frankrijk ontspringt en na honderden kilometers ons prachtige meertalige landje binnenslingert.   Vele landen op de kaart, waren intussen van naam verandert, de USSR,Rhodesië en het Congo waar René als jongeman omwille van de vorige vóóroorlogse crisis naartoe had gewild, zelfs twee maal.

De wereldkaart werd omzoomd met tekeningetjes van de meeste vruchten die er op aarde te vinden zijn. Inclusief noten, raar, want ze komen op de meeste mensen waarschijnlijk niet als vrucht over.            De wereldkaart was in elke streek ‘beplant’ met het overeenkomend icoontje van het soort vrucht dat er het meest geteeld werd. Appels hier, appelsienen ginder. Geen militaire basissen, maar noodzakelijke, niet van het wezenlijke zijn vervreemde menselijke activiteit, dat fruit telen. Achter de kaderlatten van het met natuurlijke en kunstmatige grenzen doortrokken meesterwerk, had de schrijver foto’s van dieren, mensen en dingen gestoken, die ,voor hem althans, een speciale betekenis hadden, of het ticket van een bezoek aan het museum van Midden-Afrika in Tervuren bijvoorbeeld.

Hij lag dus op zijn rug op de fauteuil en probeerde de levende versie van inslapen uit.    Met een ongelofelijke zachtheid, in complete stilte en zijn werkkamer slechts verlicht door de schemering en het spel van het kachellicht met de daardoor bijna dansende stoel en tafel, voelde hij iets op het donsdeken op zijn been vallen. Kort, maar snel.    Een foto ? Welke ? ‘Zat er een boodschap achter’ ?, fantaseerde hij. Hij zou er zich morgenvroeg door laten verrassen.

De morgen kwam, de onvoldoende doorleefde dingen van de vorige dag werden begrepen, nog vóór hij op de rand van de, zeg maar ‘zetel’ ’s morgens, zat.     Hoe zou de dag zich weer ontrollen ? Een dubbel paar kousen aandoen, altijd een goed idee met die koude vloer en de nattige koude buiten; alhoewel de oude warmte van de kachel nog een beetje binnen hing.     Zoals gewoonlijk ging er door hem heen ‘deze droom onthouden’, een surrealistisch mengsel van delen uit periodes van zijn leven, met  personages van wie hij eerst de samenhang van vannacht niet begreep.       De symbolische achtergrond werd hem duidelijk en de zielstoestanden van de personages in hun onderlinge relaties ook wel. Dat was voldoende, hij hoefde er niet over te schrijven…dit had een ander doel en een andere betekenis. Diende ook het dromen misschien op de één of andere manier als een wezenlijke soort uitwisseling tussen mensen die met mekaar bezig, ‘verbonden’ waren. Was het wellicht een middel van zijn geest, van dé geest in ’t algemeen of zijn eigen ziel of die van anderen, een andere; om hem iets duidelijker te maken bij wijze van een soort update ook. Wat ook kon, was dat hij later op de dag gewoon één van die personages uit zijn droom op de één of andere manier in de echte feiten tegenkomen zou.    Op straat, via mail…maakte niet echt uit, als dit soort voorspelling vandaag zou uitkomen; dat zou weer zo een originele paranormaal achtige voorspelling zijn, want de betrokken personages waren er allen die hij in maanden niet gezien had.

De schrijver had zelfs een hele lijst met afkortingen voor dergelijke fenomenen, dit soort fenomeen klasseerde hij onder ‘VSP’, wat voor voorspelling stond. Het had geen zin nog een onderverdeling te maken van de verschillende soorten vsp’s. Het waren gewoon magische fantasietjes die hem boeiden en hem soms op één of ander pad van zijn filosofische zoektocht zette, Lang geleden dat hij nog eens een politieke droom had gehad, maar ja, zijn rechteroog leek in de spiegel aan rust toe, signaleerde de  linkerhersenhelft, de verstandspartner van intuïtie. Ineens dacht hij aan die gevallen foto van gisteren. Een kaartje van het Fonds voor Ontwikkelingssamenwerking, waarvoor hij eergisteren op zijn blog met sociale analyses nog reclame had gemaakt. De politieke zuil daarvan had geen belang, alle nobele initiatieven van om het even welke kleur en onderkleur passeerden afwisselend de revue tussen de analyses en commentaren op gebeurtenissen door.    Dat alles met voornamelijk eigen foto’s,f ilosofische fotocommentaren en filmpjes van in merendeel anderen door. Hij leek wel een soort blogkunstenaar, ‘natuurlijk weer een woord dat nog niet officieel  bestond’, zei hij via de computer als vervangend en verbeterend leraar Nederlands tegen zichzelf, toen hij het later neerpende. Een blogkunstenaar.      Knap woord eigenlijk. Een definitie van het nieuwe woord drong zich op.   

“Een blogkunstenaar is iemand die één of meerdere domeinen van het menselijke kunnen en weten via één of meer literaire en andere expressiemogelijkheden en via alle moderne telecomtechnieken weet te benutten”, dacht hij.     In zijn geval alle literaire circuits, bijna alle technieken en naast de eigen linken ook linken naar anderen die nog met dezelfde en andere dingen bezig waren, muziek bijvoorbeeld. Niet alleen had hij een blog om het filosofische verzet in hemzelf levend te houden en anderen op het belang van geschiedenis, analyse van de actualiteit, alternatieven en met solidariteit verwante waarden te wijzen; hij had het ook in zijn schrijven regelmatig over zijn zoektocht naar het wezenlijke in de mens, datgene dat het dichtst de ziel raakte. Dat ging dan over een soort geloven, moderne versie; niet in de zin van kerkelijke rituelen, maar gekoppeld aan die dingen die met positieve en negatieve emoties en hun wisselwerking te maken hebben. Emoties, ze waren er en kwamen ergens van en het negatieve leek in de meeste gevallen aardig op weg om zich in het positieve om te polen. Niet zozeer de gebeurtenissen tussen mensen interesseerde hem, maar meer de wetmatigheden die er leken achter te zitten.

Hij opende het kaartje en las : “Iedere relatie is een ander soort taal. Woorden zijn er zowel voor vreugde als verdriet. Hou jullie ‘zinnen’ levend”. Buiten de honderden pagina’s die hij reeds schreef, afdrukte, vermenigvuldigde, overviel hem naast zijn gewoonte om moeilijk bijblijvende impressies kort en slordig te noteren, al eens de behoefte om met de pen ergens op een papiertje, maar liefst op een agenda of kartonpapier, al eens echt iets gebalder op te schrijven. Soms kwam daar dan ook nog een gedicht uit voort, sommige zeldzame dagen in bepaalde perioden soms meerdere, als er een door hem goed gekend iemand stierf, bijna immer een ode aan. Alles samen de totaalroman die hij eigenlijk altijd had willen schrijven. Heel de geschiedenis van de mensheid zat er in verwerkt…en al die andere meer persoonlijke dingen van mensen, die die geschiedenis al altijd; in welke mate (?), dat was de vraag, hadden beïnvloed. En nu maar weer hopen op meer. Welke aanleidingen zouden er morgen(?) de inspiratie weer langs andere wegen leiden ? Een feit was dat veel waarover te pennen viel hem dagelijks ontsnapte en toch tegelijk weer een uitweg zocht een andere keer. Alle afleidingen, omleidingen, alle teveel aan ‘bezorgdheid’ om, leken op die momenten overwonnen en ook voor een deel hun nut te hebben gehad. Telkenmale een gunstige evolutie voor de binnen-en buitenwereld in feite. Al leek dat niet altijd zo.

2.Overwinteren,een aanvang.

Hij herinnerde zich die dag in een winter met veel sneeuw. De cabine van de Magirus-kamion, stond er afgedankt bij en hij kreeg dus pakweg 45 jaar terug het idee van vogels te vangen onder een appelkist. Touw van 'bottenkoord' gespannen aan een stokje dat de kist droeg, broodresten onder de fruitbak. Lekker in de ijzige koude zitten wachten tot de merels en aanverwante soorten met enige reserve aan het smullen waren. Roef, en soms had hij er wel één, die hij nadat hij ze in zijn handen had kunnen houden, weer vrijliet. Zalige contacten, zo de vrijheidsdrang van de koningen der lucht te kunnen voelen.

Het onthouden van sommige herinneringen aan vroeger, vergezelde hem nu ook in dit concreet geval op deze eerste vriesdag op het einde van de tweede week van december. Het hout van de kachel brandde zoals lekker eten in de buik dat kan en verspreidde een aangename brandlucht in het chalet bij de vijver. Nog altijd voederde hij de vogels uit de lucht en nu ook sinds enkele jaren die van het water. Teruggetrokken uit de woel van het leven, het deed soms goed en was een waar bevruchtingsproces voor het schrijven. Alsof een mens eigenlijk dat soort rust nodig had om bij de wortels van het zijn te kunnen en dan naar de kruinen van het wezenlijke te kunnen reizen en terug. Een soort Zen in feite. Volharden in het willen ervaren van wezenlijke gevoelens en ze op één of andere manier willen delen met een al of niet toevallige passant op het internet.   In de hoop ook dat deze vorm van meditatie, de energie die hij vandaag als 'innerlijke stilte' zou kunnen omschrijven een pak goeie energie in de ether van het totaalbestaan zou kunnen brengen.

'Verleden, heden en het aanvoelen van een stuk toekomst, laat de winter, één van de aspecten uit het bestaan in deze contreien, maar komen' dacht de schrijver, 'we zullen dag na dag wel zien waarheen de inspiratie ons leidt. Een verhaal op zich dat hij tussen zijn andere blogprojecten door op die momenten van echt diepe rust zou proberen vertellen. Hij kon zich tot één post per dag beperken en deze aanvullen telkens hij weer een andere 'woordenvogel' had gevangen in zijn hoofd'...hem onder digitale vorm even vasthouden en laten vliegen in de ruimte van het zijn van die mensen die er op een bepaald moment vandaag of later zin in zouden hebben. Meer om het genot van het lezen, de aanraking; dan het uitleggen van het hoe en waarom van zo veel, soms veel te veel. Een verhalende roman schrijven met personages ? Het echte leven was al roman genoeg, met meer inhoud dan uit te drukken valt.

Hij zette zich weer aan ’t filosoferen. Allerlei mensen waren in het vroeger en het nu op hun manier ook met kleinere en grotere stukjes wereld bezig, of bezig geweest, het ene was in het andere overgelopen.

Een deel ervan, waren gewoon niet lijfelijk meer aanwezig, sommigen stonden duidelijk met één been in het graf en anderen, altijd hun afstammelingen waren druk in de weer met in het dagelijkse leven hun vervolg op hun hoofdstukken te schrijven, al wilden ze dat soms vooral niet, het leek een ‘must’, zelfs al ‘schreven’ ze niet, ze schreven dus wel, op hun manier, werkend aan hun muziek, meestal met handelingen en overpeinzingen, gevoelens en de woorden die ze tot mekaar spraken en in zichzelf, met het totaal aan cultuur ook, zoals zij die in meer of mindere mate interpreteerden.

Het was soms of het geheel der personages je via een droom en aan de hand van de gebeurtenissen van voorbije uren, dagen, maanden…bezochten. Via een surrealistische collage werd je dan tijdens de nacht vooral bij het ontwaken en interpreteren duidelijk wat de boodschap van het ‘filmpje’ in je hoofd was.

René en zijn ook al overleden zakenpartner en broer Mauro en Germana, de vrouw van René, die soms wel geen 100 meer leek te worden en soms wel, waren de vedetten in het droomfilmpje van vannacht. In de stad Tienen ging een oude wijk tegen de vlakte om plaats te maken voor een immens natuurpark. Niet zo maar een park.   Er werd een enorme hoeveelheid aarde aangevoerd en met gigantische machines die in werkelijkheid niet bestonden werd de aarde tot hele hoge bergen opgestuwd, afgewerkt met groen en rotsen, alleen aan het water en een kunstmatige stroom was men nog bezig. Midden het plantsoen ontmoette ik het drietal. Ze hadden hun leven keihard gewerkt en van wat men nu in onze moderniteit onder het stoffelijke deel van ‘genieten van het leven’ verstaat, daar hadden ze weinig tijd voor gehad en toen ’t pensioen aanbrak, begonnen zij of hun partners teveel te sukkelen met de gezondheid. Dus, de schrijver zou hen nu eens trakteren in een nog bestaande andere oude wijk van Tienen, dat wel op weg leek het ideale moderne stadje te worden zoals Oviedo tussen de bergen in Spanje.

Ondertussen zaten we nog wel met de oubollig ogende, doch schattig ogende architecturale erfenissen van het verleden, dat in de droom via het vervolg van het filmpje duidelijk werd. De gelegenheid waarin we voor de gelegenheid iets gingen drinken en een pannenkoek eten, was precies tegelijk ook een crèche, een speeltuin en horecazaak. Niet zonder moeilijkheden raakten we geïnstalleerd en hadden we iets besteld. Hoe groot ook de vreugde van de oudjes, de schrijver moest één van hen over enkele hindernissen helpen om aan die gezellige tafel te raken, niet gewoon van te genieten als je een leven lang keihard werken als credo had. Dat hard werken was hun opdracht geweest, ze speelden immers hun deel van het epos om van de oude in de nieuwe tijden te raken, van schaarste en oorlog voeren naar vrede en meer overvloed. De generatie van de schrijver had dan weer meer een andere opdracht, naast het te getuigen van die overgang, de nog bestaande uitbuiting en mistoestanden aanklagen en het belang van een meer filosofische levensbenadering aan de andere generatie door te geven. Hij zei het zijn gasten trouwens “Men leeft toch niet om te werken alleen, je moet toch ook de tijd nemen om door ’t leven zelf, door die andere kunsten ook, tot verwondering te komen. Beschouwen, niet alleen eten en kopen en alles waarmee je je leven kan vullen”.

Dra werd de aandacht van de schrijver getrokken door een kind van een jaar of drie, dat ergens in een hoek zat te spelen. Het stond in via een gsm-verbinding en een oortje in verbinding met zijn grootvader, die in het rijkere deel van het resto zat te tafelen. De schrijver ging naar het kind toe en vroeg waarom het niet met de andere kinderen speelde. De jongen antwoordde dat hij dat niet mocht van zijn opa de oud-minister, omdat die hem bijna gedurig, ook door het gsm-oortje influisterde dat hij ziek zou zijn. De schrijver nam het oortje uit het oor en nam de kleine bij de hand en stelde hem voor aan de andere kinderen die hem maar al te graag in hun groepje opnamen.

 Niet naar de zin van de oud-minister natuurlijk, die kwam vragen wat dat dan wel allemaal te betekenen had. “Uw kleinzoon is helemaal niet ziek mijnheer”, kreeg hij als antwoord, de toekomst moet af van het elitaire denken van vroeger, trek er je handen af”. De oud-minister had de boodschap duidelijk niet begrepen. Hij trok zijn kleinzoontje weer uit het groepje weg en in zijn haast werd hij door het kefhondje van de vriendin van één of andere speculant in de kuiten gebeten. Woest verliet hij daarop de zaak met zijn kleinkind, dat duidelijk een boeiend maar zwaar leven van ‘onthechten van’ en het zoeken naar een eigen mening en een eigen leven te wachten stond. “Tu vas me payer ça tres chère mon vieux” ! Wat de schrijver zou worden betaald zetten en hoe, was gissen voor hem, maar de bedreiging was het hem allemaal waard geweest : de pret van zijn invitees kon niet op, de vorige generatie had het begrepen. René, Mauro en Germana ze leken wel weer helemaal gezond geworden. ‘Ach die dromen soms toch’, dacht de schrijver ‘en dan dat allemaal atijd willen analyseren’.

 

 

 

  1. Kachelkrikken en sterrenvorming

Er werden vandaag beelden vrijgegeven van sterrenstelsels, geleidelijk stervende en zij die in een fase van de geboorte zitten. Heerlijk toch, dat kunnen aanvoelen van verbanden met de symboliek van ook ons leven, dat niet buiten dat andere zou zijn kunnen ontstaan, als om aan te geven dat we in het hele proces van groei tussen leven en dood in feite ook met een deel van de ziel van aantrekking en afstoting van het ‘al’ bezig zijn.

De schrijver opende zijn kacheldeur en herkende ook in de gloeiende krikken iets van de beelden van de Hubble-telescoop. Ook de warmte van die gedachte hield hem in de winterkoude weg van de temperatuur van de ijsvlakte naast zijn casa. Het dode hout dat zich tussendoor niet altijd naar believen klieven liet, was geurig gezelschap in zijn handen. Geen enkele slag van boven zijn hoofd, was dezelfde, geen enkele kloof in het hout gelijk. De bomen wiens sappen al of niet bevroren waren, hij wist het niet; waren bijna stille getuigen van hoe het hen na hun dood zou vergaan. Het zwarte kattenjong van de in de tijd nog wilde kat, kwam voor de eerste keer voorzichtig kijken of er niet ook nog wat etensresten voor haar of hem waren. De wilde eenden hadden het gevecht om het water open te houden opgegeven en zwommen wat in de door die mens achter zijn lichtmachines opengehouden stukjes water. De tamme grote eenden, hun vliegkunsten door een verkoper weggesneden, waren razend op de eenden die een kruising tussen wild en tam waren en die de schrijver al vliegend naar de voederplaats volgden, terwijl zijzelf ter plaatste op het ijs trappelend er maar niet korter bij raakten. Leuke afwisseling voor de half wilde eenden die eens niet op hun kop werden gezeten door de anderen terwijl ze zich de granen lieten smaken. De zon was enorm gloeiend van de partij, op die eerste paar vriesdagen al weer voorbij. Een wandeling in het bos deed de grond kraken en de nestkastjes vielen nu meer op in de winterse naaktheid van het bos.

Nodeloos te zeggen dat al die gewone heerlijkheden van het bestaan, de nodige rust brachten in de dagelijks benodigde hoeveelheid relativeringsvermogen en interpreteringsdrang van de man die het digits op een scherm liet regenen. De razernij van de snelweg ’s morgens bereikte als de wind tegenzat zijn oord van bezinning en de zon, die lachte daarmee, gewoon die bepaalde dag in het zoveelste van haar seizoenen volgend. Welke mediamisleidingen over het lopen in rondjes, zo eigen aan ons sterrenstelsel, zou de krant, het net, de radio weer brengen. Had hij ze al eens niet gerapporteerd via de één of andere analyse die in hen opkwam ? Welk een ontwikkelingen waren er op dit eigenste moment bezig tussen al de hem op één of andere manier bekenden en in hen zelve ?  Waar lag er daar bij het verlaten van zijn nederige oord een opdracht waarvan hij iets opsteken kon…daar kwam het na decennialange ervaringen toch op neer, dat was toch één van de voornaamste aspecten van al die soorten uitwisseling tussen mensen, naast het interpreteren en het genieten van de beleving ervan zelf ? Mensen helpen, het kon op duizenden manieren, maar het loslaten van de drang om overal willen in te grijpen, zo leek het hem…hielp vaak nog het meest.

  4.De weg van sneeuwwater naar klassiek muziek

Het moet nog kouder zijn geweest dan min tien, zoals nu daarbuiten, zo bedacht hij vóór het klieven van de houtblok en schreef hij neer, nadat de vlammen zich van zijn zorgvuldig opgebouwde recept voor een lekker vuurtje van de diverse soorten houtdikte, hadden meester gemaakt. Gedachten kwamen. De koude ‘toen’, die van in de tijd van de eerste menselijken, die om te drinken het sneeuwwater smolten waarschijnlijk.     Een hele afstand sinds toen was overbrugd, één geworden met zijn nu. Eén met de klassieke muziek en de er bij behorende beelden die door ergens iemand en de techniek van ergens iemand naar de satelliet werd gestuurd waarvan de straal, ondanks alle koude zijn schoteltje bereikte en via de ontvanger, draad en modem, de chalet met charme vulde en mede voor de concentratie zorgde waardoor de boodschap van deze zinnen via toetsen, laptop en meer; dan tot bij U geraakte en de lezer ook in deze eenheid opgenomen werd. De muziek was niet essentieel, het kon ook in stilte en of de bovenstaande woorden dan hetzelfde zouden zijn geweest, daar had je het raden naar. Wat hij wel wist dat het journaal of andere programma’s niet waren aangewezen om dergelijke intensiteit te bereiken. Woorden zouden dan toch alleen botsen met woorden die nog moest worden geboren. Terwijl daarbuiten de overige toneelstukjes van het totaalspektakel van het aardse leven gewoon doorgingen, was het wachten op de ingevingen die de verwekkers van de woorden waren in feite.  Met hem meegereisd, waren de beelden die hij van Germana zag. Indommelend, de pijn in haar bekken en benen had haar waarschijnlijk vermoeid. Haar en haar goed hart. Alle rimpels waren samengetrokken, waardoor het leek of ze alle momenten wel kon gaan stokken en stoppen met leven. Een schouwspel dat plots veel minder aannemelijk leek op momenten dat ze minder pijn had, vrolijker was  en weer meer guitig, spraakvaardiger en communicatiever ingesteld. In haar warme kamertje waar ze beurtelings door de kinderen werd verzorgd, zat ze als een heel oud prinsesje soms warm achter de kranten en TV.

Zelden klagend, altijd met haar eenvoudige waarheden die van ‘dit kan en dat kan niet door de beugel’. Schrijvers die het de hele tijd over ‘beffen’ op TV hadden, een woord waarvan ze naar alle waarschijnlijkheid maar kon vermoeden wat het inhield.  Mede daardoor vond ze zo een schrijver dan ook zeker ‘hectare’ lelijk, al kon ze er allemaal wel eens mee lachen en het relativeren. Mooie muziekprogramma’s en leuke kwizzen werden volgens haar altijd ontsierd met al die vuile praat over dingen die je wel best kan doen, maar waarmee je niet op TV moet uitpakken, dat doe je zelfs nog niet tegen je geburen. Via de boekjes wist ze welk van de bekende mensen homo waren, was dat een soort epidemie of zo ? In de oude tijd, waarvan ook telkens een nieuwer versie in de tegenwoordige tijd aanwezig was, bestond dat ook, maar je hoorde daar niet van en in de dorpen toen, ja, ‘scheiden’ was een zeldzaamheid, daar moest je niet mee afkomen, men leefde verbonden met de seizoenen en het veld mee en tegen de winter moest je klaar zijn met het zorgen dat je warm had, zonder dat daar aardolie of gas aan te pas kwam.  Over het leven filosoferen kon wel, maar in feite was de praktische kant daarvan helemaal uitbesteed aan de pastoors.   Ze was maar wat blij dat haar kinderen in meerderheid niet waren gescheiden en bij haar had dat ook een praktisch tintje, want scheiden, daar boete je op financieel vlak mee in en zij had er te veel moeten voor doen en voor over hebben om ‘er’ te geraken, zuinig geleefd en hard gewerkt met af en toe een pleziertje waar ze zich helemaal in vond. In de tijd was dat dan een busreis met de boerinnenbond en later met deze van de gepensioneerden. Ze kwam dan thuis met verhalen rond mensen en streken uit haar vaderland alsof ze op cruise geweest was en het ging gewoon over de plaatselijke mensen en uitzonderlijk al eens Lourdes of een dagje Parijs, maar die drukte was niet aan haar besteed.

Telkens haar kleinkinderen ‘vlogen’ vroeg ze zich ergens toch af waar dat dan wel goed voor kon zijn. Als ze de TV openzette, zag ze dat toch ook…en nog veel meer natuurlijk. Van bloot op TV was ze al niet meer ontstemd zoals vroeger haar inwonende schoonmoeder die al bij een bloot been met haar rechterhand traag op en af op de armleuning van de zetel klopte, glimlachend maar toch zogezegd afkeurend. Germana wenste haar kleindochters geen carrière in de muziek of filmwereld toe, want dat leidde onvermijdelijk tot van de ene vent naar de andere fladderen. Haar kleinzoons wenste ze een degelijke vrouw die van aanpakken en werken wist en heel goed in het huishouden natuurlijk, dé eigenschap bij uitstek. De schrijver kon daar natuurlijk allemaal voor een stuk inkomen, maar hij wist ondertussen al meer van vele van de ware drijfveren en wetmatigheden van het leven zoals dat nu zoals altijd door veranderende omstandigheden werd beleefd. Hij kon er inkomen dat ze zich soms pessimistisch uitliet over het op de wereld zetten van kinderen. Haar standpunten dan, waren meer een gevolg van de media die ze op zich liet afkomen en die de schrijver dan voor haar verduidelijkte en bijstuurde; dan haar persoonlijke visies op de relaties van jongeren, die ‘er’ veel te vroeg mee begonnen en veel te vroeg mee stopten en van de ene naar de andere gingen. Voor haar was het simpel, als je ergens niet van hebt geproefd, weet ge niet wat ge mist in feite en ’t is met iedereen wel iets. Ze denken allemaal na een tijd als het nieuwe er van af is, dat ze iets te kort komen in plaats van mekaar te respecteren en niet de duvel aan te doen ! Hij liet ze maar, nuanceerde voortdurend hier en daar en wist dat ze niet bij de diepte geraken kon die hij ervaren had, en waarvan het waarom er van hem ook niet duidelijk was op alle momenten. Grootouders, ouders, vaak gesloten boeken waarvan je veelal te weinig weet om te doorgronden waarom je van uit die invalshoeken, zelf op de wereld was gekomen. Je was een beetje van hen allemaal tegelijk ‘samengestelde’, met een eigen nieuwe ziel er bovenop. Of het zou moeten zijn dat Boedha met zijn achtvoudige pad (de juiste ingesteldheid, houding, handelingen, doen, woorden…) maar vooral met zijn reïncarnatiegedachte, gelijk zou hebben.       De schrijver wist heel goed waarover dat pad ging, maar die klassieke reïncarnatieleer die zag hij wel zitten als alternatief voor de sterfelijkheid, maar dat leek hem te simpel om waar te zijn en de realiteit was volgens hem dan ook weer dat het verhaal van de voorouders, de onafgewerkte stukken ervan, tot op bepaalde momenten gewoon via de vertakkingen van de nakomelingen doorliep.         Hij weigerde te aanvaarden dat de aarde gewoon een plaats om te komen lijden was en dat je daar met zoveel mogelijk totale onthouding van een aantal dingen, op een niet-doorleefde manier kon aan ontsnappen.  Het ervaren en leren zelf, het deel lijden ervan, hoorde bij het leven zelf, een strijd en genieten ook om aan de zinloosheid te ontsnappen. Net hetzelfde principe als dat van de fysica waarbij de benadering van ‘nul’, de ‘leegte’, niet wordt getolereerd, met mini en maxi ‘big bangs’ tot gevolg.  Prachtig achtvoudig pad natuurlijk, maar de praktijk liep dikwijls tussendoor op andere manieren voor de momenten van rust en innerlijk evenwicht hun intrede konden doen. En Germana ? Die begreep niks van al dat schrijven dat de schrijver nog nooit wat had opgebracht.  Een treffender botsing van de oude en de nieuwe wereld zou de schrijver vandaag niet meer tegenkomen waarschijnlijk. En zo bleven hem dagelijks de symboliek en de metaforen achtervolgen. Het schrijven, een middel om veel werelden in evenwicht te houden, de werkelijke en het gedeeltelijk verborgene achter de feiten,de oude,de nieuwe, die van mensen en hemzelf.

  1. Schrijvers in tijden zonder electriciteit

Het moet een hele speciale inspanning gevergd hebben voor al die schrijvers van de religieuze en andere teksten, geschreven voor de uitvinding van het elektrische licht. Of juist niet, misschien dat, indien ze in het donker wilden schrijven er juist meer ‘sfeer’ vrijkwam om bij het gene van je zelf of zo te raken dat bepaalde dimensies vertalen kan. Zoals nu in het donker en de witte koude die de schrijver omgaf. Toen hij buiten met zijn zaklamp ging kijken of de verre buren nog licht hadden, vlogen de al of niet slapende vogels op, verschrikt van de lamp in combinatie met de witte sneeuw vlogen er her en der tientallen in de richting van andere bomen wel zeker. Als er geen sneeuw lag, was dat hier en daar maar een dikke bosduif, die je dan alleen maar hoorde.       Het geluid daarvan, daar kon je ook van zeggen dat het om een bosduif of twee of drie ging. Ja, dat schrijven vroeger en nu, in licht of donker… . Maar we leven in het NU, nog meer dan toen hebben we dingen nodig om ons veilig te voelen. Mensen ook natuurlijk. Zo heeft iedereen zijn reflexen als het om veiligheid gaat. Kinderen die niet in een gevoel van veiligheid en geborgenheid zijn opgegroeid hebben het soms hun verdere leven in bepaalde perioden knap lastig om hun evenwicht te blijven volgen. Het moet niet makkelijk zijn om juist daardoor het soort sterkte leren te verwerven waarmee je van veel leed blijft bespaard.

Jongen, meisje, vrouw, man…die dingen gelden voor beiden en de leeftijd waar je toe behoort geeft nog extra tinten aan die dingen in het samenspel van het leven.  Jongeren leren hoe met mekaar om te gaan, ouderen zijn er nog altijd mee bezig en leren zich ook aan te passen aan de beginnende slijtageslag, waardoor ze misschien wel op een andere manier naar de dingen gaan kijken als jongeren die nog met een bepaalde gehaastheid door het leven gaan, ook jagen soms. Ze zoeken nog meer de passie dan de vriend of vriendin, of het wezenlijke in de mens zelf. Al hebben ze veel voor op net die ouderen die hun levensverwondering al verloren zijn.  Het hangt ook allemaal een beetje van het karakter af. Zo was er vandaag een reportage over een buurt in een Nederlandse stad waarvan bepaalde wijkbewoners een origineel initiatief hadden genomen. Vermits ze de voorgevels van hun huizen maar monotoon vonden, was er een fotograaf die foto’s in de bos ging trekken en er posters van maakte die hij in samenwerking met andere beroepsmensen op de deuren aanbracht van wie maar wilde. Opzet was een soort verbinding te maken met de vaak paradijsachtige tuintjes die die mensen achter hun woning hadden en het straatbeeld om te toveren in een meer levendig iets. Er waren natuurlijk ook mensen die die voordeuren met bomen niet zagen zitten en die het maar een chaos vonden. De reporter die hen ging vragen wat ze er van vonden kreeg mensen voor zich waarvan je als je hun uitstraling zag, wist wat zij er gingen over zeggen. Soms zat er al eens een verrassend antwoord tussen : aanvankelijk was de vrouw des huizes er voorstander van en mijnheer tegen en nadat de duur omgetoverd werd vond mevrouw het dan weer niks en mijnheer vond het geweldig. Mensen, dezelfde en toch enorm verscheiden

 

 

           

Aannemer van haast onmogelijke werken

Op een bepaald punt van bewustzijn is er voor een schrijver maar één manier meer, tijdelijk of niet, om iets van het grotere geheel van het bestaan, in relatie tot het detail en de ziel der dingen en mensen en hun verbanden, over te brengen : de eigen innercommunicatie.

De eigen innercommunicatie wipt probleemloos van macro naar microtoestanden in flashes van een seconden van vroeger naar nu, inclusief projecties naar de toekomst toe, zonder dat je dat allemaal op papier met woorden kan uitleggen. Van abstract naar concreet en terug, levend of dood, geen probleem. Op vijf minuten schrijf je een heel innercommunicatieboek waar je al gauw maanden zou voor nodig hebben om het met pen of laptop te beschrijven en op de duur zou het zo ingewikkeld worden, dat geen mens er nog aan uit kon, maar alleen jij nog steeds.   De strijd van de onzin om niet ten onder te gaan, draait op termijn altijd uit in het voordeel van het zin hebben, al lijkt dat niet zo.  Kleiner of gelijk aan nul worden, kan nu eenmaal niet.  Logica wint het van argumenten die geen steek houden.

Je bent zelf een stuk oplossing voor de realiteit buiten je. Het komt er op aan je leren fijn af te stemmen op die mensen waar je de stukjes in vindt om je eigen vollediger te maken, dat je de situaties opzoekt waar jij nog ontbrekende ervaringen kunt opdoen. Als je er voor openstaat, komen ze soms zelfs op je af. 

Geest en materie, zijn ze niet één, met de zielen van mensen als afgesplitste individuele gevolgen  met  vertakkingen naar mekaar ? Wat moet een mens met zo'n academische uitspraak, hij die zich gewoon dagelijks probeert te oefenen in voelen en doen wat hij of zij ok vindt, moment per moment ?  Net zoals een hart automatisch klopt, kan je er heel goed in worden.  Om dichter bij het geestelijke te raken, moet je alle facetten van de ziel van het totale bestaan leren kennen. Door er over te schrijven en via reacties daaromtrent kom je zo stukje bij beetje verder bij het begrijpen van tot wat het menselijk  bewustzijn in staat is . De blog http://dichterbijdeziel.skynetblogs.be en zijn linken, zijn er een goed voorbeeld van.

Het systeem achter gebeurtenissen ontrafelen...Marx, Darwin, Freud, Einstein, ze probeerden het allemaal en toch ontbreekt er nog veel en waren een aantal dingen niet volledig en zullen dat ook nooit zijn, naarmate de grenzen van het aanvoelen en het denken zich via de eigen innercommunicatie steeds maar verleggen.

Om een totaalbeeld van de mens te verkrijgen is de het verband tussen de eerste straling, de eerste cel en het eerste bewuste woord belangrijk. Makkelijker gezegd  :je kan veel afleiden uit de eerste indrukken die je van iemand hebt en de laatste woorden van het laatste gesprek dat je aan het einde van een relatie met iemand had.

Waarover de aannemer van haast onmogelijke werken het nog ging hebben, hij zou moment per moment wel zien naar waar dat brein van hem hem leiden zou...of was hij het die leidde...wie was hij in feite ?  Zou hij beginnen met schrijven over die bijna-dood ervaring of eerder over de liefde. Welke zou dan zijn eerste zin zijn ? " In een relatie begint diegene die het meest confronterend bepaalde waarheden over zijn of haar leven te verwerken heeft, vaak het meest te verdringen en de ongemakken daarvan op de andere of anderen af te wentelen". Niet mis als doordenker.

Of zou hij niet eerst beginnen met uit te gaan van een deel van zijn stellingen over hoe de menselijke geest werkt ? Ach, hij zou er eens een nachtje over slapen, zoals gewoonlijk werd de volgorde der dingen daarna evidenter. Iedere avond legde hij zich te rusten met één of andere begingedachte die zich dan ontspon, maar vaak kwam het hier op neer :

'de wereld, inderdaad een schouwtoneel ter observering, waarvan de meeste spelers  niet de betekenis kennen van het stuk waar dat ze in spelen, noch de teksten op voorhand krijgen.'

Een emotioneel gevaarlijke wereld voor goedhartige mensen die de medemens vanuit een te hevig optimisme tegemoet treden.  Een wereld waar men massa's pillen produceert die je eigen lichaam ook produceren kan, maar dan zonder neveneffecten...en vaak alleen om kalmer door het leven te gaan en gelukkig te worden...terwijl je dat zelf ook kan als je niet door pijnen wordt geplaagd of één of ander virus hebt opgelopen natuurlijk, dan zal je ze wel echt nodig hebben.

Een wereld van drukdoenerij die wel even simpeler zou kunnen worden geregeld door het stellen van andere prioriteiten dan non stop stijgende groei en winsten. Een wereld met meer tijd voor de ziel en de cultuur, voor het doorgronden van wat we hier met zijn allen eigenlijk lopen te doen in relatie tot mekaar en het proces van leven en sterven. Weten waar je vandaan komt en wie je bent en worden wil en het waarom daar allemaal van. 

Het boeiend, niet spijtig vinden dat  eigenlijk niemand op voorhand aan het begin van je leven tegen je kan zeggen "die en die mensen ga je tegenkomen" en "je gaat dat en dat moeten ervaren en dat moet daarom en daarom zijn en daarom niet" of ook nog "die en die personen zullen je helpen en dat ga jij voor die en die doen".

 

 

 

HAGELANDLAND en de rest van de wereld

            Het Hageland, een grafische streek van de regio Vlaanderen, die samen met nog twee andere regio's de staat België vormt.  Een viertal steden en een negentiental grote landelijke gemeente vallen onder de Hagelandse noemer. Vanuit het oosten doorbeukt autobaanbeton de aarde en de welvende borsten van het landschapslichaam.  Een enorm metaalmonster van lawaai, verkracht er iedere ochtend het gloren van weleer in de richting van Brussel, hoofdstad der werkzuchtige Belgen.  .

            Het landschapslichaam koestert een helerlei reeks inplantingen van gegroepeerde huizen in allerlei stijlen.  Bouwsels, gemaakt door wekershanden, gezellig tegen mekaar leunend of kreunend in sommige stadsdelen.  Boerderijen en met groen omgeven woningen in het open landschap.  Gehuurd of op twintig jaar en meer afbetaald aan een dikverdienende bank, hij woont er vanuit de lucht bekeken, veelal naar wens, de Hagelandmens.  Vanuit de lucht bekeken hoor je wel zijn woorden niet en zie je niet wat het licht achter zijn ogen betekent. Hagelanders spreken in ieder dorp een eigen variatie op één  van hun vier grote dialekten, al namen vooral de jongere generaties de uniforme Nederlandse taal op een paar decennia over.  De Vlamingen voegden er een zuidelijke warmte aan toe.

Sinds bijna altijd al was deze streek het slagveld waar de grote naties van Europa hun bezettingsdriften hadden gekoeld.  Misschien was Brussel nu als hoofdstad van de Eurolanders wel een soort morele troostprijs daarvoor.  De Eurolanders vochten militair niet meer tegen mekaar, hun politieke leiders hadden de naoorlogse , potentieel revolutionaire gevaren wel begrepen.  Daarom hadden ze hun werkvolkeren met allerlei sociale zekerheden hun eigen maatschappijomvorming doen vergeten

De leiders van het bovenste deel van het noordelijke Amerikakontinent, de 'USers' daarentegen, ontpopten zich in de twee eerste jaren van het derde milenium, nog altijd als de grootste militaire strategen.  Hoe weinig belang ze aan inhoudelijke verkiezingen hechten bleek nog laconiek toen bleek dat ze bij de presidentsverkiezingen nog altijd met ponskaarten werkten.  Alhoewel de leidende klassen der Eurolanders hun eigen imperialistische agenda hadden; hield het oude continent zijn nazaten in de 'US-wereld' nog even tegen om weer direkt bloederig de Irakezen gaan te bestoken.  Het begin van het derde milenium werd zichtbaar niet waar de gewone mens op gehoopt had. 

            De Latino's van het zuidelijke Amerika-continent bleven voordat ze de linkerkant van het Venuzuela van Chavez uitgingen,met grootkapitaalsteun vervolgd en vermoord of onderdrukt worden. De Afroos van het kontinent waar de mensheid zijn wortels heeft, worden geteisterd door de lakeien van hun voornamelijk Westerse en Arabische grotegeldleermeesters, die mekaar en de inwoners veel militaire en andere rottigheid aandoen.  Zullen de winsten en infrastructuurwerken uit China soelaas brengen ?Al een halve eeuw en langer beloofde het rijkere deel van de wereld hulp...die alleen kwam als die uitbuiting en afhankelijkheid verzekerd bleef. De leidende klassen van de Arabieren probeerden via het demagogisch gebruik van de religie ook zijn armen om de tuin te leiden, net zoals dat in de oude Westerse wereld eeuwenlang het geval was geweest.  De Chinezen deden het met water in hun would-be  rode wijn te doen materiëel beter dan de Indiërs wier leiders nog aan een aantal oude kwalen leden : kastevorming en nationale en religieuze tegenstellingen. Ook dat zal veranderen als de recessie geen roet in ’t eten gooit.

            De enige echte 'pseudonatie' , de 'Verenigde Naties', is daarom nog teveel een speelbal van al die gewichtige Staten en blokken die met alle middelen om de verovering van zoveel mogelijk vrije markt vochten.

Tot nut oe werd het wereldbeeld van de mens beheerst door zijn methode om economisch te overleven.  De mens, ook de Hagelandmens, diende zich te onderwerpen aan het slaaf, lijfeigene of boer zijn, aan het gezag van de adel en hun staat.  De onafhankelijke boeren vervoegden meer en meer het leger loonslaven van banken, fabrieken en handelsmastodonten.   Zelfs een deel van de hele grote zelfstandige boeren zijn in feite echt loonslaven van de banken geworden.

            De filosofie moest wachten op de ontwikkeling van de wetenschappen alvorens zij de religie een gepast antwoord op een deel van de levensvragen bieden kon.  Ondanks de door vrijzinnigen en religieuzen algemeen aanvaarde morele spelregel dat men zijn naaste niet mag schaden; bleef een belangrijk deel van de zin van het leven, namelijk datgene met betrekking tot de dood en het eeuwig leven, voor politieke verdeeldheid onder de werkende bevolking zorgen.  Het aantal priesters kan je in ’t Hageland op 1 hand tellen.

Afgezien van wat psychologische spekulaties en onbewijsbare hypothesen blijft het ervaren van de uiteindelijke zin van het 'eeuwigheidsvraagstuk' gelukkig een persoonlijk te beleven levensbeschouwelijke opdracht, een soms pijnlijke zoektocht waarvan men de betekenis ervan slechts soms op heldere, vaak niet beschrijfbare manier 'innerlijk' ervaren kan.  Iemand die ook daar zijn hele leven lang via het dagelijkse leven en het woord en de pen mee bezig was, schreef er dus vanuit het vandaag mistig koude Belgische Hageland over. 

onverschillig evenwicht

Droomloos kijk ik even voor me uit, van uit een onverschillig evenwicht.

Betrachtend dat het positieve het negatieve wel in balans zal houden.

Het uiteindelijk overwoekeren zal.

Als een slingerplant of een kruipplant met prachtige, veelkleurige bloemen, waaraan alle carnivoren zich na het drinken van hun bronnen aan verzadigen.

Als een boom die naar boven groeit met wortels die het levenssap zuiveren.

Als struiken die ruiken naar geheimen en vragen die hun zaden werpen en het licht dat de kiemende antwoorden onder zijn hoede heeft.

In mijn onverschillig evenwicht als een meetkundig labirint  van wiskundige zekerheid, vertrouw ik op alle mogelijke vormen van intens geloof in de mens en de mensheid.

Als in een gekleurde schelp die langzaam de tijd tot ringen schilderde.

Als in de trage beweging van het weekdier, op zijn hoede voor ongepaste euforie en het wegzakken in nog maar het geringste spoor van te zware emotie

Als in observatie van de sporen van het komen en gaan van generaties, deinend op eb en vloed van rust en onrust.                                                                                   


de watertoren en het drinken

In de eerste februari lentezon, staat hij in al zijn witte pracht de voorbij zwevende wolken gedeeltelijk aan het oog te onttrekken. Majestueus als hij is, geboren op de tekentafel en in de geest van een ontwerper met een stijl die wil bewijzen dat zo’n gewicht ook op een  aantal zuilen kan staan.

Enkele maanden vroeger, toen zijn voorganger de gewoon ronde, met rode bakstenen gemetste waterhouder, wolken reiker, op een dag en binnen een paar dagen tegen de grond gekraand werd; vonden een deel onder ons dat nog sneu. Maar nu je de nieuwe daar zo alleen ziet domineren, ja, dat heeft toch wel wat minder druks. Het dorp is qua inwoners gegroeid en de grote hoge ronde buik van de waterdrager qua afmetingen evenzo.

We hoeven dus maar de kraan open te zetten en het vocht komt in bacterievrije vorm tot ons. Je kan het dus drinken, toch is het een gewoonte van de moderne mens die niet dicht bij één of andere bron woont, van flessen te gaan halen met water van verre oorden in. Soms zie je zelfs op het kleine scherm dat over de wereld vertelt, mensen in dorpen die hun water rechtstreeks met een zeil via de lucht indoen of voor de bevloeiing van hun akkers rekenen op de mist die een stuk van de dag in de bergen tegen die zeilen aanbotst en condenseert.

De drankwinkel ‘herbergt’ een arsenaal aan vochten die de meesten in vroegere generaties naast de deur hadden. Melk bijvoorbeeld van de één of twee koeien die men lopen had. Die kaas werd, op een hele primitieve  manuele manier. Men brouwde zijn alcohol zelf of er kwam op tijd iemand met paard en kar om het plaatselijke bier aan de talrijker cafés dan nu het geval is, te leveren. Particuliere afnemers waren in die tijd ook vaak zelf brouwers van fruitciders of wijnen. Net als de oude watertoren ondergingen veel van de dingen uit die tijd hetzelfde lot…plaats maken voor andere visies op het dagelijkse bestaan. Dus, nu kan je honderden soorten frisdranken en hun meer graden rijkere branchegenoten aankopen…in glas en recycleerbaar plastiek dat er vaak ergens in grachten aan herinnerd dat niet iedereen even gevoelig met het milieu omgaat. Nee, vroeger was niet alles beter, maar toch, veel stemt tot nadenken en nog meer tot filosoferen.

Naast de nood aan drinken heeft de mens ook behoefte aan contact en daarvoor heeft hij dan onder meer het café als oord van buitenshuis uitwisseling en afwisseling uitgevonden.  Met of zonder tijdelijk dialoog bevorderende middelen. In vroeger tijden, toen het leven niet bestond uit het volgen van de belevenissen van Bekende Vlamingen en iedere straat in het dorp minstens drie cafés had en mensen minder geïsoleerd leefden; minder vervreemd ook van hun werk; kende iedereen op de eerste plaats zijn eigen omgeving en de buitenwereld… van de gazet, de radio of van horen zeggen.

 

 

Klamp je niet vast aan je eigen onheil

Onheil kan je overkomen in het geval van natuurrampen, maar je vastklampen aan diegenen die je onheil veroorzaken kan even rampzalig zijn, alhoewel de weg naar wijsheid soms daar langs geweest is.  Er zijn natuurlijk ook mensen die zich al of niet vastklampen en er toch op tal van manieren in slagen van  gelukkig en onafhankelijk te blijven, als dat ook al weer geen illusie is.  Bij dit inzicht houdt de behoefte op om nog verhalen te vertellen en inzichten over te brengen op ...en is men geneigd om , in het belang van gezondheid en zo, alleen nog van stilte en natuur te genieten, in het besef dat ieder zijn eigen leefwereld te doorgronden heeft, iets waarin de meesten, jammerlijk genoeg; maar soms ook gelukkig genoeg voor hen, niet zullen slagen. Trots, achtenswaardigheid... men zou denken, ze slijten niet, maar ze kunnen ten prooi vallen aan het afbrokkelingsproces van de, niet altijd op 't eerste zicht, 'vergankelijkheid' die alles en vaak iedereen kenmerkt...het niet helder inzien, het verkeerd oordelen, de roddel, de negatieve emoties...ze maken slachtoffers, ook onder diegenen met de beste bedoelingen Wees daarom in de eerste plaats maar lief voor jezelf, boor de eigen sterkte aan en weet ze te behouden...pas dan kan je delen met de andere.



Karel Kompel's revolutie, 'referendumroman'  

           

Eigentijdse vormen van Meningsuiting zoeken

In het dorp waar ik opgroeide, stonden twee soorten palen langs de openbare weg.  Zwarte, doordrenkte sparren voor de toen nog bovengrondse telefoonlijnen...beklommen door indrukwekkende mannen met ijzers en kettingen getooid. Betonnen palen met voetgaten voor elektriciens, droegen de stroom. 

 

Voor de zoveelste keer dwingt het nut van 't algemeen me tot schrijven.  Ergens op een kruispunt van m'n denklijnen ontstaat weer een symbolische vergelijking die ik niet verliezen wil.  Die palen hebben in feite de richting van mijn leven be-'paald'.    

De telefoonpalen, omdat ik me vroeger in de telecomwereld opwierp als verdediger van de meest efficiënte aanpak van de telematica-uitdagingen.      Ook van algemeen belang, de elektriciteitspalen, handig voor het aanbrengen van de affiches toen ik nog samen met anderen als vakbondsmilitant iets wilde veranderen.  Al doende komt een mens ook op het sociale domein tot een reeks besluiten.  Ik heb mijn idealisme en gedrevenheid door tegenslagen en leerzame ervaringen en tegenkantingen in bruikbare denkmodellen en alternatieven vertaald.  Voortdoen zoals Atlas, die bijna onder het gewicht van de wereld bezweek, kon niet meer.  Je moet dat allemaal noodgedwongen van je afwerpen en zelf op je eigen manier aan de praktijk van het moderne leven deelnemen.  Over sociale problemen lezen , dingen inzien en begrijpen...op zich, was niet genoeg.  Trouwens, hoe meer je las, des te meer gespecialiseerder bronnen je nodig had...en die bronnen bleken het niet altijd eens te zijn.  Ik heb de groepen die deze bronnen vertegenwoordigen proberen doen inzien dat ze best aan een gemeenschappelijk alternatief zouden werken...en heb er op den duur zelf één ontworpen...en me daar bovenop in de filosofie verdiept, omdat die ook al aangegrepen wordt om de mensen 'op hun plaats' te houden. De tijd van twisten tussen atheïsten en anderen moet maar eens voorbij zijn.

Ook de psychologie heb  ik bestudeerd om er aan uit te kunnen waarom negatieve emoties de mens ook vaak verhinderden om zijn sociaal geweten te volgen.  Ik probeerde dat alles door schrijven te vertalen, wel wetend dat in onze cultuur, diegenen die daar mee bezig zijn, vaak prekerig overkomen als hun analyses te ver gaan voor de modale mens.  Indien ik de bergen theorie die ik beklommen heb, moest willen overbrengen, dan had ik daar velerlei maanden voor nodig voordat ik aan de praktijk beginnen kunnen zou.  Indien ik de evolutie in denken en ageren in mezelf moest schetsen, zou ik een stuk van mijn leven moeten beschrijven...maar dat is misschien niet nodig.  U kent waarschijnlijk ook wel een paar mensen die zich in Uw bedrijf tegen tal van dingen verzetten, en die dat verzet proberen organiseren...en uitkomen op het feit dat diegene die het bedrijf bezit altijd het laatste woord heeft en daarbij nog vaak geholpen wordt door de top van partijen en bonden.  Jarenlang al, probeer ik mensen uit te leggen wat 'nationalisme', fascisme', 'burgerij', economische 'democratie',enz...is.  Het heeft jaren geduurd voor ik ten volle begreep dat toekomstgerichte veranderingen noodzakelijkerwijze niet alleen via de klassieke politieke denkbeelden en methoden kunnen tot stand komen...door in het klassieke en niet-klassieke politieke milieu te werken, kom je tot dergelijke besluiten die ik met tal van teksten aan mensen en groepen probeerde duidelijk te maken. "

            Er moet NU iets veranderen in onze betrokkenheid tot de vraagstukken die ons heden ten dage confronteren. Anders zullen we het blijven vanzelfsprekend vinden dat tegen 200?...  nog altijd miljarden in armoede zullen leven.  Waarom verliezen mensen hun vertrouwen in 'politiek' ?

Omdat alles van bovenaf op een mist verspreidende manier uitgelegd  en verzwegen wordt...voortdurend leert men ons dat bepaalde problemen onoverkomelijk zouden zijn...in plaats van de zaken op te lossen. 

Meer en meer produceren met minder mensen en steeds meer armoede...zal onvermijdelijk leiden naar het in vraag stellen van het systeem waarin wij draaien.      Er moet iets in de plaats komen.  We kunnen misschien een referendum per mail organiseren zoals het internet-Committee for New Simultaneous International Elections, Necessary to Create more  Equality voorstelt.

http://philosophicalresistance4.skynetblogs.be

 Met het resultaat van deze stemming voor een wereldwijd eisenprogramma  zouden we onze regeerders kunnen confronteren en hen door middel van alle mogelijke geweldloze manieren dwingen van andere initiatieven te nemen .  De politiek en de bedrijfswereld 'herstructureren' ons al jaren, het wordt tijd dat wij de politiek helpen herstructureren.

Tele-voting op TV binnenkort voor ’t Eurovisiesongfestival in Moskou, misschien zou men er beter één organiseren over gelijke lonen in heel Europa, inbegrepen Rusland, dat zou pas baanbrekend zijn, want we krijgen zo stilaan de indruk dat alle nobele doelstellingen ook tegen 2015 niet met de klassieke middelen gaan gehaald worden.  Gisteren behield de linkse oppositie in het parlement in Nederland het vertrouwen in de regering (met de nodige meningsverschillen), alleen de rechtervleugel in dat parlement zegde het vertrouwen op (ps.die willen nog somberder crisismaatregelen).  Na de verkiezingen valt te bezien hoe het kiezerspubliek welke houdingen gaat belonen. Winst voor de ruziestokers met de islamitische Nederlanders en voor de Nederlandse Tatcher van Trots op Nederland ?

Andersglobalisten, grijp de kansen die de telematica jullie biedt.  Andere vormen van eigentijds meningsuiting : zie ook de twee onderste linken, je kan er niet via de klassieke kranten en journaals aangeraken aan die info.  27/3/09 en 80en90’er jaren enz

http://bloggen.be/conscience2008 

 

Mooie zinnen uit sommige van m’n kortverhalen of schetsen

Sociale Pareltjes

Uit ‘de familie Vandewerelt’ :"Terwijl het aantal gediplomeerde thuisblijvers toeneemt, zijn er nog altijd weinig symptomen van een daadwerkelijke lotsverbondenheid tussen de verschillende groepen werkvolk.  Velen aanvaarden de haast instinctmatig aangevoelde nepnoodzaak om het gesofistikeerde verdeel -en heersspel draaiende te houden.  Alsof het benadelen van anderen aan de eigen, vaak denkbeeldige voordelen ondergeschikt moest blijven".

            "Een tweehonderdtal werkloze bijen stonden in de rij voor het doplokaal.  Teneinde de toelating om geen honing mogen binnen te halen, te verkrijgen, diende een dienaar van de 'staatskoningin' een stempeltje in het honingloze raster te smeren.  Wat een verkwisting van talent ! ".

 

            Uit ‘Hoe tem je stieren ?’ "Niemand gaf leiding aan het feit dat mensen geen greep op hun leven hadden.  Hadden partijen en vakbonden een  passend strategisch antwoord, een wereldproject dat aan de capaciteiten en zwakheden van tientallen factoren beantwoordde" ?  "De koppeling van inzicht hebben in en uitzicht hebben op...noemt men een programma...onontbeerlijk gewoon".

            "Na je diploma moest je nog steeds examens met duizenden deelnemers doorlopen".

"De herinnering aan de vlotte manier waarop ze in hun jeugd contact maakten,was in de hoofden van  volwassenen 'aangepast' uitgewist".

            "Ze hadden van marktmannen die Leuven en Diest te paard aandeden wel horen zeggen dat sommige socialisten daar tegen de oorlog waren...maar wat konden die mannen daar nu tegen beginnen ?  Op dienstweigering stond de dood met de kogel.  Het gros van de verkeerde voormannen der Duitse roden had de oorlogskredieten voor de eerste wereldoorlog goedgekeurd.  Als de werkenden de oorlog van de burgerij niet vechten willen heb je een veralgemeende machtsovername en fabrieksbezettingen nodig.  Als je patatten wil oogsten, moet je een patattenveld hebben.  Heel velden schoon patatten zou Schille, de voetloze soldaat daar onder water zien lopen tijdens de oorlog aan de Ijzervlakte.  Om te wenen...rotte patatten en creveren van de honger. 

Hij bleef aan 't werk na de oorlog en versleet alle jaren een paar eiken invalidekrukken...terwijl hij als ouderling toezag hoe het Duits werkvolk zich in de jaren dertig en in de tweede wereldoorlog  weer beetnemen liet...".

            "Tussen de neonlichten zat Fatima en haar kleine, in doeken gewikkelde baby, zich aan te passen...zonder geld".

            "Als ge niet gaat ophouden met je tegen de sluiting van jullie callcenter te verzetten, zal ik je uit deze zaal en het vakbondsgebouw laten zetten." ?

 

Uit ‘inspiratiemap’.  'Een triestigaard uit de dertiger jaren, interpreteerde Nietzche op zijn manier tussen de loopgrachten van de eerst Wereldbrand.  Hij hield er iets aan over.  Het kereltje besloot dat alleen bepaalde bleken nog recht op ruimte hadden.  Je kan die ruimten op de soldatenkerkhoven gaan overturen.  Wij werden opgevoed in de overtuiging dat al die barbaarse offeranden (ter bestendiging van de macht van de burgerij) afgelopen gingen zijn.  Nog nooit heeft de wapenmarkt betere vooruitzichten gehad".

            "De angst voor stilte, spreken en doordenken, gevoed door de media-hoempapa in de landen van  welvarende en verpauperde 'democraten'.  Grootgrondbezit, fabriek opkoperij, sluitingen, reorganisaties, direkteurs van bergen papier,poltieke lieden, bezit, desinformatie, desorganisatie, blijft norm.  Spekulatie enorm.  Strategische spelletjes om schijndemocratieën te instaleren.  Staten laten uiteenvallen.    Wanneer schrijven we zelf onze programma's voor uitroeiing van armoede, oorlog en onwetendheid ? ".

            "Er is niets meer dan er is, maar alles veranderd voortdurend van uiterlijk, zielen van rijpheid, de maatschappij van toestanden, het kind in grootvader, grootvader in... .  Help, ik ben een dichter...ik sta dichter".

             "Zolang de natuur verder leeft, eeuwig dus, zullen wij er ook zijn...onder dezelfde en andere vormen ". 

            "Herinneringen moeten soms oud worden voor je ze nuchter beschrijven kan". "Alle mensen zijn buitenlanders". "Vroeger verklaarde de conservatieven onder de pastoors ook het waarom van alle sociale ellende, nu doet de klassieke rechtse politiek dat meer en maakt ze wijs dat ze tot 65 moeten werken en dat ze nooit competent genoeg zijn".

            "Zogezegd religieuze of aan eicellen en sperma verbonden partijen gaan schijngevechten aan met  liberale of sociaal-democratische partijen, teneinde complete verwarring achter te laten.  Kunnen wij echt geen objectiever samenlevingsvormen organiseren ?  De oude politiek vermomt zich als 'nationale belangen', terwijl het begrip 'natie' meer en meer oorlogen baart".

            "Vroeger hadden ze weinig en werkten hard.  Nu hebben ze veel en werken nog altijd hard".

"Een stenen beeld van een aap met de arm ten hemel geheven, stond in een straat ergens tussen Israëlische en Palestijnse barricaden.  Een veelzeggend beeld voor heel de mensheid.  Ontelbare werklozen, al of niet opgehitst door zogezegde 'godsdienstige' groeperingen blijven de uitleg over 'een eigen staat' slikken; net zoals aan de overzijde de haat met iedere dode of gekwetste groeit; groeit hun afglijden in waanoplossingen.

De symboliek van de aap, verklaart alles.  Nog steeds is de mens grotendeels gebonden aan macht systemen die miljarden dollars verprutsen en begrijpt hij weinig van z'n geschiedenis of filosofische rijkdom allerhande.  Sinds Vietnam en vroeger staan wij al die vormen van waanzin toe en verzetten ons niet tegen een nog alle dagen absurder  hoeveelheid op onze beeldschermen vergoten bloed. Het geld blijft de wereld op een strakkere manier dan ooit regeren.  We hebben in meerderheid onze ziel aan het geld verkocht...want we werken ons te pletter en aanvaarden de dictatuur van de speculatie die de productie beheerst.  Hebben wij nu echt dwang en geld en burgerlijke loonarbeid nodig om te werken ?

 

De schoondochter van God  Ontmoeting bij een kapelletje met plaats voor vier stoelen. Het regende een weinig en ik besloot ergens in Limburg een klein wandelingetje te maken.  Toen ik wou gaan schuilen in een kapel, was er een dame van in de vijftig bezig met stoelen en attributen van Maria van ik weet niet welke sector in de zorgen om het dagelijkse bestaan af te stoffen.  Haar natte vod gleed over de voor haar heilige attributen in de ruimte. Wederzijdse groet van mij naar haar, Weesgegroeten van haar naar mij waarschijnlijk.  “Een goed werk aan het doen” ? “Ja, we hebben ze tegenwoordig heel hard nodig mijnheer”.  Waarop ik :  “ach ja, je kan op allerlei manieren bidden mevrouw”.  Ik vertelde haar dat de wetenschap dicht bij het ontdekken van het oneindige van het leven stond, ook na de dood en dat we van straling en atomen voortkomen en er weer in uiteenvallen”.  “Ga jij nog naar de mis mijnheer” ?  “Ja, soms, zoals morgen naar de jaarmis voor mijn vader”, wat een wellicht ontoereikend antwoord was.  “Er komen hier meer mensen dan je zou denken om te bidden, …komt U ook om te bidden” ?  “Ik vraag gewoon om sterkte als dat echt nodig is, voor de rest probeer ik alleen heel goede gedachten te beleven en de juiste dingen te doen”.  “Ja, maar onze lieve vrouw hebben we echt wel nodig”.   Dat ze nu dat tegen mij moest zeggen, ik zat al lang zonder.  “Als je alleen wil zijn om te bidden, ik heb bijna gedaan met kuisen en dan bid ik nog vijf minuutje voor ik vertrek”.  “Doe als of je thuis en alleen bent mevrouw”, misschien kunnen we samen zonder woorden bidden”, wat ze naar zeggen ook soms deed.  Ik stelde haar voor van voor de slachtoffers van de aardbeving in Japan te bidden. “Ja, verschrikkelijk wat die mensen overkomt”.  Het was niet de moment om te vragen naar of God dat dan niet kunnen voorkomen had, zijn schoondochter  misschien.   Samen  zaten we in stilte een tijdje te bidden dus.  Geen verschuiving van continentale platen, maar toch een beetje energie van het ene naar  het andere continent, zaten we daar te sturen.  Ze stond op en nam haar fiets, fiedewiddewiets en we namen afscheid.  Op internet zaten zij en haar man niet, vernam ik nadat ik haar had verteld van een uitgebreide lijst met originele kapelletjes in België. Nog even blijven zitten toen ze weg was. De nationale euromunt in een gleuf, begeleidde al het goeds dat ik iedereen wenste.  De metalen klank stierf in een honderdste seconde uit en ik verder. Mensen geloven op talrijke manieren, in dit geval volgens een traditie overgeleverd van uit het midden oosten en in tal van interpretaties gegoten.

Die oud collega’s toch, ze bestaan nog steeds Gelijktijdig met mij, arriveerde op de parking mevrouw Sindsdien, die nog altijd last had van haar haperende voet. Ik dacht dat ze Vrijheid noemde, maar die had ze wel nog steeds, maar ze had ze nog niet gevonden eigenlijk; al leek ze heel tevreden met haar wereld en het nog altijd streng gecontroleerde, jaar na jaar opgedreven werkritme op het callcenter. Zo kwam ze toch onder mensen en bewees ze iets aan te kunnen.  We vonden het niet vervelend mekaars naam niet meer te weten…waar er 100 man volgens opgeklopte winstregels werken, ken je mekaar niet echt.  De Idealist kwam er bij, nog voor we de parking hadden verlaten, iemand met een eerlijke en gemeende vorm van zijn.  Als die man met iemand sprak, zag je echt hoe goed gemeend hij met mensen omging.  Een binnen circuit voor racewagentjes vormde het decor voor de afgesproken reünie van nog steeds in het callcenter werkende mensen en ‘die van vroeger’, aangevuld met wat familie in sommige gevallen.   De trap op naar waar de bestelde deegwaren zouden worden gegeten; na de ritten waar van een deel van ons zou aan deelnemen.  Eén van de twee initiatiefnemers was er al, Adonis, iemand die nooit zorgen leek te hebben, gewoon bestond en deed…heb nooit geweten of hij al of niet gehuwd of zo was.  Er zijn toch altijd mensen die de kar trekken als er iets georganiseerd moet worden.  Later op de avond had hij zelfs een gedicht, als verslag van de vorige reünie klaar.  Hij bleef me verbazen, niet zo zeer omdat hij een getalenteerd racer bleek; maar omwille van het feit dat hij veel socialer was dan de ietwat afstandelijke van vroeger.  Ook in een systeem met ploegen kan je mekaar niet goed leren kennen waarschijnlijk.  Ook de man met de mooiste glimlach van de afdeling was er al en een paar vrouwen waarvan ik het echt meende toen ik zei dat ze nog net dezelfde waren qua uiterlijk, al was er na enkele jaren van binnen wel het één en ander verschoven.  Laat ik ze de Zweedse en de Spaanse noemen, dan kan de lezer er zich al wat bij voorstellen.  Toen kwamen er nog twee vrouwen binnen, Brave en hele Brave, hadden me aangenaam verast door hun militante houding bij arbeidsconflicten.  Het waren mensen met geen vast statuut die toch solidair waren met de statutaire werknemers, al moesten ze heel de tijd noest werken om telkens maar een verlenging van hun werktijd te krijgen.  Statutaire werknemers konden ook al wel jaren vlugger ontslaan worden, maar dat lag toch anders.  De stroom van voornamelijk vriendelijke Limburgers, werd groter.  Moederhart één met man ‘laat maar waaien, ik ontsnap de dans wel’ en  zoon ‘onafhankelijke mening, dichterlijk ingesteld’, kwamen binnen.  Spontane mensen, vol positief ingestelde en energie.  Natuurlijk kon ik het niet laten de zoon wat te motiveren.  Nee, in een callcenter werken, dat wilde hij later niet, veel te ‘stressy’ voor hem…een eigen woord door hem uitgevonden, of ik die de jongerencultuur niet volledig kan bijbenen.  Het is allemaal zo trendy geworden de dag van vandaag, de jongen achter de toog bijvoorbeeld, vlot en snel in aangepast racepak.    Kwamen ook nog binnen, een andere familie, met een paar kinderen, het meisje dat goed voor haar kleine broertje zorgde en de heel vakbekwame Oosterse van Europa en haar militante man die zich ook zo maar niet door het moderne geld- verdien- systeem wou laten opslokken.  Hij had een geweldige anekdote over een kunstenaar militant van de bond , die wegens te kritisch op het matje geroepen was.  Eén van de bazen had de wegens bureaucratische en politieke omstandigheden, bijna levenslang vakbondshoofd  benoemde  nationale voorzitter gevraagd naar het gedrag van de overijverige militant, maar de voorzitter had geantwoord : “daar heb ik geen vat meer op, ‘dat’ is losgeschoten wild.  Voor de rest ging alles nog altijd zoals vroeger, sluiting van afdelingen volgden op verkoop van gebouwen en alles werd altijd zo lang mogelijk geheim gehouden en in beperkte kringen stiekem besproken.   De eerste koersen gingen van start.  Een drietal snelle jongens, volgens de op de muur geprojecteerde uitslagen, gingen enkele vrouwen waarvan je het niet zou verwachten voor af.   De Fruitteler in bijberoep, alhoewel al een jaar niet meer tot het leger van de loonslaven behorende, was er niet zo bij en trok nog af en toe aan zijn sigaartje.  Iedereen leek zo zijn eigen problemen te hebben, zo vernam ik naar mate de avond vorderde.  Maar het was hen niet aan te zien, het was echt een gezellige, stoom aflatende bende. Er werd nog gereisd, sommige kleine dingen wisten sommigen nog, omdat ze belangrijk waren voor dit en dat waarnaar je tot dan toe het raden naar had gehad.  Ook Veggie, één en al energie, was weer fris en monter en tot open uitwisseling bereid.  Weinigen die zeggen persoonlijk ongelukkig te zijn en altijd bezig, bekenden eigenlijk toch niet te oud willen te worden…wegens de toestand in de wereld zelfs niet aan kinderen begonnen te zijn.  Laten dat nu allemaal onderwerpen zijn waar voor ik hen meer in de diepte toe wilde interesseren.  Ah, ze doen het goed en wie bij wie zat, lichte een glimp van wie er op dezelfde, ja zelfs soms tegenstrijdige golflengten zat.

Wat doe de gij de hele dag tegenwoordig

Afhankelijk van het leven en het bewustzijn van de vraagsteller, kan het antwoord al een verschillen, ook  in verhouding tot de toegemeten antwoordtijd en wie er meeluistert.  Er was eens die man die zijn dagen als bruggepensioneerde openlijk beschreef, ik kende hem niet, maar herkende het leven van veel mensen in hem.  De voormiddag, klusten hij en zijn ega wat en na het eten op de middag, was er het journaal, ze luisterden en zagen hetgeen de grote media aan hen kwijt wilden, hadden uiteenlopende, geen overkoepelende meningen over van alles, maar waren niet actief betrokken bij de besluitvorming, als we de op traditionele manier gehouden verkiezingen even buiten beschouwing laten. Dan wandelen, een van de fijnste dingen die je kan doen als men zichzelf boven de drempel van seizoen weet te krijgen…en dan weer tv, ook internet soms, maar alleen de ludieke en niet de kunstzinnige of wereldbeschouwelijke dingen zo zeer.  Hoe leg je nu uit dat net dat twee belangrijke dingen zijn waar je jezelf mee bezig houdt.  Buiten het van uit klassieke manier bekeken, onbezoldigde schrijven waar  toe je oud en jong probeerde aanzetten en het lezen ook dus en de uitwisseling daar rond in de vorm van kunst of discussie en actie in de richting van meer bewustzijn.  Wat al een heel stuk tot gezondheid bijdraagt en dan hebben we het nog niet over het proberen begrijpen van het eigen innerlijke en de persoonlijke relaties die daar een gevolg van zijn.  Wie neemt er nog de tijd om zijn dromen te begrijpen en doorleven ’s morgens…past niet in de overproductie cultuur van goederen.  Ja, er zit ook kunst in het verfraaien en bouwen of verbouwen van de stoffelijke levensruimte, maar minder mensen zijn bezig met de eigenlijke levensruimten tussen mensen.  Voor velen is dit alles een te pijnlijk iets en dan krijg je te horen dat je te diep over de dingen nadenkt.   Daar kan al iets van aan zijn en misschien moet ik maar eens ‘gewoner’ gaan leven, maar wat ‘men’ dan in  vele gevallen mist, kan je zo maar niet uitleggen aan leken daar in. We zij allen om welbepaalde redenen bij mekaar.  Of het nu is om aan te raden dat men beter wacht met het alleen aankopen van een huis tot men dat met twee samen kan doen of om te leren uit het ouder worden van mensen of kinderen duidelijk te maken dat er meer is in dit leven dan computerspelletjes, of om jongvolwassenen wat mee te geven over de gevolgen van generaties liefde en lijden…alles heeft zijn redenen. We ondersteunen mekaar.  Als beloning af en toe een positief bericht, ‘zeg die zat er onderdoor maar woont nu daar en…’ .

De legende van Roselinde

Belevenis.  Wachten en niet komen. Beloond worden, want daar is ze dan toch, zich niet bewust van het zomeruur, maar toch heel kort bij de natuur.             We rijden naar Heuvel, haar geboortedorp, naar een tante, vanwege vroeger.  De ontmoeting met de witloofstekers, de laatste echte van het dorp, geen watercultuur, maar nog verbonden met de grond.  De eerder zwijgzame hardwerkende  Brabander leeft zich uit in zijn arbeid vooral.  Binnen bij de oude maar nog krasse moeder en de niet meer goed horende vader, de nichten, ieder vertelt door zijn of haar uiterlijk en zijn en praten een levensverhaal.  De nichten lijken korter op de vaderlijke stam geënt.  Eerlijke mensen allemaal, goed menend, dat zie en voel je zo.  Ook over- afscherming van de gevaarlijke dingen in ’t leven misschien, gevoelens bijvoorbeeld.           De engelachtige vrouw op de foto van 60 jaar geleden kijkt me aan terwijl ze nu , in ’t echt gemoedelijk bezorgd over de dingen meepraat, soms gevoelsmatige onderwerpen lanceert.   Over de dood van één van de eenzaten in de familie, hoe hij zijn eigen toch goed behielp en hoe de familie met kuisen hielp.  Over het heengaan van haar zus en diens man, uitgewisselde woorden en gevoelens die noodzakelijke tranen wellen deden in Roselindes ogen, voor het zachte en de lach weer op het podium van haar aura kwam.  In vele momenten zat meer inhoud en waarheid dan wie ook kon vermoeden, hoe bekend hij of zij ook bij deze mensen was.  Het Jupiler bierflesje dat uiteenspatte toen de stille oom wegging of begroet zou worden…of was het zijn neef ?  Op naar ‘het huis van de dode oom’.  Op zich al titel genoeg voor een roman.  Pracht van een boom in ouderdomsverval voor het huis met enig uitzicht op velden.  Zo leefde men vroeger, huis, waterput, paardenstal, kolenhok, werkateliertje, houtkot, pattatenkot en oud soortige rust vanbinnen door het licht van  de motieven van het gekleurde glas en de prachtige oudbakken tegels.  De man werd heel oud en weigerde een operatie die zijn leven nog met een paar jaar had kunnen verlengen.  Buiten enkele percenten van het huis liet hij mooie herinneringen over de genoegens van het werk op het land aan Roselinde over.  Eén uitspraak die hij betreurde ook, iedereen in ’t dorp was niet beter af met die vliegtuigen boven hun hoofd, zelfs al vielen ze niet of lieten ze niks vallen.  Uitspraak uit eenzaamheid of uit inzicht in het waarom mensen hier levens met mekaar delen of moeten delen…wie zal het zeggen ?

Het dorp op de heuvel die er eigenlijk niet is, heeft iets speciaals. Het herbergt enkele hele oude huizen die je eerder aan het zuiden van Europa doen denken.  De zware stenen lijken wel een hele verre reis te hebben gemaakt om hier nu op dit moment van gisteren die indruk komen te wekken.  De zon scheen en mooie herinneringen kwamen boven.  Nee, de zandman rijdt niet op een moto en heeft geen lederen pak.  Verhalen over onder meer kinderloze mensen en dominostenen die vallen, of je de dingen nu al of niet op een rijtje hebt, ze vallen en overvallen mensen met vragen rond het waarom van het leven.      Elke zijstraatje heeft zijn eigen verhaaltjes en het leven blijft een mysterie van ontelbare waarheden en geheimen en gedeeltelijk onzichtbare informatie.  Niet te veel het hoofd over breken, verder leven, bezorgdheid om vroeger is nutteloos, want al het onopgeloste is in het heden aanwezig en tergt een mens wel op tijd. Dus nog even genieten van de dorpsbezoekers van vroeger, de Zjef gitaar en die van ’t Kliekske die de dochter van de Jean op een pint trakteerde…de klanken ook van achter de bos van een gekend zanger van liederen die de levenspijn bij velen smelten deed of zin in het leven gaf.   Nee, ze is niet het zwart schaap van de familie, men houdt van haar, het buitenbeentje ,dat wel…gewoon nog met herinneringen aan mooie stenen die ze tweeduizend kilometer verder weer opbouwen zou. Men houdt van haar omwille van de kleuren die ze aanheeft en die ze in hun iet wat minder kleurige wereld brengt.  Men heeft haar graag omdat ze durfde te leven volgens haar intuïtie, zelf was men veel voorzichtiger met van tijd tot tijd de wil en de zin tot verandering van huis en mensen en banen te volgen.  Het impliceert immers het risico van deksels op je neus te krijgen en niet meer durven lief te hebben, geen verzekerd inkomen meer te hebben, en veel gekwetste mensen tegen te komen…en op het einde niet meer durven te dromen.  Je kan haar veel aandoen, maar één ding niet, ze opsluiten…want dan gaat het kleine meisje in haar om de zandman roepen.  Ze houdt van eenzaamheid soms, het zijn met je eigen.  Soms zit de zandman in een pint, in woorden van een vriend, in delen met vriendinnen.   Ze zwerft tussen een netwerk van chalets en kamers, mensen uit het verleden duiken via via op, ze wil geven en houdt afstand, ze wil meer zen en zin en houdt zich daarom een beetje in, zoekt de ervaringen van velen in te passen in het verhaal waar ze zelf mee bezig is, opdrachten of toevallen of beiden,  of opdrachten en nooit toevallen, dat zijn vragen die in haar buurt soms spontaan tipjes van antwoorden als vonkjes doen ontstaan. Tot men niets meer wil weten omwille van ‘genoeg ervaren’ en ‘te dichtbij’ de ziel           

Toemaatje:

Je roerde alles tot diep in de kern, schreef het gebald neer, de noodzaak aan geconcentreerde vertaling, raak je niet kwijt. Hoe hoger je bewustzijn van andere mogelijkheden, hoe meer geduld om alternatieven leefbaar te houden, te organiseren. Gedachten groeien vereist naast het spontane, discipline en inzet, gekruid met passie en zelfkritiek, anderen met bewustzijn wapenen, streefdoelen vooropzetten. Het nieuwe dat doorbreekt geeft voldoening, 't einde ervan vaak door de ouderen niet meer meegemaakt. Het totale bewustzijn van overkoepelende kennis, blijft vrijblijvend indien er geen daden op woorden volgen. De synthese van iedere ontgoocheling werpt zijn onverwachte vruchten af en de rijpheid komt met de bereidheid om nieuwe vragen te stellen. Momenten dat je denkt genoeg gegeven te hebben, zijn de voorlopers van nieuwe initiatieven...zelfs al botst onoordeelkundigheid voor een langere periode tegen je op. Je geeft het niet op als andermans passiviteit, onbegrip, verveling, negatieve emoties...blijven steken in geestelijke tering. Daar waar het individualistisch snobisme de eenheidsstructuren van het algemeen belang vergiftigen, daar is welvaart niet ok.

Planetary News 2040 andere Engelse teksten, zie deel zeven    http://hetvoortijdigtestament.skynetblogs.be

My grandson Oliver, aged 24, was reading the international topics.

“Next week, an adjustment to the planetary constitution program will be voted on worldwide. If it is accepted with a majority on a worldwide scale, it will be implemented at the start of next year, 2040.  Since the world has evaluated to a place where everyone is entitled to a job or, a kind of basic income or both, and the ones who are working in production or services areas as well can freely chose in which period they can contribute to society or take some time off for personal development or whatever, and since the new constitution of 2024 has led to a completely other world; WOCOMAS, the world council for managing society after a number of debates in the regional world councils, REWOCO, has decided to finalize the process of the need to have armies.  Since every war has being ended and all layers of humanity work together in harmony to produce what is needed and a place to live and public services are guaranteed, and there is no more hunger or ideological disputes, for 16 years now already;  not a single military bullet was fired, only police forces war armed.  From 2040 onwards the old military structures will only to be used to tackle nature disasters quickly and massively.  The expectation is that people in mass will vote for the final reconversion of their armed military forces.       Some years ago they already voted to end the production of guns and other large scale aggressive products; but now the process was in  his last phase. “

Being nearly 84; there were times in the earliest years of this century and the one before I never would have thought ‘we’ would come this far. The world, by solving it’s economical and bureaucratic problems and financial barriers (the huge influence of speculators of all kind and the law of maximum profit) had completely changed in those perspectives.  Every citizen was in a very telematics way administrated by one of the fifteen projects he belonged to. One is born and the local council project takes the dates from the health project over and automatically informs the other projects : education, work, housing, energy, telematics, transport, environment, agriculture, production, distribution, social security, culture and money.  As one gets older, all the information about someone can be found in one of those 15 projects.  This system had a different view on things.  Money for example, was only used in an administrative way. In the project Telematics worked for example 100 million people, with the difference between income scales being 1 to 3…one could easily on the base of using one WOCU (world currency) calculated how much the total costs of making use of telematics would be, added with other costs. There were no phone bills any more even, because for each customer, the same amount of WOCU digits was taken each month automatically from his or her account.  The same system was used in every other project of society, except for the things one buys in shops.  The entire ministry of Finance of all kind of councils in the world, had a lot more easier job, because in fact each worker paid more or less paid the same taxes…and what was sold in the little shops, a fixed amount was taken in to account automatically. And since workers had a different life style with much more free time as before and jobs that they could easily switch, only small scale and middle scale enterprises were privately owned, the big multinationals, in great numbers had become collectively owned and managed by the whole population, by means of the councils, both on a world and local scale. People again could become farmers if they wanted to, after decades of practically 1per cent working on the land.  Suddenly Oliver said : “so, tell me again when things really changed with this world that was pretty chaotic in your days grandpa Joseph”.

I took a more comfortable seat.  “Well, as I probably told you before, you will often think on occasions you will hear me talk about those matters; it was about the end of the 20th century when ideologies started taking another path. Collectivism was a bit slower than the severe discipline in capitalistic production units…one could not loose one’s job not as easily in the Sovjet Union in those days…but less goods were produced and due to imperialist tensions between the greatest countries, the USSR fall apart.   A lot of people thought it was the end of history; but the war tensions became even greater in and between nations.  There was not only the divide between each new emerging nation, like the Chinese one, who had understood that the way forward was combining it’s one party system with a great deal of collective ownership with individual enterprises and responsibility; there also became a religiously masked movement, politically orientated, with the same imperialistic projects as its rivals.  The age of terrorism and wars, was not what people had hoped for when they celebrated the new 21th century.  Now it was the turn of the capitalistic system to fall apart, after his stage of globalization, when there were to many who believed the neo liberal profits would have no ending and no obstacles to overcome.  The turning point, was the year 2008 when stock markets fell and the value of money and state defaults began to have crisis effects on employment, profits and so on.  More and more wars for oil in fact and more and more places were as soon as elections were held, the results were rejected by as well the ruling layers of bourgeoisie or segments of  the mass of people.  It became more and more different amid social unrest to even form a government that good find a way out of thos difficult international issues.  Finally, the going and acting together of a lot of progressive groups resulted in the demand that people should have the right to have another kind of elections as the one based on the Greek democracy some thousand years ago…more and more the demand to vote by approving a global program first and then in a second round appointing the people responsible on project lists, not party lists, was heard.  Finally the United Nations took control of this new democratic process…and people were paid the same digits for driving a truck in Polen a in Brussels as in Katmandu.  The success of these this kind of democracy grew as hunger and wars were stopped.  A huge campaign to make those changes acceptable and to encourage people to take part in them was put in place by the progressive groups and parties who had started the change; or rather all those kind of different changes who had become necessary.  I myself worked in the department of education.”…to be continued

Er was dus leven na de dood

 

Zo'n tien, twaalf jaar geleden schreef ik de volgende zinnen :

"Er zal vrede komen in het hart van diegene(n) met een eerlijke ziel.   Behoedt de wereld van vernietiging en leidt de mensen naar betere levens. Vergeet nooit dat de wereld onverdeelbaar is.  Er is maar één leven en één wereld, neem verantwoording en leef zo intens mogelijk. Wees licht om te kunnen gidsen. Ga naar de mensen toe en spreek over toekomstige vreugden.   Jouw plaats zal zijn waar jij je vrij zult voelen. Leg hun het verschil tussen de materiële wereld en de spirituele materie uit.  De waarheid is eenvoudig.     Ze verbergt zich in het verleden, leeft in het heden en heeft de toekomst nodig.                                                                                 Waarom vindt men zo weinig vreugde tussen veel mensen ?   Mensen verwonderen zich niet genoeg over wie ze eigenlijk zijn en over wat het leven dat ze leiden eigenlijk betekent.                                                                          Ze zouden meer filosoof dan materialist moeten zijn, ze zouden zich de vraag moeten stellen waarom ze in een wereld van rijkdom en armoede, oorlog en vrede, stress op het werk en werkeloosheid leven.    Maar er zijn andere redenen voor het gebrek aan vreugde...redenen waarover men nog niet kan schrijven en redenen waarover niemand kan schrijven.”

 

"Een poging om via een  kortverhaal in deze 'Allerheiligensfeer' het doodgaan eens literair in de bloemetjes te zetten :

 

Er was dus toch leven na de dood

Het leven van elke dag is een aanvullende bron van inspiratie op alles aan theorie en praktijk waar ik al in elke literaire vorm over schreef. Ik kon ophouden met schrijven en het aan me laten voorbijgaan tot ik het waarom ervan binnen enkele jaren beter snappen zou ...of ik kon er dagelijks een verslag over uitbrengen. Ik dacht na over de structuur van m’n dag en bladerde in m’n werken en m’n verschillende soorten inspiratiemappen met gedachten en boekbesprekingen en sorteerde m’n opnames van TV-momenten en artikels en boeken die ik om hun blijvende waarde de moeite vond. Opdat een eventuele lezer dit zou kunnen volgen moest ik hem of haar eerst een aantal filosofische levenshoudingen overbrengen.

Hoe dit aan te pakken ? Deze levenswijsheden waren deels het resultaat van een kritische studie van de bestaande levenshoudingen en deels gebaseerd op mijn eigen praktische ervaringen te midden allerlei personages die eigenlijk iedereens levenswereld bevolken.

We hebben ze bijna allemaal wel; familie, partners, werkgenoten, vakbondsgenoten, partijgenoten, hobbygenoten, vrienden… . Van al het gebeuren in m’n hoofd, vreesde ik even over te koken, als leek nog verder op mijn stoel blijven zitten wachten tot er iets daagde, gevaarlijk aan een ontoelaatbare grens te raken.

Ik ging buiten in een door de elementen aangetaste houten buitenstoel zitten bekomen.

Ik strompelde terug binnen. Als symbolisch sloot ik de deur.  Er knakte iets in me en ik sloot m’n ogen hier op aarde voor de laatste maal. Onverwacht afscheid, waar ik al zo dikwijls over had gefilosofeerd.    Enkele van de dingen die ik me had voorgesteld, werden werkelijk.

De ervaring zelf was toch heel anders en een beetje te vergelijken met de ervaring die ik eens tijdens de crematie van een oude collega op ’t werk van me had beleefd :

Eerst trok er een soort magnetisme door m'n lichaam beginnend van aan m'n voeten, net alsof het uit de grond kwam. Toen dat m’n hart passeerde vreesde ik echt van ‘oei’, het gaat goed fout met me.

Maar nee, het magnetisme versnelde z’n snelheid en eenmaal in m'n hoofd werd het een zichtbare driehoekige piramide achtige 'lichtdimensie'.  Deze vorm geelachtig licht versnelde en zoefde zoals een fictie-ruimteschip weg in de eindeloze donkere en verlichte ruimten van de... macrokosmos ?

Of was het de microkosmos ? Of een soort onverschillig evenwicht ertussen ?                 in iemand bepaald misschien ? of in de geestelijke wereld als eenheid met ons ?

Waarschijnlijk bevond ik me in de antimaterie die elke soort materie in zich draagt...in de microkosmos...maar die is overal, dus ook in de macrokosmos. Voilà, het mysterie 'God is overal', was daarmee opgelost. ik bevond me dus in de antimaterie van al die elementen die me hadden gevormd, straling zowel als mineralen, gassen enz... In ieder geval,  ER WAS DUS TOCH LEVEN NA DE DOOD.

Bij leven had ik drie te combineren opties rond de dood gehad.  We vielen zeker terug uiteen in de elementen uit dewelke we waren samengesteld ; energieën zoals mineralen, water, lucht en licht- en andere golven met zeker hun eigen vorm van bewustzijn.

Vermits we genetisch met de rest van de biologische wereld verbonden waren…waren we ook in die zin niet dood.  Als derde optie had ik al wel bij leven al vermoed, dat al je bruikbare levenservaringen, die eigenlijk al begonnen via allen die in de genetische aardse boom aan jouw leven voorafgingen, na de aardse dood als een soort bruikbare ,in twee richtingen werkende energie zouden kunnen dienen.

Die energie, zoals de elektronen waaruit ze bestaat, is onvernietigbaar; ze kan alleen van vorm veranderen en dat is wat er vóór en tijdens en na ons leven met ons gebeurd.

Ik ervoer m’n ‘dood’ zijn als een wedergeboren worden in een andere dimensie in het ten volle beseffen dat ‘ik’ en ‘we’ eigenlijk al eeuwig leefden ; reeds ver voor het ontstaan van het eerste atoom en de eerste cel als een bezielde energie...de kern van het goede dat zich altijd opnieuw als een kunstenaar uiten wil. Atoom en cel enzoverder worden wil, terwijl het structuur en samenwerking in de chaos van de afzonderlijke elementen schept. Zelfs als het heelal in één punt verdwijnen zou, zou het toch weer in een ander punt opduiken. Dat andere punt, dat hetzelfde is, het punt midden de cyclus van de acht vorm. Zoals een hart het centrum van de achtvormige bloedsomloop is en een ster het centrum van de macromaterie rondom haar.      Zoals een atoomkern centrum in de microwereld is.

De overgang was net zoiets als het gevoel dat men heeft bij het aanschouwen van het licht dat vanuit de avondschemer en de donkerte van de nacht in een aantal overgangen van lichtgradaties, ‘s morgens terug geboren word.  Net zoals je bij leven en welzijn soms niet weet of er leven na de dood is, weet je wanneer je dood bent ook niet of je nog een lichaam hebt of niet…zeer raar is dat…van het ene ‘onopgeloste’ raadsel duik je dus in feite een ander in. M’n individualiteit begon een reis langs ons collectieve en mijn individuele verleden naar het punt van mijn dood, waar de individualiteit weer in het geheel leek op te gaan en terzelfdertijd er toch nog apart naast bestond. Het ging allemaal wel snel, maar op aarde zou ik vele miljoenen pagina’s nodig gehad hebben om het te beschrijven. Die reis van het atoom naar de cel en de samenleving van nu, doorheen een schets van de menselijke geschiedenis; was eigenlijk een beetje zoals bladeren in een encyclopedie...maar dan op een nog vernuftiger manier dan 'digitaal'.   De boodschap en inhoud van de reis was een beetje te vergelijken met een encyclopedie van A tot Z over alles, vanuit alle standpunten bekeken.      Misschien was die beleving recht evenredig met de moeite die ik mezelf had gedaan om zoveel mogelijk voor de mensheid bruikbare kennis op te doen.

Het was alsof de geestenwereld een soort internet-achtig geheel was, samengesteld uit de verschillende geaardheden van alle tot nu toe geleefde levens. Ieder soort leven was een 'homepage' eigenlijk...met vertakkingen naar al diegenen die binnen het aardse verhaal in verbinding met mekaar hadden gestaan.        'Hadden gestaan...' of 'stonden'...het was me nog niet duidelijk.

Het leek er sterk op dat hoe beter het werd om op aarde te leven, des te mooier de symboliek waartussen de 'heen gegane' leefden, werd.   Was dat soms de drijfveer van de interactie ?

Toen ik op een zeker punt NU, na het panoramische overzicht op mijn en ons aardse verleden aangekomen was, drongen de nieuwe wetmatigheden van mijn nieuwe vorm van bestaan tot me door. Ik werd er niet alleen sprakeloos van, ik ‘was’ ook sprakeloos, toen ik besefte op welke manier ik mij voortaan alleen maar naar de nog niet gestorvenen ‘uitdrukken’ kon. Er was ook het besef dat zij mijn energie konden gebruiken en ik hun ook nog…maar alleen op symbolische, intuïtieve wijze, via gedachten, beelden en dromen en gebeurtenissen…een soort pure inspiratie in feite.

Ik was niet alleen sprakeloos, ook ‘zien’ deed ik niet meer omdat ik zelf voor een stuk licht en lucht en van alles meer was…zonder juist te weten wat, zoals je tijdens je aardse leven toch ook je ingewanden niet kan zien en alleen via een spiegel ‘je verschijning' kan ‘zien’.

Toch dacht ik nog veel meer in zichtbare ‘beelden’ zoals je bij leven in je hoofd ook beelden’ kan zien, waarvan sommige wetenschappers zeggen dat ze er niet zijn.     Ik voelde ook sterker dan ooit de goede inborst die ik altijd bij me had gehad.  Ik ‘hoorde’ ook niet meer en toch wist ik eigenlijk niet of ik nog kon horen, want zoals iets dat gezegd wordt ook nog lang erna in je hoofd kan ‘doorklinken’, zo hoorde ik op die manier dan toch nog.

Ik vroeg me af of een stem ook geen gedachte was.    Zelfs een gedachte leek een gevoel.

Bij ‘dood zijn’ leek meer de nadruk op het ‘aanvoelen’ te liggen.    Het aanvoelen van diegenen met wie je in het leven verbonden was. Niet het letterlijke aanvoelen, maar het mekaar in de geest ‘raken’…zoals de verhouding ouder-kind of man-vrouw of vrienden en werkgenoten onder mekaar.       Het werd me meer nog dan tijdens m’n leven duidelijk, dat al het gene je als bewustzijn en daden op aarde opstapelt ;al die positieve en negatieve dingen die op mekaar inspelen ; al reeds terzelfdertijd als een energie aan de andere kant als een puzzel ineen gelegd worden. Het uiteindelijk ‘aanzicht’ ervan geeft je het beeld van de stand van zaken van ‘zelfkennis’ die je hebt bereikt bij je dood.    We kunnen eens 'ontbiologied' alleen nog de intensiteit aanvoelen van wie we zijn.

Je aardse, op positieve en negatieve emoties gebaseerde ‘ziel’ die het beneden schijnbaar voor het zeggen heeft, laat al in het aardse leven stukjes ‘geestelijke informatie’ ontsnappen. Je uiteindelijke dood is het geheel van informatie dat je aangeboden wordt. Pas als je dat ginder allemaal door hebt, krijg je een soort geestelijk orgasme dat je in staat stelt te beseffen dat je aan de andere zijde niet alleen bent en dat er ook met andere geesten kan worden gecommuniceerd…net zoals je tijdens je aardse leven soms anderen nodig hebt om volledig te zijn.

Net zoals een kind dat geboren wordt ineens ‘omgeven’ is met wezens waarmee het een andere soort intensiteit heeft qua contact. Niet meer de vreemde geluiden van vroeger. Hiervan zouden mensen die in de klassieke reïncarnatie geloven zeggen dat dat nu net de overgang van het ene leven naar het andere is, al geloven ze ook dat de ziel pas in het lichaam komt van bij de geboorte als de navelstreng verbreekt. (zondag 24april2011pasen).

         Net zoals je dat allemaal op sommige heldere momenten van je leven ook beseffen kan en dat besef dan tijdelijk verdwijnt omdat de gebeurtenissen bijna nooit stilstaan.

Er zijn zelfs momenten waar je je als geest, net als op aarde op je eigen terugtrekken kan…dat zijn dan de momenten, waarop je eigenlijk zoals tijdens je aardse leven, nog het meest verbonden met alles en iedereen bent. Net zoals op aarde is het leven na de dood niet allemaal rozengeur en maneschijn, het proces van bewustzijnsverhoging dat al begon bij de aardse reis van voor het atoom naar de cel, het organisme, het dier en de mens en z'n samenlevingen…dat proces gaat gewoon verder na de dood.

Het hangt van je aardse verdiensten af in hoeverre je gewapend bent om het proces van bewustzijnsverruiming na je dood, verder te kunnen zetten. Ook je rol in de hiërarchie van het hiernamaals bepaal je al tijdens je leven.  Jullie ‘nog levenden’ zouden verbaast staan van wie wat hier in deze wereld na jullie wereld vertegenwoordigt. Indien men het mij toestaat om mee te delen, later meer daarover, maar ik heb het gevoel van niet. Om dat allemaal te kunnen uitleggen moet ik terug naar de puzzel van m’n zelfkennis die ik tijdens m’n leven aanlegde.

 

ER WAS EEN REDEN WAAROM IK HAD GELEEFD EN NOG LEEFDE

 

Ik 'keek' naar de plaatsen op de wereld die ik had verlaten en 'zag' de groei en oogsten op de velden naast de wegen waarlangs ik had geleefd of gereisd.              Ik zag de auto’s op de wegen en de rook uit fabrieken en huizen. Ik zag de dieren, maar de mensen zag ik niet. Misschien was ik in de mensen en kon ik ze daarom niet zien. Heel vreemd in ‘t begin. Mijn kennissen leefden alleen nog in m’n herinneringen…ik kon ze alleen maar in m’n herinneringen zien, wat eigenlijk toch meer een hulp in m’n invoelingsvermogen, dan een minpunt was. Het versterkte het gevoel van afzondering dat ik leek nodig te hebben om me beter te concentreren op het observeren van de redenen waarom ik had geleefd.

De hoofdreden van m’n bestaan was het doorgeven van de tekst die ik vlak voor m’n dood geschreven had. Ik had namelijk vlak voor m’n dood een inleiding tot het schrijven van een ultieme roman die ik echt voltooien wou, geschreven. Ik had de inleiding ‘mijn inspiratiemappen’ genoemd.

Al zagen de heen gegane ‘de nog levenden’ niet meer bezig, ze wisten wat er in die andere wereld gaande was. Zoals de levenden soms bezig waren met de vraag naar het leven na hun dood, zo waren wij, de ‘heen gegane’ nog altijd bezig met de vraag naar wat er na ons nieuw leven na de dood, ons nog als ‘daarna maals’ te wachten stond. Ook de energievorm van de 'heengegane' was niet voor 'eeuwig' en ook hun energie moest ooit nog eens naar een andere overgaan. Kwalitatief hadden we ons eigenlijk ‘verbeterd’, daar we tussen ons, ‘heen gegane’ voornamelijk communiceerden met mensen die tijdens hun aardse leven met dezelfde dingen bezig geweest waren. Het was frappant hoe ieder dat op zijn manier had willen doen.

Diegenen die bijvoorbeeld als boeren bezorgd om land -en tuinbouw waren geweest kregen energie van hen die er op aarde graag mee bezig waren en omgekeerd.

De communicatie tussen hen, kwam erop neer dat het systeem als een soort verbonden vaten werkte.  De hebzucht van een kleine minderheid op aarde belette vaak dat de energietoevoer in beide richtingen doorstroomde.  Dan gingen de ‘afgevaardigde’ van de boeren in het hiernamaals bij wijze van spreken ‘aankloppen’ bij de rechtvaardigen die destijds de wereld willen verbeteren hadden.

Dan vertelden die rechtvaardigen dan weer over hun problemen, en die uitwisseling alleen al was voldoende om beneden en boven toch weer wat energie te genereren om toch weer een aantal hoopgevende gebeurtenissen te ontwikkelen. Evenredig groot was dan de pijn van die gezaghebbers of hun collaborateurs die die blokkades destijds hadden veroorzaakt.

Bij deze zijn dus de huidig levende creaturen op aarde verwittigd. Doe er iets aan of anderen zullen er iets aan doen…en in de hiernamaalswereld is het pijnlijke deel van het bestaan van de gewone doorsnee sterveling veel vlugger geheeld.      Alleen zij die overwegend goede bedoelingen hebben gehad, worden niet lang met persoonlijk nog te verwerken pijn geconfronteerd. Zij ook die op aarde zo aan hun eigen zelfkennis en eventuele heling hebben gewerkt en daardoor zoveel goede golven produceerden dat de heling van anderen mogelijk werd…kunnen nog aanvoelen hoe het met de mensen en dingen beneden gaat…zonder rechtstreeks kunnen in te grijpen...en zonder er pijn van te hebben. Ze kunnen alleen een soort inspiratie en raad aandragen die door de eigenlijke ‘antennes’, die ook de op aarde levende mensen zijn, zou moeten kunnen worden begrepen.   Vele negatieve emoties verhinderen dat proces echter. Zowel heen gegane als de klassiek levenden hebben één groot werktuig dat individuen van beide groepen meer of minder goed kunnen gebruiken : de vrijheid van handelen.    Deze vrijheid van handelen is een totaalproduct van al de situaties waarin ze werd gebruikt en kan om bijna onbeschrijfelijke, bijna onnavolgbare redenen soms voor bepaalde bijna niet te vatten redenen tijdelijk 'geblokkeerd' worden voor beide groepen of hun individuele 'bestanddelen'. (Genetische en andere verwanten 15/08/2014, begrijpen wie kan)

 

het is dan ook SOMS beter niet te handelen, en in een positief onverschillig evenwicht te blijven 

 

Het hiernamaals waarin wij functioneren, kan ons alleen maar doen ‘filosoferen’ over nog een ander ‘daarna maals’, omdat er van tijd tot tijd onder de ‘heen gegane’ die wij kennen ook geesten zijn die er ineens ‘niet meer zijn’; alhoewel we hun aanwezigheid nog op andere manieren kunnen aanvoelen.

Net zoals op aarde zitten we eigenlijk voortdurend in een tussenstadium, dat je net zoals tijdens je aardse leven kan onderverdelen in een aantal stadiums van immer voortdurende ontwikkeling.

Weer blijkt mij dus glashelder wat ik al tijdens mijn aards leven heb ervaren Alles is één en verbonden, maar er zijn voortdurend tussenschakels, zoals er maar één kleur van licht is, maar zeven hoofdkleuren en een groot gamma vermengingen. Net zoals vanuit de stilte zeven klanken ontstaan, waarmee je de mooiste muziek en woorden componeren kan.  Net zoals de gedachte, het gevoel en de inspiratie op zijn minst zeven schakeringen van literaire expressie kunnen laten ontstaan.  Van kreten tot praktisch gebruik van woorden, proza, poëzie, essays, filosofie of een leeg blad toe.  Net zoals je iemands huid op verschillende manieren aanraken kan, van ruw tot heel diep masserend of heel traag en zacht. Vreemd dat we dat lichamelijke eigenlijk uitzonderlijk misten… waren we er nog mee verbonden ?    Konden we deze drang in het genetisch bewustzijn van levenden opwekken ?        Wilde de niet meer klassiek levende individuen langs de geslachtscellen terug in de onafgewerkte verhalen van de levenden komen ? Was dat mogelijk ?(24/4/2011)

Hoelang zou zo’n toestand voor elk van ons afzonderlijk blijven duren ?          Bestond tijd misschien alleen voor hen die zich niet goed in hun vel voelden...nog veel blijven zoeken voor de boeg hadden ?

Bleef het zoeken van het waarom van alles ook niet voortduren ?

Het uitzien naar de volgende fase in onze ontwikkeling was dus een nieuw soort raadsel voor ons. Ik persoonlijk geloofde niet als een aantal anderen dat we weer gingen verdichten en na het ‘verdwijnen’ uit het hiernamaals weer in een soort aardse lichamelijke werkelijkheid zouden terechtkomen. Ik hield het meer op gissen naar de richtingen die onze geestelijke groei nog kon uitgaan en naar de manier waarop we onze genetische stamboom van alle rassen daar beneden zo goed mogelijk konden duidelijk maken dat ze hun eigen moesten leren behelpen en ontwikkelen om het hierboven makkelijker te hebben...en ook om het ons makkelijker te maken. Ik had niet veel heimwee naar het beneden, naar het lichamelijke zielenleven, dat het embryo van de geest was, en ook weinig verlangen naar dat waar m’n hiernamaalsvrienden over filosofeerden, het verlangen om terug in verdichte vorm onder aardse omstandigheden te leven. Misschien zou ik het gewoon niet of voorlopig niet weten of zij ooit naar het 'daarna maals' overgingen of weer, zoals ze hoopten 'reïncarneren' zouden. Dat ze dat reïncarneren maar aan de genetica beneden overlaten. Het was net of ik al genoeg voldoening had aan het feit de positieve aardse ontwikkelingen nog kunnen mee te beleven. Ik liet hen alleen al door m’n aanwezigheid merken (want zo communiceren we daar) , dat ik hun verlangen naar een soort lichamelijke 'wederkeren' een romantische beschouwing vond.

Je kon toch niet terug in de tijd reizen in de zuivere materie, in de antimaterie wel, want we hadden toch nog altijd onze ‘herinneringen’, waardoor we konden ‘terug  golven’ in de tijd…en we zaten toch nog voor een stuk in de lucht en het licht en de mineralen tussen de levenden. Althans ik dacht dat die ervaring voor elk van m’n hiernamaalsgenoten met dezelfde energieën zo was.    Op aarde kon je in ruimte terugkeren, maar niet in tijd; dat konden alleen de ziel en later de geest via hun herinneringen…een ziel die voor een stuk lichamelijk was…want anders zouden de levenden geen herinneringen kunnen hebben. Aangezien wij, geesten deel uitmaakten van het licht en de lucht en de golven, misschien zelfs van de voedselketen, hadden we op die manier een invloed op het zielenleven van de biologisch levenden. Sommige van m'n geestvrienden dachten zelfs aan terugkomen door via het genetisch materiaal weer voor een stuk een aards leven te beginnen. Romantische dromers ! Volgens mij overlapten de ziel -en geesteswereld mekaar gewoon.

Er moest dus zowel tussen de levende als de hiernamaals-en daarna- maals wereld voortdurend een soort verbinding zijn; net zoals verleden en heden en toekomst al eeuwig resulteren in de dialectiek van these-antithese en synthese.   Stelling, tegenstelling, samenstelling

Had een deel van m'n 'hiernamaalsgenoten' hun leven als te louter verstandelijk ingestelde filosofen doorgebracht en wisten ze eigenlijk veel over het niet intellectueel ingestelde volk daar beneden? Hadden ze misschien daarom het gevoel en de nood om opnieuw aan een biologisch leven te beginnen.     Als boer of bandwerker...of als 'bedrogen' man of vrouw indien ze bijvoorbeeld andere beweegredenen zouden hebben om terug te gaan. Kon de kern van hun geest, hun kerngeest nog deel uitmaken van een samengestelde ziel bij de levenden of toekomstige levenden ?”(15/08/2014olvhemelvaart)                                        

Ik probeerde hen ervan te overtuigen dat het hen niet zou lukken en vroeg om inspiratie aan de schrijver daar beneden op wie ik m'n hoop had gesteld. Inspiratie bleek immers iets dat in beide richtingen werkte. Die schrijver was ook ik NU, want een stuk van mezelf werd al geest –zie ervaringen met kleurenenergie(15/8/2014°)

Hebben jullie je eigenlijk al afgevraagd wat jullie hier eigenlijk dan nog doen ?”, was mijn tegengolf. Waarom zitten jullie eigenlijk nog niet in het ‘daarna-maals ?        We zijn tenslotte toch 2003 'zielentijd' en ik ben al geest sinds 1979 ” Tijdens het ‘golven’ van die gedachte begreep ik ineens wat Albert Einstein bij leven ook al van zijn eigen theorieën niet begreep, toen hij ze voor het eerst als ziel aan papier toevertrouwde.

In 't aardse leven moest ik er altijd voor zorgen dat ik m’n teksten niet kwijtraakte, hier kwamen ze zoals iets dat je gewoon op ‘t internet opvraagt in m’n geest boven golven. Niet iedereen kon van dergelijke ‘hierna maals’ natuurwetten gebruik maken. In de hiernamaals ‘aanwezigheden’ met minder bewustzijnsgolven waren er afgestorvenen die in vergelijking met het onze een eerder onderbewust bestaan leidden met weinig interactie tussen het aardse en hiernamaals bestaan.               Ze hadden geen afstand van hun aardse beslommeringen kunnen nemen en hadden in hun aardse bestaan ook geen duidelijk zicht ontwikkeld op de hun dominerende emoties en structuren die hen bleven gevangen houden.  Dat konden evengoed eenvoudige ongeletterden als intellectuele mensen zijn; mensen met een gewoon beroep konden evengoed in de bovenste golven van bewustzijn zitten, terwijl evengoed terzelfdertijd een deel van de mensen met hoge aardse status en macht de minst energierijke golvenreeksen bevolkten.

Ik wist dat het gewoon allemaal te maken had met de intensiteit aan goede wil waarmee je willen leven had. Een ander voorbeeld misschien.    Een aantal zelfmoordenaars die een teveel aan goede wil en goedheid getoond hadden en daarin door het machtsstreven van anderen op aarde, verstrikt waren geraakt…kon je wel op kwalitatief redelijk intensieve golven vinden.  Ook zij die uit overgevoeligheid in een plotse vlaag zelfdestructief eindigden, alhoewel ze veel positieve ingesteldheid bij leven hadden betoond.

Het merendeel echter, stond nog een lang helingsproces te wachten om uit hun te ego-gerichte klaagcultuur te raken. Ze zagen hun onvolkomenheden wel en heelden daardoor geleidelijk, maar een echte uitweg naar meer bewustzijn kon alleen beginnen als ze zelf bij hogere bewustzijnsgolven te rade gingen. Meestal kwamen de meesten zo ver niet.

Bij de zelfmoordenaars werden in het hiernamaals ook diegenen gerekend die zich langzaam zieker en zieker hadden gemaakt door het niet afstand nemen van de ‘energieaftappers’ uit hun omgeving of het niet afrekenen met de negatieve emoties in henzelf.

Energie ‘aftappen’ is een hiernamaals term voor de 'nog-niet-heen gegane' die het op voortdurende basis via de kracht van emotioneel sterken ‘voortsukkelen’ omschrijft. Wij proberen van hieruit soms wel het 'teveel' aan energie bij de enen intuïtief naar diegenen met een 'tekort' te leiden, maar als de 'nood hebbende' niet zelf vanuit eigen kracht begint te denken, voelen en handelen... blijkt dat vaak een nutteloos ingrijpen van ons te zijn. Tegen de tijd dat we echt door hebben dat nog verder intuïtie sturen geen zin heeft omdat het niet op de levenslijn van de betrokkenen op aarde ligt... neemt die hun leven dan toch onverwacht en ook onverklaarbaar voor ons, een nieuwe wending. Maar gewoon in het dagelijkse leven is het al voldoende dat iemand letterlijk het licht en de lucht opzoekt en gaat wandelen om zijn of haar bedroefde ziel met 'ons' in onze nieuwe vorm te verblijden...we hebben zelf een connectie naar planten en bomen toe...dus rieken maar.  Emotioneel sterken zoeken in mindere perioden de aanwezigheid van andere ‘sterken’, willen ze in hun sterkte kunnen blijven. Het is natuurlijk gemakkelijker voor de sterken als de zwakkeren zelf naar andere 'sterkeren ?' ‘wegvluchten’.  Meestal ligt de opgave van de 'sterkere' wel in het assisteren van mensen met een geblokkeerde groei. Ook wij verstaan het waarom en waarom niet daarvan ook niet altijd.

Energie uitwisselen is dus een voor beide partijen biologisch en spiritueel een gezond proces.

Energie uitwisselen begint met een zo breed mogelijke kennis willen op te doen, begint met door ervaringen durven te gaan en je eigen mogelijkheden en beperkingen in te zien...aan beide kanten van het bestaan.                                 Letterlijk op aarde en in de lucht.

Energie uitwisselen neemt vorm aan door het uiten van woorden, door evoluerende gedachten, door durven te handelen, door hoop en geloof in het mooie en het goede... door creatie.

In het hiernamaals hebben de meest bekwame energie uitwisselaars het voordeel dat ze zelf niet meer naar de energie van de aftappers moeten afdalen.                   

Ze kunnen alleen nog raad geven, geen hulp meer.

Het werd me duidelijk dat de drie bestaansdimensies ‘hier’, ‘hiernamaals’ en ‘daarna-maals’ allemaal tegelijk bestonden in dezelfde ruimten als verleden, heden en toekomst…maar in een andere dimensie. Want :

Wie was er eigenlijk genetisch aan mij voorafgegaan en nagekomen ?           Iedereen biologisch levend of 'spiritueel'. Als je ver genoeg teruggaat zijn we allemaal familie. De heengegane zwierven misschien uitsluitend rond in de antimaterie van de golven, het lucht en het licht of de mineralen van onze aarde. Dus via de elementen en het bloed kwamen ze tot in de lijven en genen van die anderen, de levenden…naar daar waar ze misschien via de dirigerende krachten van het ‘daarna maals’ gestuurd werden. Misschien waren wij 'hiernamaalsers' gewoon een tussenschakel met het 'daarna-maals' .

Je hebt ergens nog iets goed te maken…of aan iemand te leren…voilà…naar daar, in die ziel mag je op een niet ingrijpende manier die ervaringen meemaken, je kan alleen energie geven onder de vorm van raad…als de overdenking of de wens of de handeling van de levende zelf komt.

De levende zelf heeft het volle beslissingsrecht over zijn handelingen.

De intuïtie die hij of zij uit een hogere dimensie binnenkrijgt moet altijd van de dimensie ‘beneden' (de klassieke ‘levenden’) vertrekken.                                           Je moet 'kracht' durven vragen, en als je ze krijgt was het 'energetisch tijdstip' hiervoor juist. Klinkt moeilijk, maar een aantal mensen weten dit zonder deze uitleg ook al wel.

 

DE DRIE DIMMENSIES WAREN ALLEN BINNEN DEZELFDE TIJD EN RUIMTE AANWEZIG

Hoe meer angst en onwetendheid er onder de levenden was, hoe meer ze vatbaar waren voor de negatieve invloed van andere levenden… . Het was alleen mogelijk van ‘raad’ te geven telkens een oprecht iemand er nood aan had. Zo iemand moest dan wel al zo ‘wijs’ geworden zijn dat hij of zij de taal van de reeds ‘geest’ geworden mensen al voldoende verstond. In het oude religieuze jargon noemde men die raad ‘engelbewaarders’. Iedereen deed ervaringen op en leefde in de richting van z’n dood, zonder te weten dat het goede gedeelte van het ‘na-de-dood’ hier ook op aarde op geestelijke manier aanwezig was.

 

De kwade bedoelingen van afgestorvenen konden gewoon niet aanwezig zijn maar waren alleen genetisch gebonden aanwezig in de van generatie op generatie doorgegeven negatieve emoties. Hetzelfde geldt en gold ook voor de positieve emoties...met dit verschil dat de positieve bedoelingen van afgestorven, wel, buiten het genetisch gebondene om aanwezig konden zijn.

De kwade bedoelingen gingen dan ook niet mee naar de overkant.   Ze bleven beneden destructief werken. Hoe meer mensen ‘beneden’ meer ‘menselijk’ dan ‘dierlijk’ reageerden…hoe meer de geestelijke krachten in hen hun werk konden doen. De zin van het leven was eigenlijk dat iedereen hier beneden ‘sterk’ moest worden om na zijn aardse dood nog als ‘goede raadgever’ kunnen te functioneren.  In een bepaalde zin lag alles dan eigenlijk ook voor iedereen min of meer vast, daar het altijd uit het vorige voortvloeide. Dat is de verklaring van het waarom dat sommige mensen beter dan anderen hun 'levenslijn' aanvoelen kunnen. Een goede hiernamaalsraadgever wordt je als je kan bijdragen aan het aanbrengen van koers wijzigende energie…beter mogelijk als de nog klassiek levende er voor openstaat en een aantal mensen uit iemands omgeving er voor kan worden ingeschakeld (15/08/2014)

Teneinde de biologisch-levenden nog van nut te kunnen zijn, moest je de waarheid over het leven en je eigen leven ontdekt hebben; zo niet keerde je alleen terug naar het zuivere bewustzijn van de elementen op zich…of bleef je in het negatieve deel van het genetisch bewustzijn gevangen…of moest je doorheen een soort emotionele helende kuur in het hiernamaals…een kuur die de’ hierna maalsers‘ met meer wijsheid en geest niet meer belastte.

De ideale kombinatie was een levende die zijn ‘geest’ of ‘geesten’ volledig begreep. Zo iemand was een talent aan inzicht die een breed gamma aan intuïtie kon interpreteren en verstrekken aan mensen en organisaties.  Eigenlijk wachten we dus allen onze dood af om in het hiernamaals en hier nog een beter begeleider te worden dan we het hier al waren.

Al het positieve en het inzicht in het negatieve, dat we tijdens onze aardse levens niet aan anderen konden overbrengen wordt in het hiernamaals voor iedereen duidelijk en is een onderdeel van het nooit eindigende helingsproces dat tot eeuwig bewustzijn leidt.

 

DE UITEINDELIJKE BEDOELING VAN DIT LEVEN was, is en zal worden VAN ZICH VOOR TE BEREIDEN OP WAT ER NA DE DOOD KOMT, EN DIT DOOR IN DIT LEVEN TE WERKEN AAN KENNIS EN ZELFKENNIS…en DAARDOOR OP ALLERLEI MANIEREN BIJ TE DRAGEN AAN EEN KWALITATIEVE VERBETERING VAN DE LEVENSVOORWAARDEN OP AARDE. Het leven kon niet alleen genetisch, maar ook via de oude natuurelementen doorgegeven worden onder de vorm van energie…indien het daartoe de kracht toe verworven had. Belangrijk bij dit alles was te beseffen dat je altijd nog opgenomen kon zijn in de dimensie die je verlaten had…niet alleen genetisch maar ook in de natuurelementen waarin je uiteengevallen was.

Zelfs verleden, heden en toekomst was één en voor sommigen in hoge mate op voorhand aanvoelbaar.

 

Ik kon dit vanuit m’n nieuwe aanvoelen doorgeven aan een schrijver, die net als ik intensief met deze dingen des levens bezig was. Ik kon zijn zoektocht helpen afronden….en bewees hem via zijn eigen geschrijf, dat alleen het goede, de bron van alles, ‘terugkeren’ kon….want ik wist dat hij nog altijd ‘bewijzen’ nodig had.       Hij wist via de wetenschap om, dat het niets niet kon bestaan, want dat wat ’niets’ dreigde te worden; kleiner of gelijk aan nul dus: ontplofte…iets zonder inhoud had geen zin…kon niet meer bestaan bij de overgang naar iets anders.

Hij wist dat de elektronen de onvernietigbare eeuwige bouwstenen van alles waren. Hij wist veel over de elementen en het elektronenspel van de proton-geladen atoomkernen of hun neutrontoestand van onverschillig evenwicht. In zijn verstandelijk bewustzijn reikte ik hem via via de symbolische of zakelijke informatie aan die hij nodig had voor de gelijkenissen met de gebeurtenissen in de mensenwereld rondom hem. Hij was enorm benieuwd naar de dingen die ik hem op allerlei manieren duidelijk maakte, zonder dat hij zich daar altijd bewust van was (24/4/2011)

Hij vermoedde zelfs welke figuren ik hem in zijn leven deed tegenkomen om die en die ervaringen op te doen of dat of dat boek voor hem te kopen…en zo verder.     Ook ik zocht eens naar het antwoord op de vraag waar ik hetgeen ik zelf niet wist vandaan haalde…vanuit mijn’ daarna maals’ .

Zijn bewustzijn bloeide nog meer open toen hij besefte dat bij elke ontbinding in om het even welke evolutiefase (fysica, chemie, atoom, cel…)het bewustzijn  van die elementen zich via hun elektronen naar de nog niet -ontbonden, nog niet afgestorven elementen en hun combinaties verplaatst…OPDAT DE WIJSHEID VAN DIE KOMBINATIES EN DE AFZONDERLIJKE ELEMENTEN NIET VERLOREN ZOU GAAN…KAN GAAN. Alleen de manier waarop dit op persoonlijke en collectieve vlakken zich beetje bij beetje of ineens realiseert , was niet altijd na te gaan.

FYSICA EN CHEMIE WERDEN BIOLOGIE OMDAT DE GRONDWET VAN HET BESTAAN DE EVOLUTIE NAAR MEER EN MEER BEWUSTZIJN IS. De eerste cellen ‘stierven’(ontbonden) zonder zich kunnen voort te planten.

Het bewustzijn van die afgestorven cellen kwam als een soort andere energie op ‘bezoek’ bij de volgende cellen die nog geproduceerd werden via de ‘navelstreng’ die hen met de natuur verbond, toen ze nog geen zich onafhankelijk bewegende organismen gevormd hadden.

Het bezoek had een ‘raadgevende’ soort leidende functie dat leidde tot het DELINGSPROCES van de cel; waardoor organismen op termijn meer zelfstandig konden bestaan en hun bewustzijn zichzelf boven dat van de gewone elementen uittilde, verrijkte. DE OERLES DIE DE NATUUR ONS GAF WAS SIMPEL …om te kunnen overleven moest je DELEN

De stap van dier naar mens en van mens naar meer en meer mens; was ook de evolutie van beschouwelijk naar boven beschouwelijk.

Mensen gingen allerlei soorten relaties met mekaar aan.

Eerst in hun stam, dan in hun dorp, later in hun stad. Op een dorpskerkhof kan je zien dat het 'zijn'  veel combinaties uitprobeert om via het spel van aantrekking en afstoting, van tegengesteld en gelijkgezind tot een soort 'filtering' van het verleden door het heden te komen.

Armoede, oorlogen en natuurrampen hebben dit willen 'zijn' van het 'zijn' om verklaarbare en onverklaarbare redenen doorkruist...en hoeven dat niet blijven te doen. Daar moeten we ons bewust van worden.

In zijn schriften had de schrijver tal van aantekeningen over voorvallen en paralellen opgetekend. Er zaten wel tal van voorbeelden in die, wat hij met 'bijzondere energie' bedoelde, illustreerden, maar het zou zijn krachten te boven gaan indien hij dit soort zaken die hij de voorbije tien jaar genoteerd had, weer opdiepen moest.            Misschien kon hij er nu, dag na dag, verslag over uitbrengen; niet meer in de korte notitievorm waar hij alleen aan uit kon, maar in een meer verhalende vorm. Eén dag alleen al bestond uit duizenden details.

Elk verhaal dat hij schreef, zou, indien je er zou op in zoemen bijna oneindig veel micro-vertakkingen hebben, zodat het beschrijven van de banden met het oneindige macro-geheel onmogelijk worden zou. Een Ierse schrijver had de dag van gisteren, een honderd jaar geleden, zestien juni 1904 eens in één boek 'samengevat'. Honderd jaar later nam de schrijver die dag gisteren de hele dag door notities over wat zijn hogere dimensiewereld  hem ingaf. Hij ging iets met zijn werk doen.         'Wij', verplichten hem daar niet toe...en gaven hem langs gebeurtenissen en gedachten om, enkele 'verkeersborden' op zijn reis mee.

Hij had ondertussen een hecht geloof dat alles waar hij mee zat z'n eigen wel uitwijzen zou. Meer en meer spitste zijn zoektocht naar de zin van het leven zich toe op de relatie met de dood. Zou hij z'n visie niet eerder moeten vereenvoudigen dan ze gecompliceerder te maken ? Je had enerzijds de genetisch-biologische link en anderzijds de link met de natuurelementen waar we in uiteenvallen.    Waar waren de doden naartoe...?

'Simpel toch', had hij gisteren na een reeks onnavolgbare notities besloten. Ze zijn niet méér meer dan de biologische vertakkingen waaruit ze zelf voortkwamen en waarvan er nog meer dan vijf miljard leven én ook licht en lucht en de vele soorten golven en mineralen waarin ze uiteenvielen. Misschien is er wel helemaal geen link meer met hun bewustzijn zoals zij dat hadden, en is het bewustzijn van de natuurelementen op zich vele malen sterker dan welk bewustzijn je ook in de klassieke vorm van leven aan wijsheid vergaren kan.

De 'stilte' was de taal van de 'engelen'. Het 'geluid' kwam van de levenden uit.

Eigenlijk was er niets dood, want de doden waren weer helemaal natuur geworden en de natuur leeft ook. Geen wonder dat de schrijver zich te midden van landschappen en stilte zo 'kort' bij alles voelde. De 'stemmen' in het hoofd van de schrijver, waren niet alleen zijn 'gedachten'...maar misschien ook hun stemmen onderling of één van hun stemmen die zomaar wat aan hem doorgaf. Waren zij eigenlijk niet de dirigenten van het aardse gebeuren, een soort 'bruggen' die voortdurend berekenden wat vanuit een bepaalde benarde of amusante situatie beneden, gezien de omstandigheden, de 'voorlopig beste' uitweg of oplossing was ? Het waren zij, zijn 'stemmen' die hem het lijden en de vreugde lieten ervaren om te kunnen praten met mensen die ergens op een bepaald deel of op het geheel van hun leven 'in nood', 'lijdend' waren of aangename dingen te delen hadden.

Het waren die 'stemmen', die ontmoetingen voorbereiden en lieten gebeuren en weer afspringen. Ze leefden in een totaal andere wereld...die geesten. Voor hen was een 'binnenkoer' met vier muren geen gewone koer...maar een woning zonder dak.       Bij alles wat ze deden, dachten ze in symboliek. Eén lijdende mens, vertegenwoordigde voor hen de lijdende mensheid.

Eén gelukkige mens, de totale vreugde.

Voortdurend bouwde de andere wereld ook 'spanningen' tussen mensen op.

Die spanningen moesten dan tot ontladingen leiden die hun lijden op termijn 'overbodig' maakten. Wat de ene generatie niet overwint moet de andere doen opklaren.

Dat was dan wel wat anders dan de medische wereld die het lijden wel voor een stuk wegnemen kon, maar toch de lijven van voornamelijk de ouden van dagen zo commercialiseerde dat het lijden tot aan de dood geld opbracht. Hoewel het psychische lijden met het fysieke lijden verbonden is, kan een psychische (soms fysische) ontlading van spanningen tussen mensen blijvend heil voor alle betrokken partijen meebrengen.

De dingen zijn dan eindelijk eens gezegd zoals ze gevoeld worden. Diegene die de andere 'gebruikte' of 'benadeelde' blijft achter met de confrontatie met de 'waarheid', de andere zou er versterkt moeten uitkomen indien hij zich niet aan de door 'de op zijn plaats gezette' gelanceerde 'schuldgevoelens' vangen laat. Er hoeven daarom nog geen woorden te worden uitgesproken of mimiek te worden geanalyseerd...het hele proces 'hangt' in de lucht...alhoewel het de daden en woorden zijn die het laten ontploffen.

'Die stemmen toch, die stemmen toch', dacht de schrijver. Negatieve stemmen van zij die er niet meer waren, waren alleen een gevolg van daden uit het verleden. Alleen het positieve van zij die waren heengegaan kon nog doorkomen. Hadden de ‘hierna -maalers’  zelf alleen nog last van het negatieve van de gestorvenen...niet echt last als ze hier maar wijs genoeg geworden waren misschien ?  Om niet gek te worden besloot hij alle gebeuren maar als één eenheid te zien.  Die andere wereld moest gewoon ook van materie zijn...maar een materie van een andere soort. Misschien waren 'vuur' of andere voor ons ongekende intensiteiten van licht daar voor hen wel even gewoon als water en lucht hier voor ons. Zou er geen tussenruimte zijn waar beide werelden mekaar konden raken ?                                 Een soort spiegelruimte als de stof waar dromen zijn van gemaakt ? Het was ofwel dat of het helemaal terug uiteenvallen in de elementen : 'het terug naar het begin van de wereld worden gestuurd'...'Nee, beide,' dacht de schrijver dan zoals steeds z'n gedachten weer aanvullend.

Het heelal was één lichaam...kon hij daar niet uit besluiten dat alles binnen hemzelf te vinden was...en dat hij meer aandacht moest hebben voor wat zich innerlijk in hem als observatie bewoog ? Wat had het allemaal voor zin hier beneden ?     Echt leren beleven wat 'mens zijn' is...en tegelijk door het evenwicht dat je zo bereikt, dichter bij die wereld aan de overzijde komen ?

Ze wilden ons veel leren...wij wilden ons veel leren : zelfstandigheid bijvoorbeeld.        Of hoe we ons door ons voorgevoel kunnen laten leiden. Het ontdekken van opgaven die typisch voor ons zijn weggelegd. Het weten dat hoe meer je een antwoord echt vraagt, dat dat er ook komt...via ervaringen en dromen allerhande, via anderen of je eigen diepten en hoogten. De vraag moet alleen goed gesteld zijn en het verlangen eerlijk en van negatieve emoties ontdaan. 'Tussen de twee werelden kan er geen wisselwerking zijn als je teveel aan zware emoties vastzit', dacht de schrijver. Helpen zij door ons en wij hen door onszelf ? Tweerichtingsverkeer. Korte ontmoetingen in een soort midden; maar waarvan de invloeden op lange termijn doorwerken.

Leren van ons niet door illusies te laten leiden...begint dat niet als je eerst al in enkele klassieke vallen gelopen bent ? Waren die krachten van de overkant niet een soort geestelijke ouders voor ons ? Leerden ze ons via de hindernissen die we op onze levensweg namen ? Of speelden wij hier beneden niet juist het spel, het theater dat zij nodig hebben om te leren wat zij bij hun aardse leven op 't eind nog niet hadden begrepen ? Stukken van onze verledens aan de andere helft van 't bestaan, en wij, beiden doorgroeiend naar andere inzichten dan de verworvene, beide gevend en nemend, lerend en onderwijzend.

Met ons verstand kunnen we veel begrijpen...zoals ...'wat is lucht, wat is licht' enz.. .

Maar wat draagt die lucht en dat licht in z'n antimaterie aan geestelijke power...dat is wel effe iets anders. De schrijver probeerde het allemaal niet meer voor z'n eigen uit te leggen en was al blij als hij het gewoon beleven kon. Met zo'n dingen kon je trouwens niet of moeilijk naar buiten komen...zonder voor 'gek' te worden aanzien. Ieder woord had zijn eigen diepe betekenis, het was niet juist dat woord, maar de hele symbolische lading die het dekte. Nervositeit was niet alleen het medisch fenomeen, maar was ook een 'organisatie' zonder leiding. Het altijd zoeken naar innerlijk evenwicht had ook redenen waarvan de oorzaken vaak bij anderen verborgen lagen. Je werd toch altijd geduwd naar waar je moest zijn...de kleinste reden was goed om je op een pad met grotere gevolgen te sturen...en dat begreep je vaak niet, of alleen maar achteraf.  De schrijver ging slapen. Hij droomde dat hij een cabaretavond gaf.  Hij werd wakker en wist maar niet wat hij juist gedroomd had.   In de loop van de dag probeerde hij wat voorbeelden voor zijn theorieën te vinden. Hij zocht in zijn archieven en vond een heel oud gedicht van hem, geschreven lang vóór hij met dat leven na de dood zo intensief bezig was.  En hij schreef er nog één en nog een tekst…

Bijzondere Energie

1 Simpel als een stilstaand beeld in een emmer water 

Wanneer je een emmer water neerzet, zal je merken dat het spiegelbeeld daarin precies dronken ronddanst en altijd vertraagt tot dat ene moment van complete bewegingloze helderheid van zodra onder meer het evenwicht met de snelheid van de aarde rond de zon is bereikt. Op zo'n moment besef je het belang van helder denken.  Voorwaarde tot het verstaan van de essentie van helder denken is het doorheen de vaak woelige praktijk van allerhande bewegingen in het leven (zie het water in beweging), zo vaak mogelijk tot stilstand, tot rust geraken. Vermijden van verstrikt te geraken in de over complexiteit van allerhande situaties, is ten zeerste aan te raden, maar wegens oorzaken in verleden en heden en hun bijna onvermijdelijke gevolgen in de toekomst; niet altijd even goed doenbaar.        Gelukkig volgt er op een these altijd een antithese en een synthese...wat zowel voor maatschappijen als personen in alle mogelijke relaties gelden kan. Dat allemaal met één bedoeling : dat iedereen de naar zijn omstandigheden dosis bewustzijn opdoet.  De hoeveelheid vrijheid die je in deze spirituele evoluties krijgt kan beperkt of zeer ruim zijn, naargelang de omstandigheden en het kunnen aanhouden van je innerlijke evenwicht dat je veel omleidingen kan besparen en je een waardevoller inzicht over de verhouding tussen plicht en vrijheid kan geven.    Een goed begrip van de details rond een bepaald gegeven, vertrekt altijd van innerlijk evenwicht en eenvoud...zo niet ga je worden platgewalst door de complexiteit. STUDIE BIJZONDERE ENERGIE---hoe inzichten evolueerden

2 “De mens heeft ook een Ohm.”  Een elektrische weerstand…zakelijker mensen die hebben een hoge weerstand, er kan relatief weinig stroom  door, sensitieve mensen nemen veel meer op, hebben een lagere weerstand en er kan meer  elektriciteit door worden getransporteerd indien ze als elektrische geleider zouden dienen.  Wie weet, naast minieme hoeveelheden elektriciteit, wat transporteren we nog meer aan straling bijvoorbeeld ?  Gedachten, gevoelens, ze zijn ook een soort energie en de ene mens kan in geval dat deze energie tijdelijk of niet zwaar om dragen is, er al beter tegen dan een andere. Met zo een beetje alles tussen euforie en wanhoop moet een mens leren omgaan.  Soms lukt dat niet iedereen, van een reeks gitaarsnaren is er één de fijnste, toch kunnen ze allen breken, kan alles breken, de gevoeligste en de hardste materie. De meest gevoelloze zowel als de meest gevoelige mens.  Hebt U tot nog toe goed stand gehouden ? Geen virus, bacterie heeft U er onder gekregen ? (en zeggen dat we er van afstammen). Misschien  bent U een overlevende van een militaire oorlog ? (een militaire, want er zijn ook andere soorten oorlog). Geen ongeluk dat ergens iets onherstelbaars brak of beschadigde ? Bijna nooit honger en dorst geleden ?  Het onheil in de wereld heeft U begrepen en U weet wat U er wel en niet kan aan doen, maar bovenal, slechte nieuwstijdingen weet U zodanig te interpreteren en duiden dat ze Uw gezondheid  meer ?  http://zoveelsteromanidee.skynetblogs.be

De commentaren zijn gesloten.